Een van de handigste zinnetjes om te kennen in het Japans is “otsukaresama desu” (of, in verleden tijd, -deshita). Je zegt het tegen collega’s of “mensen die gewerkt hebben”: “goed gewerkt”. Letterlijk, maar toch nog vrij vertaald: “u hebt zich vermoeid”.

Wat mij nog het meest verbaasde was dat het zinnetje waar ik in mijn Japans-boek zo overheen las (“onhandig lang en dus te moeilijk om echt in gebruik te zijn”) écht wordt gebruikt, en dan voor van alles en nog wat. Ze zetten het boven e-mailtjes naar een groep collega’s (“Beste allemaal. Goed gewerkt. … “), ze zeggen het bij het tegenkomen van collega’s in de gang of bij het koffie-apparaat, ze zeggen het als je vanuit werk naar huis gaat (het dan geëigende antwoord betekent: “ik bega vóór jou een onbeleefdheid”), en ze zeggen het zelfs als je een huurauto terugbrengt. Kennelijk is niet botsen ook goed gewerkt.

Gisteren fietste ik even na vijven de poort uit bij Riken. Ik had mijn laatste presentatie achter de rug; er waren geen gaten in m’n verhaal geschoten tijdens de vragenronde, dus ik had (inderdaad) goed gewerkt. De geüniformeerde bewaker zei “otsukaresama desu”, maar bedoelde natuurlijk “wat ga jij vroeg weg!”. Ik beantwoordde zijn “begroeting”, maar dacht ondertussen, “dit is de laatste keer dat je mij kunt otsukaresama-en…”

Ja, het loopt nu écht ten einde. Mijn appartement is een grote inpak- en weggeefrommel. Vandaag was het (toen ik eenmaal was bijgekomen van een avondje poolcafé met Marina) souvenirs inslaan. Voor mezelf neem ik eigenlijk niet eens zoveel mee. Misschien zoals een Nederlander geen Delftsblauwe klompjes koopt in Amsterdam, ben ik nauwelijks geïnteresseerd in de miniatuurtjes van de vele bezienswaardigheden die ik heb bezocht. Wat ik voor mezelf meeneem zijn vooral herinneringen en de (2500) foto’s en filmpjes. Maar mijn echte aanwinst is natuurlijk de waterkoker – die gaat koste wat kost mee… (en dat kost heel wat, want het ding heeft ook nog eens een dure stroomomvormer nodig voor gebruik op het Nederlandse elektriciteitsnet… :D )

Wat dan wél de buit was van mijn shop-rondje? Nou, onder andere een koffer op handbagage-formaat. Nu kan ik drie keer zoveel handbagage meenemen! Ik zal me een ongeluk zeulen naar en op de drie vliegvelden die ik dinsdag ga zien… maar het zal het waard zijn! :cool: Nog drie nachtjes….

Filed under Japan, Japans, Nederland. Date: 31 May 2009, 0:00 | 6 Comments »

16  Feb
2x geslaagd

Zo heb je dagen niets in je postvakje, zo krijg je ineens twee keer goed nieuws…

Ik ben glansrijk geslaagd voor de JLPT! Mijn zorgen over het luistergedeelte bleken om niets te zijn geweest (87/100 punten), terwijl ik mezelf op het lezen/grammaticavlak iets had overschat omdat de leesvragen zo mega-makkelijk waren (uiteindelijk 151/200). Maar met 330/400 ben ik in ieder geval riant geslaagd dacht ik zo…

img_1549

Brief nummer twee in het postvakje was van RIKEN. Anderhalve week terug moest ik een co-authorship test maken, anderhalf uur lang vragen over allerlei biologiedingen invullen. Dat doen ze volgens mij voornamelijk om te zorgen dat ze geen totale know-nothings op de auteurslijst zetten; iedereen zonder PhD moet ‘m eens in de twee of drie jaar doen. Tja, van toetsen die je alleen maar maakt “omdat het moet” word ik altijd een beetje melig, dus toen ik bij het biochemiedeel aankwam en de belachelijke vraag zag (“wat gebeurt er met de smeltcurve van een waterige oplossing van DNA als je…”, en vervolgens vijf situaties die ik nog nooit in het echt heb zien gebeuren) heb ik maar een gedicht voor ze geschreven. :D

I don’t know much about biochemistry, so I will write you a poem instead…

Although trained a biologist
Of one thing I get not the gist
“What is it,” you might ask me then,
“Are you not a computing man?”
“Correct!” and that is why, you see,
I don’t get biochemistry!

