Zondagavond: eten in het vampierrestaurant in Ginza. Leuk ingericht in “vampierstijl”, maar wel een beetje aan de rustige kant. Lachen ook bij binnenkomst, als de stoere vampier (die het echt heel goed deed) met een donkere stem “irasshaimase” (welkom) zei. De dames aan de tafel naast ons waren opgelucht dat wij het lef (lees: gebrek aan fatsoen) hadden om om een foto te vragen. Hier wat foto’s van de avond, van drie verschillende camera’s…

Daarna was het écht afscheid nemen op maandag, en dat viel me nog best zwaar. De fiets heeft Morana als nieuw baasje, en ook met m’n andere spullen is het grote weggeefspel op het laatste moment goed gelukt. Met 31.1 kg spul (met 3600 yen toeslag voor 8 kilo is dat veel goedkoper dan met de post alles naar huis sturen, het is alleen wel een hoop gezeul) + handbagage verliet ik Japan. Nou ja, dat was de bedoeling, want mijn handbagage bevatte een eng dingetje volgens de scan, dus die mocht open (“mag ik even in uw koffer kijken alstublieft?” “mag ik hem openmaken?” “wat zit in er in dit doosje?” “mag ik hem openmaken?” – “jahaa, ik wil gewoon met dat vliegtuig mee hoor :D “). Het enge dingetje was volgens mij uiteindelijk een rekenmachine. Dat begrijp ik wel, je wilt natuurlijk ook niet dat iedereen zomaar dingen kan uitrekenen in het vliegtuig…

Flauwe grappen terzijde, de BA-vlucht was zo saai als een intercontinentale vlucht kan zijn (en dat is een goed teken denk ik); de service vond ik, nu ik wat vergelijkingsmateriaal heb, iets minder dan van Japan Airlines. Overstappen op Heathrow draagt ook niet bij aan de feestvreugde. ;) Maar ja, ik ben weer thuis, en alweer druk aan het inburgeren. Heb weer auto gereden (rechts), een nieuwe telefoon gehaald (mail even als je m’n nummer nog niet hebt), en natuurlijk in korte tijd alweer zoveel mogelijk mensen even gezien. Met nog een paar weken “vakantie” voor de boeg hoop ik nog even tot rust te komen, en dan op naar stage nummer twee. T.z.t. misschien nog wel meer daarover, en nog wat restjes uit mijn foto- en verhalenarchieven uit Japan. Maar nu ga ik eerst weer even terug de echte wereld in, mijn platte Nederland weer even bekijken.

Filed under Japan, Nederland. Date: 5 June 2009, 16:30 | 2 Comments »

Een van de handigste zinnetjes om te kennen in het Japans is “otsukaresama desu” (of, in verleden tijd, -deshita). Je zegt het tegen collega’s of “mensen die gewerkt hebben”: “goed gewerkt”. Letterlijk, maar toch nog vrij vertaald: “u hebt zich vermoeid”.

Wat mij nog het meest verbaasde was dat het zinnetje waar ik in mijn Japans-boek zo overheen las (“onhandig lang en dus te moeilijk om echt in gebruik te zijn”) écht wordt gebruikt, en dan voor van alles en nog wat. Ze zetten het boven e-mailtjes naar een groep collega’s (“Beste allemaal. Goed gewerkt. … “), ze zeggen het bij het tegenkomen van collega’s in de gang of bij het koffie-apparaat, ze zeggen het als je vanuit werk naar huis gaat (het dan geëigende antwoord betekent: “ik bega vóór jou een onbeleefdheid”), en ze zeggen het zelfs als je een huurauto terugbrengt. Kennelijk is niet botsen ook goed gewerkt.

Gisteren fietste ik even na vijven de poort uit bij Riken. Ik had mijn laatste presentatie achter de rug; er waren geen gaten in m’n verhaal geschoten tijdens de vragenronde, dus ik had (inderdaad) goed gewerkt. De geüniformeerde bewaker zei “otsukaresama desu”, maar bedoelde natuurlijk “wat ga jij vroeg weg!”. Ik beantwoordde zijn “begroeting”, maar dacht ondertussen, “dit is de laatste keer dat je mij kunt otsukaresama-en…”

