En het laatste stukje van Miranda’s Japan-10-daagse.

Zaterdag: Sankei-en

In Yokohama heeft lang geleden een rijkaard gewoond die een hele mooie tuin had. De rijkaard is er niet meer en de tuin is nu toegankelijk voor publiek. Tegen betaling, dat wel, maar dan heb je ook toegang tot allerlei (heel) antieke gebouwen en soms een verdwaalde tentoonstelling.
Miranda was helaas net te vroeg in Japan om het sakura-seizoen mee te maken (sakura = kersenbloesem; overal roze bomen en blije mensen), maar we bleken wel midden in het ikebana-seizoen (ikebana = Japans bloemschikken) te zitten, want net als in Kyoto hadden er ook in deze tuin mensen erg hun best gedaan op bloemstukken. Deze waren in een gebouw tentoongesteld, en vriendelijke vrouwtjes in traditionele kleding moedigden ons aan om vooral naar binnen te gaan en wezen ons de route binnen het gebouwtje.

Zondag: Harajuku en Ginza de marathon van Tokyo

Op zondag wilde ik Ginza en Harajuku laten zien. Harajuku is gelukt (maar de oogst aan verklede kindertjes viel me ietsje tegen), maar in Ginza konden we niet op de leuke afgezette straten met veel te dure winkels lopen omdat hij dit keer ook voor ons afgezet was. Iets met 42.195 kilometer rennen ofzo. Hmpf.

Maandag: chillen

Op ons laatste dagje samen in Japan hebben we rustig wat gewinkeld en ramen gegeten – Miranda blijkt een groot fan van Japans fastfood en stond erop dat we nog een keer ramen zouden gaan eten. Dit keer werd het de ramen-tent die altijd de Beatles draait.

Dinsdag: vertrek

Bijna had een op de baan neergestort vliegtuig Miranda’s vertrek verhinderd of voor heel lange tijd uitgesteld, maar uiteindelijk heeft ze maar anderhalf uur vertraging opgelopen. Jammer om haar nu alweer op het vliegtuig te moeten zetten en dan weer in m’n eentje met de trein naar huis terug te moeten, maar over twee maanden worden we weer herenigd.

Bij thuiskomst werd ik door een ernstig klinkende YISH-mevrouw aangesproken. Of mijn vrouw/vriendin hier vannacht had geslapen (in de hoop wat stomme Japanse regels te omzeilen had ik eerder gezegd dat ze mijn vrouw is, maar dat bleek niets te helpen). Jaja, want dat mag niet in het Student House, mensen te slapen hebben. Stel je voor…. Nee, ook als je twee bedden op je kamer hebt, zoals ik, en je vrouw komt langs, moet ze een aparte kamer huren. Dat hebben we voor de eerste twee nachten gedaan, en de andere nachten sliepen we ergens anders, maar voor deze laatste nacht had ik geen zin in een gaar hostel te gaan zitten en zijn we gewoon naar binnen gelopen. Ik dacht nog ermee weg te komen, maar…. ik was gezien.
Was die vliegtuigcrash toch nog een geluk bij een ongeluk, want daardoor had ik wel een geloofwaardig verhaal over waarom ze bleef slapen zonder dat ik iets had gezegd/gevraagd. “Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat er zomaar mensen blijven slapen!” Okee, ik zal het onthouden…

Filed under Japan, Tokyo, Yokohama. Date: 24 March 2009, 16:32 | 2 Comments »

20  Mar
Miranda in Japan

Het is inderdaad alweer een tijd geleden dat jullie iets hebben gehoord, maar gezien de omstandigheden kunnen jullie het me vast vergeven. Hier een overzicht van de afgelopen dagen met Miranda. Hopeloos incompleet vrees ik, maar dat laat wat ruimte over voor mij om als ik weer terugben nog wat te vertellen te hebben…