Helaas, de Japanners staan niet bekend om hun buitengewone gevoel voor humor, en al helemaal niet in geschreven Engels, dus de brief die ik kreeg was zo droog als het maar kan:

img_1550

Maar hé, twee keer slagen op één dag maakt toch een beetje goed dat ik vandaag een “ontdekking” had gedaan die eigenlijk al tientallen jaren geleden gedaan was… ;)

Filed under Japans, RIKEN. Date: 16 February 2009, 19:36 | 7 Comments »

(English below…)

Nu ik me een tijdje in het Japans heb verdiept begin ik meer en meer in te zien dat deze taal eigenlijk één groot woordspelletje is. Niet alleen voor mij, maar ook voor de Japanners zelf. Nu zit de Japanse cultuur sowieso vol met spelletjes. Het stug met stokjes blijven eten is daar een voorbeeld van – wordt spelen met het eten bij ons als onbeleefdheid beschouwd, hier wordt het spelletje standaard bij de maaltijd meegeleverd in de vorm van het “bestek”. In de trein stappen is ook één van de meest geliefde lokale spelletjes: men dient voor de trein komt op de aangegeven plaats een nette rij te vormen, en als de deuren opengaat wint degene die het eerste binnen is, ongeacht de oorspronkelijke plaats in de rij. Lachen, gieren, brullen natuurlijk.

En dan is er dus de taal. Het spelletje is drieledig. Allereerst is er het spelletje “wat bedoel je eigenlijk?”. Bij dit spel is het voor de ontvangende partij de bedoeling erachter te komen wat de verzendende partij bedoelt. Dit lijkt heel voor de hand liggend, en volgens taalkundigen is “context” het toverwoord. Met dit magische concept verklaren zij waarom de Japanners elkaar prima begrijpen, ondanks dat sommige woorden vijftien of meer verschillende betekenissen hebben, op de manier waarop bijvoorbeeld een “bank” bij ons zowel een financiële instelling als een zitmeubel is. De praktijk is echter iets minder ideaal, en niet zelden heb ik Japanners aan elkaar zien voordoen hoe je het woord schrijft, waarop de ander een aha-dat-bedoelde-je-erlebnis had en het gesprek doorgang kon vinden.

En dat brengt ons bij spelelement twee, het schrijven en weer ontcijferen van woorden. Dat is natuurlijk het leukst bij woorden die uit meer dan één teken bestaan, omdat daarbij meestal (maar niet altijd – dat hoort bij het spelletje) de Chinese uitspraak (die niet echt Chinees meer is) in werking treedt. Op die manier klinkt elk teken als sjuu, djuu of tsjuu, waarbij op de plaats van uu een willekeurige klinker mag worden ingevuld. Doordat er zoveel tekens bestaan en zo weinig uitspraken om uit te kiezen, kan het woord sjoodjoo bijvoorbeeld afhankelijk van de schrijfwijze symptoom, puur, marktconditie, uitnodigingsbrief of orang-oetan betekenen (of één van de vijf andere dingen die ik hier niet heb genoemd). Je begrijpt nu waarschijnlijk hoe nauw dit samenhangt met spelelement 1, want als je het woord sjoodjoo hoort in plaats van leest kun je automatisch dat spelletje doen.

Tenslotte kun je door het leuke schrijfsysteem woorden zo lang en interessant maken als je zelf wilt, waardoor we bij het derde en laatste spelonderdeel aankomen: “wie verzint het coolste woord”. Vandaag las ik het woord Japanseautomobielverkopersverenigingsorganisatie. Dat zijn twaalf Japanse tekens, en net als in het Nederlands kun je het op twee verschillende manieren opvatten (verkopers van Japanse auto’s of Japanse verkopers van auto’s), waardoor je spelletje 1 weer kunt spelen als je wilt.

MicroRNA’s

Je weet misschien wel hoe dol ik op spelletjes ben, en ik vind Japan in dat opzicht dus ook een prachtland. En in mijn werk mag ik me ook nog bezighouden met spelletjes, zoals vandaag de micro-RNA-jacht. Ik heb weer twee niet eerder beschreven micro RNA’s ontdekt, dus speltechnisch was het een erg geslaagde dag. :D En als het me vanavond lukt voor tweeën in slaap te vallen wordt het ook nog een geslaagde nacht. Lang leve intercontinentale vluchten….