Ja, het loopt nu écht ten einde. Mijn appartement is een grote inpak- en weggeefrommel. Vandaag was het (toen ik eenmaal was bijgekomen van een avondje poolcafé met Marina) souvenirs inslaan. Voor mezelf neem ik eigenlijk niet eens zoveel mee. Misschien zoals een Nederlander geen Delftsblauwe klompjes koopt in Amsterdam, ben ik nauwelijks geïnteresseerd in de miniatuurtjes van de vele bezienswaardigheden die ik heb bezocht. Wat ik voor mezelf meeneem zijn vooral herinneringen en de (2500) foto’s en filmpjes. Maar mijn echte aanwinst is natuurlijk de waterkoker – die gaat koste wat kost mee… (en dat kost heel wat, want het ding heeft ook nog eens een dure stroomomvormer nodig voor gebruik op het Nederlandse elektriciteitsnet… :D )

Wat dan wél de buit was van mijn shop-rondje? Nou, onder andere een koffer op handbagage-formaat. Nu kan ik drie keer zoveel handbagage meenemen! Ik zal me een ongeluk zeulen naar en op de drie vliegvelden die ik dinsdag ga zien… maar het zal het waard zijn! :cool: Nog drie nachtjes….

Filed under Japan, Japans, Nederland. Date: 31 May 2009, 0:00 | 6 Comments »

28  May
De laatste week

Time flies when you’re having fun…

Vlak voordat ik in september landde heb ik een “eerste week” stukje geplaatst. De eerste week zat lekker vol met allerlei welkomsactiviteiten. De laatste week lijkt daar een beetje op, maar dan anders…

Morgen is mijn artikel af (op wat laatste gegevens van de mannen van de Universiteit van Tokyo na) en geef ik mijn eindpresentatie. Daarna hopelijk nog wat biertjes drinken.

Zaterdag shoppen en inpakken! Volproppen met souvenirs die koffer :D

Zondag: eten in het vampierrestaurant in Ginza, met Marina, Morana en Sylvia. Hoe toepasselijk, Sylvia heeft voor d’r proeven al meerdere malen m’n bloed gebruikt…

Maandag ga ik mijn boeltje opruimen bij Riken, toegangspasje inleveren en iedereen gedag zeggen. ’s Avonds nog wat drinken met m’n verdiepingsgenootjes van het student house.

En dinsdag is het alweer voorbij…
Hier tenslotte m’n vluchtgegevens:

Vlucht BA-6, Narita – London Heathrow. Vertrek 10.55, aankomst 14.50.
Vlucht BA440, London Heathrow – Schiphol. Vertrek 1600, aankomst 18.15.

Filed under Japan, Nederland. Date: 28 May 2009, 23:59 | 8 Comments »

23  May
Afscheid (1)

View full post for English!

Dit bericht is het eerste in een serie over mijn onvermijdelijke maar hopelijk slechts tijdelijke afscheid van Japan.

De laatste weken wordt me met steeds grotere regelmaat gevraagd wat er nu door me heen gaat. Mijn standaardantwoord, gemengde gevoelens, is precies wat er ook echt door me heen gaat. Ik ga terug naar een land met mensen die ik ken en eindelijk weerzie, een taal die ik beheers en procedures die ik begrijp. Maar dat land heeft ook zijn mindere kanten, zoals stoplichten en het kabinet-Balkenende IV. Daarnaast verbrand ik hier écht mijn schepen: in Nederland wist ik toen ik in september wegging dat ik “snel” weer terug zou komen, en mijn huis en spullen heb ik dus nog. Hiervandaan neem ik mee wat ik kan dragen, en meer niet. Mijn “huis” wordt aan een ander verhuurd en mijn gaijin-card moet ik inleveren.

Ik weet het, en iedereen weet het – het komen en gaan van Japangangers is bij RIKEN haast de dagelijkse gang van zaken. Dat neemt niet weg dat ook hier mensen het rot zullen vinden dat ik wegga. En zo is twee weken voor vertrek het afscheid nemen dan daadwerkelijk begonnen…

Voor mijn Hiroshima/Himeji/Nagoya-avontuur kwam bijvoorbeeld tijdens het eten toevallig ter sprake dat ik een Mahjong-spel had gekocht. Fukuda-san wist niet wat ie hoorde en trommelde tijdens mijn trip de mannen op voor “afscheids-Mahjong”. Afgelopen donderdag hebben Fukuda-san, Hasegawa-san, Kawai-san (die het wild ingewikkelde scoresysteem uit z’n hoofd kent!) et al. me met eindeloos geduld leren Mahjongen. Beginnersgeluk is een wonderlijk fenomeen en het eerste rondje heb ik ze verpletterd met mijn tsumo. Tsumo is het pakken van een steen, en daarbij had ik die dag uitzonderlijk veel mazzel. Nog daarvóór had Hasegawa-san op mijn afscheidskaart een Mahjongende poes getekend die “tsumo” zegt – helderziendheid kent geen tijd. Het werd uiteindelijk half twaalf voor we uitgemahjongd waren. Een unieke ervaring voor mij, mahjongen met de Japanners, en ook voor hun, mahjongen met een niet-Japanner…