Narita: de politie salueert

Miranda is vandaag aangekomen in Japan! Ik heb de autoverhuurmensen weer laten schrikken door als buitenlander in hun zaak te verschijnen (“op je internationale rijbewijs staat 6 juni 2008. is ie toen uitgegeven?” “ja, maar het is de internationale maar” “okee.” even later, met bezorgd gezicht: “maar… wanneer had je voor het eerst een rijbewijs dan? en heb je al eens eerder een auto gehuurd?” en toen herkende ie me van de vorige keer :D )
Op de toegangsweg naar het vliegveld een heuse wegversperring van de politie. Of ik m’n paspoort wil laten zien. De vrolijke agent neemt mijn paspoort aan, kijkt even, geeft ‘m terug, opent de slagboom en salueert. Je verzint het niet, ze salueren hier naar me!
Helaas een uurtje moeten wachten op het vertraagde vliegtuig, maar Miranda weerzien maakt dat natuurlijk goed! De arme Miranda heeft in het vliegtuig nauwelijks geslapen, en hoewel het bij mij in de auto altijd lekker slapen is is dat in het vreemde Japan toch ietsje anders. En dan is het nog lang geen bedtijd, want om zeven uur hebben we met Morana, Marina, Sylvia, Eivind en diens vriendin Pernille afgesproken in “Ninja”.

Akasaka: het sulplise-menu en de toverende ninja

Eten in ninja is de afsluiting van Eivinds 6 maanden in Japan en tevens de eerste keer dat Miranda en mijn vrienden in Japan elkaar zullen zien. Lachen, gieren, brullen met de toverninja, de ninja die geen surprise kan zeggen en de ninja die met een koeienaansteker een lont in ons eten aansteekt. De tien gangen van het “sulplise”-menu zijn onder andere werpstercrackers met paté, soep-met-hete-steen, schelpdieren met een lont eraan, pasteitjes waar een garnaaltje in verstopt zit en een hoofdgerecht dat verstopt zit onder een blad zeewier. Zoals voor al het Japanse eten geldt ook hier weer dat het er niet zo eetbaar uitziet; je moet het gewoon in je mond stoppen en dan komt het wel goed. Mag ook wel voor het geld, want een goedkoop restaurant is het niet – die ninja’s moeten natuurlijk ook tijd vrijmaken in hun drukke schema…

Zondag – eindelijk rust. Toch nog even Kawasaki laten zien, want de hele dag thuiszitten gaat ook vervelen – zeker in het Student House. En gegeten in de luxe izakaya in Tsurumi. Lekker Japans.

Maandag – Kyoto!

Kyoto: het hotel zonder dertiende verdieping

Na drie uur Shinkansen komen we aan in Kyoto. Het hotel zit pal naast de uitgang van het metrostation maar verstopt achter een ander gebouw, dus het is even zoeken. Dankzij een pakketdeal van japanican is het hotel erg luxe maar ook erg goed te betalen. En het heeft geen 13e verdieping; wij slapen op de 14e. :D Tweepersoonsbed, bankstel, en… hippe waterkoker! Maar hier gaan we natuurlijk niet heel veel tijd doorbrengen. Voor dinsdag en woensdag hebben we een auto geregeld, zodat Miranda toch zoveel mogelijk kan zien met haar zere knie. Na aankomst in het hotel zijn we nog even Kyoto in geweest en hebben we oer-Japans ramen gegeten in een oer-Japans tentje zonder Engels- of plaatjesmenu.

Leuk om te zien hoe Miranda zich verbaast over alles dat ik niet eens meer zie. Net als Bart vallen haar de mondkapjes op, en de korte rokjes. En de irritante stemmen van sommige winkelmevrouwen. En zo kan ik nog wel even doorgaan met alles wat hier anders is…

Dinsdag: Nara en de hebberige herten

Net als Kyoto is ook Nara vroeger een hoofdstad van Japan geweest. En aangezien we toch in de buurt waren konden we daar ook even langsgaan. We gingen voor een dagje naar Nara-park, een groot park (joh…) in Nara, waar behalve heel veel oude gebouwen ook heel veel herten zijn. Voor 150 yen kun je dan een pak hertenwafels kopen en dan heb je ineens heel veel vriendjes… Niet dat je die zonder hertenvoer niet hebt, want een plattegrond van Kyoto smaakt ook best goed en die heeft iedereen wel. ;)

We hebben het grootste houten gebouw ter wereld gezien, en ’s werelds grootste overdekte Boeddha. Plaatsen met grote Boeddha’s zoeken graag een (nieuw) soort beeld waarin zij de grootste zijn. Zo is er de hoogste Boeddha, de grootste Boeddha als-ie-op-zou-staan, de grootste buitenboeddha, de grootste binnenboeddha, en vast nog wel meer. Maar dit was dus de grootste binnenboeddha.