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Japans, RIKEN. Date: 8 January 2009, 23:47 | 3 Comments »

08  Dec
De JLPT

English below…!

Taaltoetsen maken op de Japanse manier is… anders. Zoals alles anders is op die speciale manier waarop in Japan alles net even anders is. Na een fijn spelletje volg-de-gaijin vanaf het station was het tijd voor het grote bureaucratiespel op de testlocatie. Concreet betekent dit dat je voor een test van 2 uur vijf uur bezig bent. En lekker knus, Japanse stijl: zo’n honderd man per zaal, meer dan 10 zalen, en natuurlijk allemaal tegelijk pauze.

De toets (JLPT staat voor Japanese Language Proficiency Test, ik nam niveau 3 – niveau 1 is het moeilijkst, 4 het makkelijkst) is verdeeld in 3 stukken: schrijven & vocabulaire, luisteren, en lezen & grammatica. Allemaal natuurlijk vol strikvragen, want ze moeten toch iets interessants zien te maken van zo’n meerkeuzetoets… Elk onderdeel begint met het voorlezen van de reglementen. In het Japans natuurlijk. Niet eten of je opgavenboekje te vroeg openmaken, want dan krijg je een gele kaart, en niet spieken of proberen je boekje mee te nemen, want dan krijg je een rode kaart. Bij het voorlezen van elk strafbaar feit wordt de bijbehorende kaart door vier man verspreid over de zaal omhoog gehouden. Wie zei dat surveilleren saai was? Ze hebben zat te doen… :D Vervolgens worden alle boekjes één voor één en met overdreven zorgvuldigheid uitgedeeld. Drie uitdelers op 100 man, dus dat duurt wel even… Eerst het antwoordvel, dan het opgavenboekje (bij iedereen met de instructie “akenaide kudasai” – niet openmaken alsjeblieft – en tóch krijgt eentje het nog voor elkaar een gele kaart te scoren voor het te vroeg openmaken van het boekje…), en vervolgens komen ze nog een keer langs om te kijken of je foto wel klopt. Dan kon natuurlijk niet toen ze een van de twee andere keren langskwamen, want dan smelten hun hersens ofzo. Het houdt ze in ieder geval van de straat – maar helaas mij ook.
Aan het einde van elk stukje test herhaalt het ritueel zich, maar dan omgekeerd, bij het ophalen van de boekjes. Zo kan het dus dat op 35 tot 70 minuten examen doen telkens 25 minuten wordt besteed aan het uitleggen van dingen die je toch al weet (want de instructies werden bij elk onderdeel herhaald!) en het uitdelen van boekjes. En met pauzes van 40 of 60 minuten tussendoor ben je dan zo een hele dag kwijt…

Nouja, ik denk in ieder geval wel dat ik geslaagd ben. Erg makkelijk was het niet, maar ook niet onmogelijk. Een Indiaas meisje van een jaar of 10 (waarom laat je zo’n kiddo in vredesnaam zo’n toets maken?!) zag ik rustig achteroverleunen en de dopjes op haar potloden doen (jep, ze doen hier dopjes op potloden) terwijl ik nog 10 of 15 vragen te gaan had. Ze heeft het vast beter gedaan dan ik.

We waren erg blij dat we weg konden. Niet omdat ik het zo beroerd had gedaan, maar al die zenuwachtige mensen met hun zenuwachtige-mensen-gesprekken gaan toch op je zenuwen werken… Het deed een beetje denken aan de sfeer bij het CBR, maar dan met honderd keer zoveel mensen. Tot mijn gevoel na het maken van die toets aan toe. Net als na zo’n theorieëxamen: ijskoud. Toets gemaakt, en nu zo snel mogelijk weer naar huis. Terugkijkend naar het gebouw zie ik een niet aflatende stroom mensen richting station gaan. Waarschijnlijk naar dezelfde trein als ik. Toetsen maken vind ik prima, ik doe al jaren niet anders, maar waarom moeten meer dan duizend andere mensen het precies op hetzelfde moment en op dezelfde plaats als ik doen..?

Uitslag eind februari.