De dag erna, gisteren, was mijn afscheidsborrel. Hadden de meiden samen met Carsten en Michiel geregeld, en we waren uiteindelijk met z’n 22en in de izakaya. Dresscode: oranje, en ondanks dat dat pas de dag van tevoren was medegedeeld hebben ze nog aardig wat oranje weten op te trommelen (Morana had speciaal bij de Uniqlo een shirt in de meest pijnlijke kleur oranje gescoord ;) ). De eerder al genoemde kaart met afscheidsboodschappen kreeg ik daar, en die vond ik ook erg leuk. Een greep uit de sappige quotes:

I wish His Joostship a good luck for World Domination. May your plans not be stopped by entrance of tearing vegetables. ~Charles

[..] Comparative shokudomics is the next science frontier. ~Nicolas

[..] we will try to stay “Joostified”. ~Al

I look forward to seeing you dominate the world with your ideas and software. ~Jessica

[..] I hope you will ‘bravely’ find ‘the powerful device’ whose ‘power is only exceeded by its mistery’. ~Morana

En nu is het écht bijna afgelopen. Vanavond eten met Akiko-san, m’n student Nederlands, en dan is het al bijna tijd om in te pakken. Deze week het artikel afmaken. Afscheidscadeaus en souvenirs zoeken. Eén afscheidscadeau heb ik sinds gisteren alvast: Sylvia bekende in de izakaya mijn bloed te willen hebben. Voor wetenschappelijke doeleinden… hoop ik ;)

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Japan, RIKEN. Date: 23 May 2009, 15:42 | 4 Comments »

In Japan hebben mannen een… apart leven. Als ze in dienst zijn van een groot bedrijf tenminste. Er wordt van je verwacht dat je zeker 10, zo niet 12 uur per dag werkt, en daarna is het dikwijls ook nog vrijmibo (of mamibo, dimibo, etc) op kosten van de baas. Resultaat: het is na twaalven en je hebt de laatste trein gemist, want zo vroeg stoppen ze er al mee hier… Gelukkig heeft de Japanse samenleving een aantal creatieve oplossingen bedacht voor die rare treinschema’s. Eén daarvan, het capsule-hotel, stond al een tijdje op mijn lijstje met dingen om een keer te doen hier.

Voor mijn nachtje in Nagoya had ik me voorgenomen in zo’n capsule-hotel te slapen, en dat is gelukt… wat een ervaring. In een capsule-hotel heb je geen kamer maar een hokje, een capsule. Slapen en weer wegwezen is het devies. Ik kwam op de zevende verdieping van een gebouw in een matige buurt de lift uit en werd in koor begroet door de mensen achter de balie (“irrashaimase!”). Gekozen voor het “pakket” waarbij je behalve van je kamer gebruik mag maken van het badhuis op de vierde verdieping, dat leek me wel zo handig. Na het betalen (ik hoefde geen paspoort af te geven, maar wel 3300 yen; jeugdherberg K’s House was dan goedkoper én leuker… maar minder buitenaards) werd ik begeleid naar een ruimte met allemaal (iets te kleine) kluisjes, daar kon ik mijn spullen in stoppen en een blauwe “pyjama” aantrekken. Ik liep door een woonkamer met banken vol rokende mannen van middelbare leeftijd (het hotel is alleen voor mannen). In koddige blauwe pyjama’s, net een club. Achter de glazen klapdeuren bevond zich het raarste “hotel” dat ik ooit gezien heb. Ik had wel foto’s gezien, maar in het echt is het indrukwekkender. Een stuk of vijftig hokjes, twee op elkaar. In mijn hokje (nummer 7220) vond ik een tv-tje, een radio en nog wat dingen die heel hip waren toen het hotel werd gebouwd maar nu niet meer zo bijzonder zijn. Draadloos internet schitterde helaas door afwezigheid (maar dat leverde me weer een andere ervaring op, zie verderop).