Verder stond er in het park een pagode en een ander mooi oud tempelcomplex. De arme Miranda zal het tempels kijken deze week nog wel zat worden…

Woensdag: Kyoto en het werelderfgoed

Het lopen gaat heel goed, maar nog niet van-tempel-naar-tempel-rennen-goed, dus het aantal bezienswaardigheden dat we kunnen bezichtigen is beperkt. Daarom hebben we vandaag een stukje Kyoto bezocht waar de werelderfgoed-monumenten zo dicht opeengepakt staan dat het zelfs lopend te doen is. Eerst één van Kyoto’s beroemdste attracties bekeken: de Kinkaku-ji, of het Gouden Paviljoen. Het is letterlijk een gouden paviljoen. Hoewel het in 1950 door iemand is platgebrand is het volledig volgens de originele tekeningen hersteld en ditmaal met nóg meer bladgoud bekleed.

Daarna gingen we naar Ryoan-ji, een tempel die bekend staat om zijn rotstuin. Misschien zijn we barbaren, maar zó bijzonder vonden we de rotsen nu ook weer niet – hoewel ze vast veel zeggen over de Japanse cultuur. Op weg naar Ryoan-ji kwamen we een kaitenzushi-tent tegen en dat vonden misschien wel net zo bezienswaardig (kaitenzushi is sushi op zo’n lopende band). Een schattig tentje was het niet bepaald, het zat stampvol en bij binnenkomst moesten we op een apparaat aangeven met hoeveel we waren en waar we wilden zitten (aan de counter of aan een tafel – maakte ons niet uit, als we maar te eten kregen) om een nummertje te kunnen trekken. Tien minuutjes later kregen we een tafeltje en kon het lunchen in Japanse stijl beginnen. Het is even zoeken voor je de bekers en sojasaus-bakjes gevonden hebt, maar het is wel heel grappig om gewoon je eten van de lopende band te grijpen als er iets lekkers voorbij komt. De rekening wordt bepaald aan de hand van het aantal lege schaaltjes dat je in een afvoergat gooit – elk gerecht kost 105 yen, een lachwekkende 80 eurocent of zo. Na elke vijf bakjes die je in het gat gooit komt op je verzoekgerecht-touchscreen (als je een bepaald soort sushi wilt eten, kun je dat hier aangeven, en dan komt het na een paar minuten voorbij in een speciaal bakje dat aan de anderen aangeeft dat het jouw eten is) een soort gokkast met sushi-figuurtjes; als je drie dezelfde op een rij krijgt, krijg je automatisch een prijs uit een automaat boven de lopende band. Je verzint het niet.

Daarna zijn we nog naar Ninna-ji geweest, een ander groot tempelcomplex dat vroeger door een lid van de keizerlijke familie werd gerund en dus van de nodige luxe voorzien is. Wederom een fraaie pagode, en tja, voor de rest kun je denk ik beter de foto’s bekijken…

Helaas troffen we in Kyoto nog nauwelijks kersenbloesems aan, maar de stad heeft het goedgemaakt met iets anders leuks. ’s Avonds werd een groot deel van Gion (de geisha-buurt) verlicht met lantaarns en werden in een park prachtige Japanse bloemstukken en moderne kunst tentoongesteld.
Over geisha’s gesproken… Lopen we over straat, komt er een hele groep rennende mensen onze kant op. “Aargh, wat gebeurt er?!” Komt er een geisha langsgelopen. De rennende mensen zijn toeristen – vooral Japanse – die het op haar voorzien hebben en graag het perfecte plaatje van voren willen schieten. De foto van de geisha blijf ik je schuldig; ik maak graag leuke foto’s maar met de horde voor die arme vrouw uitrennen is mijn eer te na…