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Japans. Date: 8 December 2008, 12:52 | 5 Comments »

20  Nov
Advies assorti

Overal op internet kun je allerlei dingen lezen over Japan. Over lezen in Japan. Maar als je wel eens hebt gezocht, ben je er dan echt wijzer van geworden? Ik zelden. Meestal zijn het vooral algemeenheden die je te lezen krijgt. Daarom om de wereld een plezier te doen hier een paar stuks écht nuttige informatie over wonen in Japan. Maar misschien ook leuk voor mensen die niet in Japan komen wonen ;)

  1. Geld. Ga zorgvuldig om met je geld. En dan bedoel ik niet dat je zo weinig mogelijk moet uitgeven, dat mag je helemaal zelf weten ;) Maar als je betaalt, realiseer je dan dat de enige bruikbare muntjes die van 100 en 500 yen zijn, en de meest bruikbare briefjes die van 1000 yen. Niet alleen nemen de andere muntjes veel te veel plaats in in je portemonnee, je staat ook nog ’s een uur geld in de verkoopautomaten te gooien voordat je je colaatje hebt betaald. Dus: neem vier 1- en 10-yen-stukken, en één 5- en 50-yen stuk mee als je ze (onverhoopt toch) hebt. Kun je die mooi dumpen als je weer zo’n raar bedrag als 1684 yen moet afrekenen. Briefjes van 10000 maak je kleiner door ze voor aankopen van 100 yen te gebruiken, of door er treinkaartjes mee te kopen. Geloof me, die 10000-yen-biljetten zijn nergens goed voor. Ga je een avondje naar de kroeg, trekt iedereen zo’n 10K-yen-flap als er betaald moet worden. En pinnen ho maar natuurlijk…
  2. Woorden. Je hebt maar een paar woorden nodig om in de meeste situaties een goed antwoord te geven, ook als je de vraag niet verstaat. Meestal doen ze namelijk in afwachting van je antwoord datgene wat ze zouden doen als je ja zou zeggen, dus gewoon even op hun handjes letten, dan zie je vanzelf wat ze bedoelen. Nuttige woorden zijn onder andere:
    • “un” – dat is de niet-nette manier om ja te zeggen, maar deze manier heeft het voordeel dat je het met je mond dicht kunt zeggen (een beetje zoals hmmm, maar dan met een bevestigendere ondertoon, snap je? :D ) en dat het vervolgens door je gesprekpartner wordt geïnterpreteerd als het meest passende antwoord op de vraag, wat dat antwoord ook moge zijn. “Un” is ook het geëigende antwoord op elke zin die op “-ne?” (…toch?) eindigt. Het maakt niet uit of je het er echt mee eens bent wat zojuist is gezegd, het getuigt van goed geïntegreerd zijn dat je je eigen mening opzij zet en het politiek correcte antwoord geeft.
    • “arigatou gozaimasu” – betekent dankjewel. De korte variant, arigatou of doumo, gebruik je als een “ondergeschikte” (lees: winkelbediende) iets voor je doet, maar aangezien die toch ondergeschikt is mag je het weglaten. Doet echter iemand iets voor je dat ie niet had hoeven doen, dan vinden ze het wel cool als je de lange variant gebruikt.
    • “sumimasen” – “sorry” of “neem me niet kwalijk”, zeg je als er iets binnen een straal van 5 meter misgaat, of je er nu zelf schuldig aan bent of niet. Ook te gebruiken als iemand moeite doet voor je, zoals de liftdeur even openhouden zodat jij er al sumimasennend nog bij kunt. Of als je de aandacht van een ober of winkelbediende wilt. Of als… nouja, je snapt het wel.
    • “saa…” betekent letterlijk “tsja…” maar wordt gebruikt als je niet “ik weet het niet” wilt zeggen maar dat wel bedoelt. Hartstikke handig als je gesprekspartner een vraag heeft gesteld (vragen zijn te herkennen aan de toon en/of “-ka?” op het eind).
  3. Voorraad. Je mag maar 23 kilo meenemen in het vliegtuig, dus denk goed na over wat je meeneemt. Je bent na ongeveer een maand door je voorraad Westerse spullen heen als je geen speciale voorzieningen treft (uitzondering: tandpasta), dus denk goed na over wat je wilt meenemen. Bij voorkeur neem je dingen mee die hier duur zijn, zoals deo, wax, bier, wijn, goed snoep, en alle andere dingen die je in winkels kunt kopen.
  4. Treinplattegrond. Overal in Tokyo kun je een plattegrond van het metrosysteem scoren, maar de metro hier zuigt. Hij is duur, sluit matig aan op het veel handigere treinstelsel en als je van a naar b wilt en je wilt dat graag met de metro doen (veel meer staat er niet op die plattegrond) dan moet je soms 3x overstappen. Veel handiger, maar ook veel moeilijker te vinden, is de plattegrond van het spoornet in en om Tokyo. Klikkie hier voor een pdfje.
  5. Je adres. Ja, lach maar. Weet je hoe onmogelijk die adressen hier zijn? Een van de eerste dingen die je moet doen als je hier aankomt is je adres uit je hoofd leren, want je moet het geheid tijdens je eerste maand op 26 formulieren invullen. Je kunt ook aan degene van wie je je woonruimte huurt vragen om het voor je op te schrijven in het Japans zodat je dat kunt laten lezen aan iedereen die erom vraagt, maar zeg nu zelf, zelfs kleuters weten waar ze wonen, dus als je je adres niet weet sta je wel een beetje voor lul, toch?