Na even rondlopen gaan nog veel meer dingen opvallen. Ten eerste dat ik als een gek word aangestaard. Dit is het meest buitenaardse hotel dat ik ooit heb gezien, maar ikzelf word bekeken alsof ik een alien ben! Hmpf. Dito in het badhuis, mensen kijken op omdat je in hun ooghoek verschijnt, kijken weg en dan draaien ze hun hoofd verschrikt weer naar je om als ze zich ineens realiseren dat ze net een gaijin zagen. Gratis tandenborstels, scheermesjes en scheerschuim in het badhuis, maar gek genoeg geen tandpasta. Om het onverwacht buiten de deur slapen nog aangenamer te maken is er van alles te doen (zowel in het badhuis als in het hotel). Videospelletjes, roken, nog meer roken, schoon ondergoed en sokken kopen (!), bier drinken uit de automaat of een krant of stripboek lezen (de stripboeken hebben allemaal een halfontkleed getekend vrouwtje op de voorkant – netjes aangepast aan de doelgroep…). Het “badkamertje” in het hotel heeft kleine echte handdoekjes voor eenmalig gebruik, in plaats van die gare rollen katoen die je weleens in openbare gelegenheden hebt.

Geïnternet heb ik uiteindelijk in het mangakoffiehuis (mangakissa) om de hoek. Hoewel ze oorspronkelijk alleen waren bedoeld voor het lezen van stripboeken onder het genot van een drankje kun je er nu van alles doen. Lezen, tv of video’s kijken, internetten, en vast nog wel meer. Je betaalt per uur en alle drankjes zijn gratis (maar non-alcoholisch natuurlijk). Alleen voor eten moet je extra betalen; het basistarief is drie euro per uur maar het wordt minder als je langer blijft. Want daar zit het hem in: een beetje mangakissa is 24 uur per dag open. Dat betekent dat als je de laatste trein mist je ook daar kunt slapen (en dat doen ze dan ook). Raar, slapen in een koffiehuis? Wacht maar tot je er een van binnen ziet (of zie de foto’s! ;) ). Ze hebben privé-hokjes! Wist ik voor gisteren ook niet… En de stoelen in die privé-hokjes zijn mega-relaxed – daar valt dus prima in te slapen.

Terug naar het capsule-hotel, daar werd ik na een tukje in de eigenlijk iets te kleine capsule (langer dan mijn 1.80 wil je echt niet zijn!) ’s ochtends om 7:50 wakker gemaakt door een medewerker die me erop wijst dat ik voor half negen in bad moet als ik wil badderen. Huh? Ik ben gisteravond toch al geweest? Nouja, ik ben toch al wakker en ga dus maar nog een keer in bad, en daarna snel (en extra schoon) de wijde wereld in. Want grappig als de ervaring mag zijn, de Capsule Inn in Nagoya is niet een plek waar ik voor m’n plezier langer blijf dan strikt noodzakelijk. Veertigers en vijftigers die me (achter m’n rug en soms per ongeluk in m’n gezicht) aankijken alsof… ja, wat eigenlijk? Het klopte in elk geval niet. Ik ben een leuke ervaring rijker, maar de volgende keer dat ik el cheapo ergens moet slapen wordt het een jeugdherberg of mangakissa!


Nagoya

Na het vroege opstaan had ik lekker veel tijd voor Nagoya, maar uiteindelijk bleek ik het niet eens allemaal nodig te hebben. Dat is niet om te zeggen dat er niks te zien was. Het kasteel van Nagoya was erg mooi. Van buiten tenminste, want het was in de jaren vijftig herbouwd en binnenin kon je zien dat het nieuw was en dat is natuurlijk minder leuk. Voordeel daarvan was wel dat ze binnen goeie elektriciteitsaansluitingen e.d. hadden en dat ze dus een mooie tentoonstelling hadden kunnen opbouwen. De tuin van het kasteel was ook mooi, en er werden nog wat planten tentoongesteld op het pad naar het kasteel.