Donderdag: Okonomiyaki in Yokohama

Vanwege de gekke regels van het student house moesten we voor de laatste 5 nachten elders accomodatie zoeken. De keuze is gevallen op A Silk Tree, een jeugdherberg in de buurt van mijn eerste stek. De kamer is schrikbarend klein, maar ja, wat wil je ook voor die prijs… Gelukkig is de ligging wel relaxed, en toen we op ’s avonds op zoek gingen naar eten hadden we na 100 meter beet: een leuke okonomiyaki-tent. Je kunt je misschien het verhaal daarover nog wel herinneren, maar het moge duidelijk zijn dat ik het pas één keer had gedaan. Dankzij het uiterst behulpzame personeel (buitenlanders in de zaak vonden ze zelf ook wel errug interessant) is ook Miranda’s eerste okonomiyaki-ervaring een succes geworden. Voor toe hadden we een soort doe-het-zelf pannenkoeken met rode bonenpasta, maar toen waren we wel moe van het reizen etc., dus met de rest van de donderdag is het niet echt meer iets geworden.

Vrijdag: drukte in Shibuya en Shinjuku

We wilden naar Sankei-en, een mooie tuin/park in Yokohama. Maar één blik uit het raam ontraadde ons dat. En wat kun je doen als het regent en je niet thuis wilt blijven? Shoppen! En voor Miranda betekent dat tegelijkertijd uiteraard ook het bekijken van de stad, want Shibuya en Shinjuku zijn niet de minst Tokyo-achtige plaatsen van Tokyo. Al na een paar drukke straten herriep ze haar eerdere uitspraak (“Het valt me allemaal heel erg mee qua drukte en Japansheid, ik was er denk ik al op voorbereid door al je verhalen”) en vond ze dit “wat ze zich van Japan had voorgesteld”. En dan had ze ’s werelds drukste station en kruispunt nog niet eens gezien… En geen bezoek aan Japan is compleet zonder een hyperactief 10-persoons fotohokje te hebben beleefd, dus dat hebben we ook nog gedaan.

Inmiddels zitten we stiekem weer bij YISH – zogenaamd om de was te doen, maar eigenlijk omdat het veel relaxter slaapt in mijn eigen kamer…

Filed under Japan, Tokyo. Date: 20 March 2009, 21:56 | 4 Comments »

Japan blijft verrassen. Vandaag voor de tweede keer naar Hongo-campus geweest voor een bespreking met Inoue-sensei. De beste man was wederom onder de indruk van het gepresenteerde (had ik vorige keer kennelijk niet zo m’n best hoeven doen, want in deze had ik veel minder moeite gestoken :P ), stond positief tegenover het doen van een vervolgexperiment om mijn vindingen te bevestigen en vond het zowaar een goed idee als ik de resultaten de komende maanden opschrijf in een artikel. Cool!

Maar dat was niet de enige verrassing op de (overigens erg fraaie) campus van de uni van Tokyo. Je moet er bijvoorbeeld oppassen voor “de vogel die ‘gaa, gaa’ zegt”, aldus het bord. Inclusief plaatje van poppetje dat wordt aangevallen door een gaa-gaa-vogel. Only in Japan:D

Filed under Japan, RIKEN, Tokyo. Date: 5 March 2009, 14:49 | 3 Comments »

De Russen hadden de metrostations als “paleizen van het volk”. Van de glorie van de meeste zal alleen wel weinig meer over zijn. Nederland had het Paleis op de Dam in gebruik als stadhuis, maar is er sindsdien niet echt meer in geslaagd een mooi gebouw voor algemeen gebruik neer te zetten. En voor het paleis in kwestie moet je inmiddels betalen (terwijl het van ons allemaal is, want we betalen belasting!)… Maar waar de Russen hun gemeenschappelijke ruimtes laten vervallen en de Nederlanders ze kapotreguleren, kunnen de Japanners hun schaarse grond uitstekend delen, zelfs in een stad met tien miljoen mensen.

Vandaag was ik op een plaats die dat deelgedrag prachtig illustreert: Ueno park. Ueno park is een bijzondere plek. Het ligt op de plaats waar honderdvijftig jaar geleden een overmacht van keizerlijke troepen de laatste tweeduizend trouwe samurai van shogun Tokugawa verpletterde. Weinig herinnert thans aan die bloedige dagen, behalve als je weet waar je moet zoeken. Het aparte beeld van een krijger met een hond is bijvoorbeeld van Saigo Takamori, een invloedrijke samurai uit die tijd die geloof ik bij die slag betrokken was.