Filed under Algemene dingetjes, Japans. Date: 20 November 2008, 14:36 | 1 Comment »

Wie Japans leert krijgt heel veel uitdagingen voor z’n kiezen. Het feit alleen al dat je graag Japans wilt leren en het zo serieus neemt dat je een leerboek hebt gekocht of les neemt betekent dat je die uitdagingen graag het hoofd wilt bieden – niet Japans leren is immers makkelijker. Maar zelfs de meest doorgewinterde gaijin gaan één uitdaging stelselmatig uit de weg: leren lezen.

Met groeiende verbazing zie ik toe hoe men er genoegen mee neemt bij al zijn lees- en schrijfwerk geholpen te moeten worden, of gewoon in het Engels verder te gaan. Er lopen er hier rond die vloeiend Japans spreken, maar weigeren te leren lezen – ik kan er niets anders van maken dan dat ze weigeren, want voor het Japans leren spreken hadden ze op magische wijze wél tijd.
De redenen voor de weigering lopen uiteen, maar het komt er natuurlijk gewoon op neer dat ze het teveel werk vinden ~2000 tekens te leren lezen voor die “enkele keer dat ze het nodig hebben”. Overigens vind ik kana (lettergreepschrift, bij elkaar zo’n 100 tekens) kunnen lezen niet tellen: daar heb je zelden genoeg aan. Zelfs de eerder genoemde lesboeken beweren soms glashard dat het leren lezen van de Chinese tekens (kanji) niet zo belangrijk is, als je tenminste kana kunt lezen.

Ze liegen. Allemaal.
Misschien weten ze niet beter. Ik zou me kunnen voorstellen dat wie zo’n lesboek schrijft al zó vergevorderd is dat ie is vergeten hoe irritant het is je adres niet op een formulier te kunnen invullen – als je het formulier al hebt kunnen ontcijferen.
Misschien praten ze hun eigen ongeletterdheid goed door het mantra (“je hoeft ze niet te kunnen lezen”) net zo vaak te herhalen tot ze het zelf geloven.
Misschien hebben ze de Japanners het mantra zo vaak horen herhalen dat ze denken dat het wel okee is: de Japanners geloven graag dat hun taal, hun cultuur en hun schrift de mooiste en vooral moeilijkste ter wereld zijn en verwachten dus niets van hen die in hun land te gast zijn.
Maar dat neemt niet weg dat het allemaal onwaar is; analfabetisme zuigt. Kom op zeg, ik kocht een fles azijn in plaats van olie omdat ik niet kon lezen. Hoe kun je met zoiets genoegen nemen?! Prinses Dingetje heeft gelijk! (je weet wel, die ene Nederlandse prinses die zo pro-lezen is en waarvan ik steeds de naam vergeet)

Leren lezen, écht leren lezen heb ik inmiddels tot mijn queeste gebombardeerd. Kom maar door met die dagelijkse portie kanji. De bezwaren tegen een dergelijke queeste zijn niet van de lucht, maar komen in de praktijk neer op “hoeft niet”, “kost tijd” of “onmogelijk!”. Verder is het lastig om tekens te gaan leren terwijl ik de bijbehorende woorden nog niet eens ken. Maar er zijn ook voordelen, en die prikkelen mijn gevoel voor redelijkheid een stuk meer.