Daarna ben ik nog naar het Tokugawa kunstmuseum gegaan. Dat lag een beetje uit de richting dus ik ging met de bus. Hoewel dat het meest buitenlanderonvriendelijke vervoersmiddel van het land is ging het zowaar in één keer goed *trots*. Het museum had een aantal mooie exposities maar daarnaast wel erg veel kalligrafie – en ik kan dat oude Japans allemaal toch niet lezen dus zo interessant is dat voor mij niet. Tokugawa Ieyasu was trouwens de eerste shogun (militair heerser) van Japan. Heel het land loopt met hem weg omdat hij het land verenigd zou hebben, en het wordt hem gevoeglijk vergeven dat ie er een aantal bijzonder wrede gewoontes op nahield. Toegegeven, onze kruisvaarders waren ook geen lieverdjes, maar wij gedenken ze in ieder geval als de slagers die het waren en niet als helden…

Tenslotte heb ik de Osu Kannon nog bekeken, een grote en druk bezochte boeddhistische tempel in het zuiden van de stad. Volgens mij kwam het meeste bezoek trouwens vooral omdat het gratis was en vlak naast een drukke winkelstraat. Met, je raadt het nooit, een capsule-winkel! Allemaal superkleine winkeltjes in één gebouw. Nu, om zes uur, zit ik alweer in de trein naar huis. Moe maar voldaan, en met nog zo’n twee weken te gaan…


Filed under Japan. Date: 17 May 2009, 21:12 | 3 Comments »

17  May
Himeji

Himeji wilde ik vanaf het begin al zien. Niet alleen is het een van de mooiste kastelen van Japan (als het niet de allermooiste is), het is ook nog in originele staat. Veel van de andere zijn ooit door een willekeurige ramp verwoest en sindsdien herbouwd, maar dan uit steviger materiaal – beton en staal. Toch jammer. Maar Himeji dus niet.

Ze bleken niets teveel te hebben gezegd – Himeji is echt een heel mooi kasteel. Als ik er zo eens bij nadenk is het denk ik het mooiste kasteel dat ik ooit bezocht heb. Enige minpunt: al… die… toeristen. Gelukkig geen luidruchtige schoolklassen, dat viel dan weer mee, maar slome keuvelende bejaarden zijn bijna net zo erg. Ik mag niet klagen, ik weet het, ik ben zelf immers ook een toerist, maar ik betrapte mezelf erop te denken “Shit, ze hebben me gezien!” toen ik een rustig pad op de binnenplaats op liep. Dat leek nergens naartoe te leiden, en daarom lieten ze het links liggen, maar toen ze mij zagen lopen kwamen ook de Japanners over de dam. 20 keuvelende bejaarden in “mijn” rustige parkje. Hmmm. In het parkje lag het “vrouwengebouw”, waar prinses Sen vroeger haar nachten onder bewaking doorbracht. Daar mocht je in (als je je schoenen uitdeed tenminste) en daar was het gelukkig wel rustig.

Een korte wandeling verder kwam ik aan bij de donjon, het hoofdgebouw zo je wilt. Binnenin een aantal exposities met kasteelspullen, oude vuurwapens, etc. Bovenin een aardig uitzicht, maar het leuke was dat voor deze ene keer (dat stond er tenminste, ik weet natuurlijk niet of het waar is) het kleinere gebouw naast de donjon ook open was voor publiek. Voor iemand die in een kasteel altijd alle gesloten deuren een duwtje geeft (“wie weet gaat er wel eentje per ongeluk open als ik langsloop”) is dat natuurlijk een buitenkansje.

Tot de overige aanraders volgens mijn reisgidsen behoorde de Kookoën-tuin, een aaneenschakeling van verschillende tuinierstijlen. In combinatie met een kaartje voor het kasteel was de toegang daarvoor bijna gratis, maar helaas was deze tuin meer voor de herfst aangelegd (dat had de reisgids ook al verteld trouwens). Dat is niet om te zeggen dat ie lelijk was, absoluut niet: als ik later in het geld zwem laat ik mijn tuin door een Japanner aanleggen!

Tot slot ben ik naar het prefecturale geschiedenismuseum geweest. Leuk was de tentoonstelling over de geschiedenis van de Japanse tekenstijl (honderdvijftig jaar oude stripverhalen! En sommige leken behoorlijk op wat ze nu normaal vinden…), maar minder leuk was het prijskaartje: 1000 yen. In het nationaal museum in Ueno park zie je veel meer voor veel minder! Grappig detail: in het museum stonden schaalmodellen van allerlei Japanse kastelen met daarbij voor kinderen de vraag: “welke is het grootst?” Himeji leek daarbij het grootst… omdat ze Edo (Tokyo) op een andere tafel aan de andere kant van de zaal hadden gezet :D )

Omdat Himeji verder een slaperig oord is – dat had ik door de vele bejaarden al wel een beetje kunnen zien aankomen – heb ik tegen vijven al de trein naar Nagoya gepakt. Lang leve de Shinkansen: ik heb in de trein dit stukje geschreven. En nu vanuit het capsule-hotel het berichtje snel op het blog gezet. Maar het verhaal over het capsule-hotel komt morgen! :)

Voor nu: de foto’s!