Ook tegenwoordig is het park niet zomaar een park. Behalve de vele heiligdommen die het park rijk is (waarvan eentje, je verzint het niet, gewijd is aan Tokugawa Ieyasu, een voorvader van de man wiens leger op die plek werd weggevaagd) en de gewone functie als “park” vervult het nog een aantal speciale rollen. Allereerst is het een uitstekende plek om kersenbloesems te kijken aan het begin van de lente. Naar verluidt kun je er dan over de hoofden lopen, dus ik vraag me een beetje af wat er dan zo leuk aan is – of zou het net zoiets zijn als Koninginnedag? Ik zag in ieder geval nu al waarom het er over een maand of twee, drie zo mooi zal zijn. De brede weg met aan weerszijden overhangende kersenbloesembomen zorgen zelfs zonder bloesems al voor een mooi doorkijkje. Groen aanleggen kunnen ze hier wel… Verder ligt in het park een dierentuin (!), en in de dierentuin staat een oude pagode (daar kon ik dus niet naartoe zonder de dierentuin in te gaan, en daar had ik geen zin in in de regen. De dierentuin staat overigens bekend om zijn panda’s, maar toevallig las ik vanmiddag dat de laatste panda die ze hadden vorig jaar is doodgegaan…)

En dan is er nog de rol die het park ’s nachts vervult. Misschien kwam het omdat ik het van tevoren wist, maar al na m’n eerste meters in het park voelde ik dat ik in de gaten gehouden werd. Sommige mensen die er rondliepen lopen er misschien ogenschijnlijk de hele dag de boel in de gaten te houden. Ze wonen er: ’s nachts verandert het park in een groot daklozenbivak. Het park is dus écht van iedereen. Overdag zijn alle slaapspullen (min of meer) netjes uit het zicht opgeborgen, maar ’s avonds komen de blauwe zeilen en de kartonnen dozen te voorschijn. Met alle gevolgen van dien natuurlijk: het park geniet niet bepaald de reputatie van een veilige slaapplaats doordat soms wat mensen hun onenigheid met de wereld afreageren op de eerste dakloze die in het vizier komt. En kennelijk hebben de daklozen ondanks hun berooidheid meer dan genoeg te eten, want tijdens mijn korte wandeling door het park kwamen een handvol redelijk tamme zwerfkatten en een dozijn al net zo tamme vliegende ratten vrolijk kennis met me maken.

National Museum

Maar hoe interessant het park ook mag zijn, ik kwam voor wat er in het park staat: het National Museum. Het “Rijksmuseum van Tokyo” bestaat uit een aantal gebouwen, en voor een miezerige 400 yen mocht ik bij allemaal naar binnen (okee, ik moest wel met m’n Nederlandstalige VU-pasje naar de kaartjesscheurder zwaaien, zonder dat zou me tweehonderd yen extra zijn afgetroggeld, dus om het geld hoef je het sowieso niet te laten). Voor elk gebouw een speciaal paraplu-opbergsysteem met slotjes, en in elk gebouw gratis kluisjes om je spullen in op te bergen. Netjes geregeld. Minder netjes waren de Japanners zelf, zo leek het in eerste instantie: men trok onbeschaamd de fototoestellen te voorschijn en ging zo de voorwerpen staan fotograferen. Maar Japan zou Japan niet zijn als daar niet een mij onbekende ongeschreven regel voor bestond: je mag in het museum alles fotograferen, tenzij erbij staat dat het niet mag.

Qua collectie is het National Museum een beetje het British Museum van Japan. En dat treft, wat ik vond het British Museum errug leuk (en daarnaast goed te betalen ;) ). Vooral oudheden dus, van heel lang geleden (prehistorie) tot vrij recent (vroege twintigste eeuw) passeerde zo’n beetje de hele geschiedenis van Japan aan de hand van allerlei voorwerpen, kledingstukken en (Boeddha)beeldende kunst de revue. Ook was er een enigszins verscholen gebouw waarover ik in de reisgids had gelezen: de keizer heeft ooit 300 schatten van een armlastige tempel gekocht zodat die tempel kon worden opgeknapt, en die voorwerpen worden tentoongesteld in het gebouw dat je alleen vindt als je weet dat het er is. En tja, dat heb je als je van een Boeddhistische tempel de boedel opkoopt: ook in dit gebouw veel Boeddhabeelden… Overigens wel uitzonderlijk netjes uitgestald op ordelijk binnen een rechthoekig gebied geplaatste zuiltjes.