Zo kan ik in het geval van sommige onbekende woorden raden wat ze betekenen doordat ik de tekens ken (een woord bestaat meestal uit meer dan 1 kanji, en kanji kunnen op meer dan één manier “gelezen” worden; “belangrijk” is bijvoorbeeld dai-ji: grote-zaak, maar “groot” op zichzelf is oo(kii)), of doordat ik de klanken van het woord kan herleiden tot tekens die ik ken. Goed, deze gevallen zijn niet heel talrijk, maar ze maken het wel de moeite waard. Dingen kunnen lezen is natuurlijk een heel voor de hand liggende, en een heel belangrijke – met elk nieuw teken dat ik leer kan ik nieuwe dingen lezen. Ik weet niet meer precies hoe ik vroeger heb leren lezen en schrijven, maar het moet net zoiets zijn geweest: “hé, ik kan ineens lezen wat hier staat!”

Tenslotte de reacties van de Japanners. In een internationale omgeving als de mijne staan ze niet meer te kijken van een Japans sprekende blanke. Ze staan niet meer te kijken van een buitenlander die z’n naam in katakana kan schrijven (hoewel ze het vaak zichtbaar op prijs stellen). Maar sinds het eerste begin van mijn queeste ben ik telkens met grote ogen aangestaard als een Japanner zich realiseerde dat ik zojuist twee kanji had gelezen. “Kun je kanji lezen?!” En dan kan ik het nog niet eens écht goed…

Mocht je Japans (willen) leren en het nog niet doorhebben, mijn advies aan iedereen die serieus Japans wil leren: maak H.K.H. Prinses Dingetje blij en LEER LEZEN!

Mocht je niet Japans leren en het nog niet doorhebben: je had deze post bij nader inzien misschien over hebben willen slaan. Te laat…. Maar morgen staat garant voor weer een stuk vol lompe humor en typisch Japanse taferelen, want respectievelijk de Ikea en karaoke staan op het programma. :)

Filed under Japans. Date: 27 October 2008, 0:08 | 7 Comments »

Da’s toch wel even een uitdaging. Maar ik ben nu in ieder geval voorzien voor wat betreft huisvesting.

Voor ik over m’n spannende avontuur vertel eerst even wat achtergrondinfo. Ik had voor de eerste twee weken van m’n verblijf in Japan een “tiny room“gereserveerd bij het Yokohama Hostel Village. Inclusief pakkende slagzin: “Let’s have interesting experience of staying in Japanese tiny room“. Alleen daar zou je het al voor doen toch? Maar goed, de kamer die ik vanaf half september in Tokyo kon hebben ging toch niet door, en nu had ik voor de hele maand september een kamer nodig. Geen probleem, reserveer ik een andere. Het hostel heeft net een nieuw soort kamer, een soort appartement, geschikt en betaalbaar vanaf 30 dagen – precies goed. Ware het niet dat de website een (hoe kan het ook anders) Japanse foutmelding geeft, en e-mailen weinig zin leek te hebben.

Met dat in het achterhoofd, en natuurlijk de aanvullende informatie dat als ik een bedrijf ga opbellen het nooit een vraag uit de categorie “wist u dat u de antwoorden op veelgestelde vragen tegenwoordig ook op onze website kunt vinden?” is, ben je klaar om verder mijn avontuur ingezogen te worden.

Zojuist heb ik mijn eerste (halve) gesprek in het Japans gevoerd. That’s right, ik heb ze opgebeld. Aan de uiterst behulpzame Japanse meneer heb ik eerst in het Japans uitgelegd dat ik Joost heet en uit Nederland kom, en heb ik gevraagd of ie Engels begrijpt. Gelukkig, dat deed ie (zei hij in het Japans, haha), en ondanks dat mijn spreektempo zelfs als ik het afrem nog redelijk hoog is begreep ie bijna alles in één keer. Alleen het verschil tussen 13 en 30 dagen (is in het Engels inderdaad moeilijk te horen) heb ik er in het Japans bij hoeven doen (daarin is het namelijk heel makkelijk te horen). En de helft van wat de beste man terugzei waren Japanse stopwoordjes (“wakarimashita” – begrepen, “~ne” – toch?). Maar toch, ik zeer dankbaar dat het was gelukt om iemand die 8800 kilometer verderop zit iets uit te leggen dat de helft van de Nederlandse belgeiten problemen zou opleveren (“maar meneer, u heeft toch al een reservering? waarom maakt u er dan nog een?”).

Na de foto’s van de Japanse Uilenstede-kloon kan mijn kamer voor september natuurlijk niet achterblijven (kamer is exclusief Japanse vrouwen trouwens, voor ik die flauwe grap voor m’n kiezen krijg :P ).

Filed under Japan, Japans. Date: 18 August 2008, 10:59 | 4 Comments »

« Previous Entries