Filed under Japan. Date: 17 May 2009, 0:33 | 1 Comment »

Miyajima is een eiland met een torii (da’s die grote houten “poort” die altijd voor schrijnen staat) ervoor. Omdat het hele eiland gewijd is (vandaar de torii) mag je er geen kinderen krijgen en niet doodgaan. Dat lukt misschien niet altijd helemaal, maar je snapt het idee. Na een half uurtje met de trein is het tien minuutjes met de veerboot.

Eerlijk gezegd valt vanaf de veerboot het formaat van die torii me een beetje tegen. Ik heb er al zoveel foto’s van gezien en daarop lijkt ie meestal groter… Hoe dan ook, wat op het eiland (en in het water ;) ) staat is zeer de moeite waard. Ik heb de op palen gebouwde Itsukushima-schrijn gezien (die hoort bij de torii), de grote pagode verderop (die hoort ook bij de torii), een tempel die nooit is afgebouwd omdat de opdrachtgever halverwege de bouw doodging en een lekker rustige Boeddhistische tempel. Al met al een heel leuk eiland om een (half) dagje op rond te wandelen. Hét souvenir van dit eiland is een houten rijstlepel. Komt mooi uit, want die zijn lekker goedkoop, dus nu heb ik er ook eentje :) Gekocht van de schrijn, die gun ik het geld meer dan een willekeurig toeristenwinkeltje.

Na een half dagje kwam ik dus weer aan op het station van Hiroshima, en vroeg ik me af wat ik daarna zou doen. Het antwoord stond voor m’n neus: vele luidruchtige verkopers probeerden Hiroshima Carp-parafernalia te slijten. Hiroshima Toyo Carp (let op, niet Carps… gekke Japanners) is het honkbalteam van Hiroshima. Bij terugkomst in het hostel (even m’n souvenirs droppen) vroeg ik of er misschien een wedstrijd was, en ik had de mazzel dat ie over anderhalf uur zou beginnen. Voorzienigheid… snel gedoucht en op naar de Carps.

Je gaat je nu afvragen, wat doet die jongen bij een sportwedstrijd?! Eerlijk gezegd wist ik zelf ook niet zo goed wat ik ervan moest verwachten, dat is juist waarom ik ging… Gelukkig weet ik wel hoe honkbal werkt, dat scheelt. Voor 1600 yen kocht ik een kaartje op de tweede ring. Geen stoelnummers, dus lekker zelf uitzoeken, want het stadion is nog halfleeg… dacht ik. Wat de Japanners doen is vroeg op de middag één iemand vooruit sturen om een heleboel stoelen te claimen (door er een waaiertje, kussentje of papiertje op te plakken), zodat als de rest van de familie of vrienden na de derde inning komt aankakken er een plekje voor ze is. Ik vond een plekje achter de thuisplaat. Om me heen zaten gezinnetjes, mannen in pak, bejaarden, stelletjes, noem het maar op.

De Carps (ik was natúúrlijk voor de Carps…) werden helaas met 5-2 in de pan gehakt door de Giants, die ongeveer honderd keer zo weinig fans ter plaatse hadden. Nouja, gelukkig gaat de honkbalcompetitie me niet te erg aan het hart… Grappig en beschamend tegelijk was het dat ik een grote roze ballon kreeg van de oudere (en erg fanatieke!) mevrouw naast me kreeg. Zat zelfs een plastic tuutje aan om hem makkelijker te kunnen opblazen. Ik ballon opgeblazen en dichtgeknoopt. Na 6½ inning ging het “strijdlied” van de Carps aan. Ka~pu, ka~pu, ka~pu hiroshima // hiroshi~~ma ka~~pu en dan nog wat tekst over hoe goed ze zijn. Na afloop lieten tienduizend Japanners allemaal tegelijk hun ballonnetjes los. Tienduizend ballonnen de lucht in… en wie heeft ‘m nog? En ik me nog afvragen waarom ze allemaal met dat tuutje in hun handen bleven zitten in plaats van hem dicht te knopen. Oeps… the gaijin strikes again.

Hoeveel je toch in een dag kunt zien en meemaken… Morgen: Himeji en ’s avonds door naar Nagoya.

Filed under Japan. Date: 15 May 2009, 22:13 | 5 Comments »

« Previous Entries