Dan was er nog een gebouw met voorwerpen uit de rest van Azië, maar na de uitgebreide Japan-collecties deden die een beetje aan als een verzameling met “oh ja, we hadden dit ook nog, hmmm, dat zetten we maar in dit gebouw”. Overigens vonden ze Irak en Iran ook Aziatisch genoeg om in dit gebouw te mogen staan, en uit elk land hadden ze wel een Boeddhabelichaming vandaan weten te halen. Hmmm.

Tenslotte waren er nog twee tentoonstellingen waarvoor je een apart kaartje moest kopen (dat minstens even duur was als dat voor de rest van het museum). Dat heb ik maar niet gedaan en dat bleek maar goed ook: na vier gebouwen afgestruind te hebben had ik het wel even gehad. Van oudheden kijken krijg ik niet snel genoeg, maar ik kon na vier uur museumplezier geen Boeddha meer zien…

Filed under Tokyo. Date: 31 January 2009, 23:44 | 2 Comments »

15  Dec
Ginza

Er was nog een stukje Tokyo dat ik nog niet had gezien, Ginza. Vroeger werden hier munten geslagen, maar tegenwoordig worden er vooral munten uitgegeven: Ginza is voor Tokyo wat de P.C. Hooftstraat voor Amsterdam is, behalve dat het hier ’s avonds ook nog goed uitgaan schijnt te zijn (maar wederom alleen als je munten overhebt…). Het leuke is dat ze ’s weekends de straat afsluiten voor al het verkeer op wielen en dat je dan gezellig met z’n allen op de weg mag lopen. Hmmm, dat klinkt een beetje knullig als ik het zo zeg. Maar het is echt erg leuk! Misschien dat de foto’s het een beetje weergeven.

De grote winkelstraat in de Ginza (om mij onduidelijke redenen heeft men het hier over “de” Ginza in het Engels) biedt een beeld op een heel stereotypisch stukje Tokyo. Ook binnen in de winkels wordt aan al je verwachtingen voldaan: heel… veel… mensen. Tenminste, in de betaalbare winkels, in de dure boetieken staat veelal meer personeel dan er klanten zijn. Ik ben een kledingwinkel in geweest maar wist niet hoe snel ik er weer weg moest zien te komen. Even verderop zag ik mensen in de rij staan voor de H&M. In de rij! Okee, H&M is hier net dit jaar begonnen, maar toch, voor ik toch in de rij zou gaan staan om een winkel in te mogen…

Over rijen gesproken, ik kwam ineens een rij van enkele tientallen vrouwen tegen. Ik keek even goed en zag aan het einde van de rij een in paars geklede (!) Japanse man staan die aan de dankbaarheid om zijn vriendelijke woorden en handtekeningen te oordelen marginaal beroemd was. Vreemd overigens dat ze een handtekening willen in een land waar helemaal geen handtekeningen worden gebruikt: iedereen heeft hier een stempel – hanko of inkan – en die heeft dezelfde status als een handtekening bij ons, mits er met rode inkt gestempeld wordt. Anyway, ik kon jullie natuurlijk de foto van deze BJ’er niet onthouden, dus ik probeerde een foto te maken. Helaas vond m’n camera het nodig om te flitsen, waarop ik werd weggekickt door een vrouwtje dat vond dat ik geen foto’s mocht maken van paarsmans. Kinderachtig…

Tenslotte is een erg leuke attractie in Ginza het Sony-gebouw. Het is niet zozeer een winkel, als wel een soort permanente tentoonstelling van Sony’s gadgets. Zo zag ik bijvoorbeeld de Rolly, een revolutionaire *kuch* mp3-speler met ehm… ingebouwd dansje. Kost zo’n 250 euro, maar dan heb je wel mooi de hipste ehm… dinges in huis. :D Zie filmpje…!

Filed under Tokyo. Date: 15 December 2008, 20:20 | 3 Comments »

08  Nov
Design Festa!

Je kent me misschien niet als een erg cultureel verantwoord persoon, en dat is niet voor niets. Ik heb een zorgvuldig opgebouwde reputatie van culturele onverschilligheid in stand te houden. Heb drie jaar lang de CKV’ers mogen uitlachen als er weer een golf van “En Joost, ga jij nog naar die opera donderdag? Nee?! Maar je hebt nog maar vet weinig culturele activiteiten gedaan dit jaar!” langskwam en ik mijn favoriete uitleg “Aah, maar die regel geldt niet voor mij!” kon geven. Maar hoewel een museumbezoek niet iets is dat je makkelijk gaat doen vanuit Uithoorn (center of the universe) heeft men me er het afgelopen jaar weleens op kunnen betrappen. Zelfs nog een keer met Miranda naar Assen afgereisd… Toevallig genoeg was dat “Go China” trouwens.

Hier gaat het allemaal iets makkelijker. Om te beginnen heb ik natuurlijk toch niets beters te doen in het weekend. Wat je te zien krijgt is natuurlijk ook niet te vergelijken met wat we in Nederland hebben. En tenslotte is de reis erheen soms al een avontuur op zich. Vandaag ben ik namelijk met de yurikamome naar Odaiba gegaan voor Design Festa.

De yurikamome

Vooruit, even een kort stukje over de yurikamome. Je kent natuurlijk de trein, de metro en de tram (trams hebben ze niet in Tokyo trouwens). Die zijn suf vergeleken bij dit. De yurikamome is een onbemande (!) lijn tussen Tokyo en Odaiba, een kunstmatig eiland in de baai van Tokyo. Het lijkt op een monorail, maar hij rijdt eigenlijk op rubberen wieltjes. Zegt wikipedia, dus is het zo. Anyway, is het sowieso al leuk om een ritje in een onbemand voertuig te maken (geen cabine voor de bestuurder, dus uitzicht door de voorruit!), met het uitzicht van deze lijn wordt het helemaal een feest. De rail ligt namelijk boven de grond. Ver boven de grond. Als in een meter of tien, twintig. Het doet een beetje denken aan een stad uit Star Wars, met vliegende auto’s. Okee, dus we rijden nog steeds op rails, maar het lijkt net of je door de stad vliegt. Je ziet Tokyo en Odaiba vanuit een heel ander perspectief. De foto’s doen de ervaring helaas geen eer aan, maar ik zal het vast nog een keer doen en dan verover ik een van de voorste plaatsen!

Odaiba

Om te zorgen dat je niet na je spacy yurikamome-rit in een oud hol belandt, is Odaiba een aaneenschakeling van futuristische architectonische hoogstandjes. Functionaliteit hebben ze niet bijster hoog in het vaandel staan, maar het ziet er gaaf uit, dat kun je ze niet ontzeggen. Veel meer dan de grote gebouwen heb ik trouwens niet van Odaiba gezien, want ik had iets anders te doen…

Design Festa

Kort gezegd betekent Design Festa dat ze een soort RAI/Jaarbeurs volproppen met allerlei kunstenaars/designers. Iedereen krijgt een soort kraampje, en daar mag je mee doen wat je wilt om jouw kunst dichter bij de mensen te brengen en ervoor te zorgen dat je beroemd wordt. Er waren ook een paar podia waar iets gebeurde, maar dat was vooral leuk voor het Japanse publiek dus daar had ik niet zoveel interesse in (wel een hele gave Japanse metalband gezien: Trailblazing of Symphonia!). Sommige mensen waren compleet uitgedost gekomen, Ã la Elf Fantasy Fair maar dan op z’n Japans. Loop je opeens twee gasten in pak tegen het lijf… met gasmaskers op!

De gemiddelde artiest hier was erg jong, en had niet zoveel op met de traditionele kunstdingen. Er waren een paar “echte” schilders bij, en een paar mensen die andere dingen op doek/papier deden dan schilderen (een hele goede kleurpotloodartiest bijvoorbeeld, wasco-kunstenaars, etc.), maar verder was het vooral alternatief en… hapklaar. Je kunt op Design Festa namelijk van alles kopen, dus verreweg de meeste kunstmensen hadden take-away kunst klaarstaan voor je. Dit varieerde van posters (helaas heel weinig en vooral op A4-formaat, hoe durven ze die überhaupt posters te noemen…) en ansichtkaarten (zonder ansichten hoor je er niet bij hier, zoveel was duidelijk) tot sieraden, planten en poppetjes, heel veel poppetjes. Knuffelbaar design (letterlijk!) is kennelijk helemaal de shit in Japan. Gaaf!

Sommigen pakten het erg leuk aan, eentje had een soort kijkdoos staan met daarin een tafereel met allemaal kleine zwarte poppetjes met zakken over hun hoofd. Als je het leuk vond mocht je er eentje kopen voor 100 yen :D Meisjes die kleine kaarsjes zaten uit te delen. Bergen met visitekaartjes. Heel veel mensen die zich door katten hadden laten inspireren, tegenover één hondenpersoon. Heel veel mensen die zich door het vrouwelijk lichaam hadden laten inspireren – neem het ze eens kwalijk – tegenover een enkel plaatje van een man.

Zoals het goede kunstzinnigen betaamt zijn ze dus erg moeilijk in hokjes in te delen op DF. Ik zal dan ook verder maar niet proberen een overzicht te geven van het evenement, maar gewoon een foto-overzicht geven van wat ik heb zoal gezien. En van wat ik heb gekocht en gekregen natuurlijk, maar dat zijn voornamelijk cadeaus voor jarigen in Nederland dus die kan ik natuurlijk niet op internet zetten…

Tevens filmpje:

Het is een iets warriger stukje geworden dan je misschien van me gewend bent, maar ik denk dat je na het filmpje en de foto’s wel begrijpt hoe dat komt… :D

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Tokyo. Date: 8 November 2008, 21:09 | 8 Comments »

Okee, dat je op sommige plaatsen niet mag smorken heb ik óók dit weekend ontdekt, maar ik heb nog meer gedaan en had geen tijd om het op te schrijven. Vrijdagavond het afscheidsetentje (en borreltje) van Nadine Hornig, die zo vriendelijk was de foto’s naar me op te sturen:

Verder dit weekend natuurlijk de Gohonzonners, maar dinsdag had ik nog een vrije dag (“cultuurdag”, een van Japans talrijke nationale feestdagen. Vorige week “dag van de ouderen”, nu dit… I love this country! :D ) en dus ging ik (wederom) op zoek naar een EEE pc met linux. Dus, naar Akihabara, elektronicahoofd”stad” van Japan. Supervette computerwinkels allemaal, een soort nerdhemel, maar een EEE met linux… ho maar. Verkopen ze in heel Japan niet, wisten ze me te vertellen. Grrr.

Okee, tot zover m’n frustratEEE, ik ben toen maar doorgereden naar Asakusa, alwaar men de grootste en mooiste tempel van Tokyo schijnt te hebben. Eén woord: niet. Okee, zeker groot, best mooi, maar de tempel in Shinjuku was veel mooier. En rustiger bovendien! Okee, had ik maar niet op een feestdag moeten gaan zul je zeggen. En dan zul je gelijk hebben. Maar goed, laat de foto’s voor zich spreken en oordeel zelf welke je mooier vindt… (deze had dan weer wel een mooie pagode. Jammer dat je er niet in mocht…)

Klik hier voor de andere tempel, ter vergelijking

Leuk detail trouwens, er stond een soort put met rokende stokken erin. Je kon die stokken verderop kopen, dan steek je ze aan en dan komt er een soort BBQ-lucht vanaf. Is leuk. Viel spaß. Dan zet je ze in die put (het zag er alleen uit als een put, het was een soort bak met zand) en dan komen er allemaal mensen opaf om die rook in te ademen. Snap er niks van, dat spul stonk echt naar barbecue, dat ga je niet voor je lol inademen.

Klik hier voor het filmpje…

Morgen mag ik m’n verblijfsvergunning-pasje-ding ophalen. Dan begint het leven in Japan pas echt, zeggen ze. Ik ben benieuwd. Uiteraard dus zsm een fotootje van m’n nieuwste officiële document online zetten :D

Filed under Japan, Tokyo. Date: 25 September 2008, 20:46 | 3 Comments »