01  Mar
Lesgeven

Ik heb sinds december met dank aan mijn buurmeisje en 30 meter kabel gratis internet. Nu had ik wel aangeboden te delen in de kosten, maar aangezien zij nog nooit een rekening heeft ontvangen heb ik ook nog nooit hoeven betalen. Maar deze week had zij een probleem, en ik dus een kans iets terug te doen: ze had zich opgegeven om zaterdag in YISH Engelse gesprekken met Japanners te voeren, maar ze had eigenlijk geen tijd. En dus…

… ging ik zaterdag Engels geven

En alles is natuurlijk in Japanse stijl, net als de vorige keer, want toen had ik me wel al zelf opgegeven om het te gaan doen. Na de ontvangst van de Japanners (1000 yen in ontvangst nemen, vinkje zetten achter naam, en dan bonnetje, zakje snoep, informatieblad en naamkaartje meegeven) eerst onszelf voorstellen in het Engels: de Amerikanen doen dat (iets te) nonchalant en relaxed, de Indiërs vol power en overgave en de Nederlander en de anderen ergens daar tussenin. De Japanners hadden al plaatsgenomen aan de (min of meer accuraat) naar niveau ingedeelde tafels; bij bepaalde plaatsen lagen bordjes “reserved” maar je zult natuurlijk net zien dat er een paar Japanners zijn die dat woord niet kennen en er toch zijn gaan zitten, tot vermaak van de studenten en verwarring onder de andere Japanners.

Vervolgens drie keer een half uur (op de minuut af!) gesprekken voeren in het Engels (“spreekt iedereen in Nederland zo goed Engels? Hoe leren jullie dat daar dan? Huh, van de televisie?!”) en daarna weer iets typisch Japans: alle studenten worden weer op een rijtje gezet en moeten de aanwezigen een message meegeven. Hoe verzinnen ze het… Dus de Amerikanen een relaxed en nonchalant “bedankt voor je komst”, de Indiërs een overenthousiast verhaal over hoe goed het is dat ze zijn gekomen en hoe belangrijk het is om regelmatig te studeren en aan dergelijke evenementen mee te doen (mag ik een teiltje?), en ik de semi-serieuze opmerking dat het heel goed is om Engels te leren, omdat je dan met iedereen ter wereld kunt communiceren en dus fijn in Nederland op bezoek kunt komen.

Hoe goed één en ander is voor ’s Japanners Engels valt te betwisten, want aan sommigen scheen het evenement een beetje voorbij te gaan, en voor de anderen kan het onmiskenbaar Indiase of Chinese accent van sommige studenten ook nooit bijdragen aan een realistisch beeld van “oorspronkelijk” Engels. Ikzelf heb in ieder geval – net als de Amerikanen die ik erover sprak – het gevoel dat mijn Engels er vooral slechter op wordt hier: alles moet in de omgang met Japanners altijd zoveel mogelijk in Jip en Janneketaal, en qua accent kan ik me hier ook moeilijk ergens aan optrekken.

Nederlands

Maar genoeg over de saaiste taal van het stel. Want geloof het of niet, ik trof vorige week in het gebouw een oproep aan van iemand die vroeg om… iemand die Nederlands spreekt. Je verzint het niet. Dus vandaag ontmoette ik in Yokohama Akiko-san. Akiko is (wederom, je verzint het niet) microbiologe en vertrekt komende zomer voor een jaar naar Nederland om in Zeeland (moet ik het nog zeggen? :D ) onderzoek te doen aan cyanobacteriën. En om het helemaal compleet te maken heeft ze nog interesse in de taal en cultuur ook – iets dat ik van heel veel buitenlanders in Nederland niet kan zeggen, zelfs aan de universiteit.

Vandaag dus even kennis wezen maken in een cafeetje (in Japan is dat een koffiehuis) in de buurt van het station, en meteen natuurlijk van alles toegelicht over Nederland en het Nederlands. Welk eten ze zeker moet proberen (Febo-voer en Hema-worsten!), wat ze zeker moet gaan zien (Koninginnedag in Amsterdam) en hoe je het Nederlands eigenlijk uitspreekt. Dat laatste is een behoorlijke uitdaging, want het Japans heeft maar vijf klinkers en het Nederlands gaat al snel richting de 15. Vooral de ui is een probleem, en de uu en oe bleken niet verschillend genoeg te klinken om ze uit elkaar te kunnen houden. Toch lastig als ze straks de huur wil gaan betalen…

Verder maakten vragen als “als je nou een werkwoord hebt met een direct en een indirect object, in welke volgorde moeten ze dan?” duidelijk dat leraar Nederlands voor anderstaligen een vak apart is. Mijn antwoord kan het moeilijk heel veel duidelijker hebben gemaakt:

Nou, het hangt er maar net van af:

  • Ik geef (aan) jou een boek;
  • Ik geef een boek aan jou, en;
  • (Aan) jou geef ik een boek

zijn allemaal goed.

Maar probeer maar eens uit te leggen waar het woord “niet” in al die gevallen terecht moet komen als je het tegendeel wilt beweren… Jaaa, wij Nederlanders hebben eigenlijk ook maar een apart taaltje, en ik vrees dat Akiko er nog veel leer”plezier” aan zal hebben. En hoewel ik haar graag wil helpen zich verder te verdiepen in onze taal, ben ik mezelf eigenlijk ook maar dankbaar dat ik de biologie in ben gegaan – dat zit tenminste nog een beetje logisch in elkaar…

Tenslotte op de foto’s hieronder de speciale hinamatsuri (poppenfestival-) snoepjes die Akiko voor me had meegenomen. Jeej!

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 1 March 2009, 22:52 | 3 Comments »

Als ze me ’s maandags bij Riken vragen wat ik ’s weekends heb gedaan, is mijn antwoord niet zelden een stellig “absolutely nothing”. Zelden echter is het zo waar geweest als het aanstaande maandag zal zijn. Na een vrijdagavond met Eivind, amaretto en Kirin had ik natuurlijk al kunnen zien aankomen dat zaterdag niet megaproductief zou worden. Maar aan de andere kant, zo erg is dat ook weer niet…

En zo is mijn enige activiteit van de dag een ritje Ito Yokado geweest, om wat te eten en een fles wijn te kopen. En een wijnglas om de wijn in te doen. Pas als je naar dat soort dingen op zoek gaat in dit land begrijp je trouwens hoe fijn het is dat je in Nederland precies weet waar je je spullen moet halen. De Blokker mag dan een eersteklas klotewerkgever zijn, makkelijk is ie wel. Setje wijnglazen? Al voor een euro of drie – voor het hele setje! – ben je het heertje, en dan heb je nog keuze uit zes soorten ook.

Dan hier… Je kunt naar de “stoffige en breekbare spullen-winkel” (daar verkopen ze uitsluitend spullen die stoffig en breekbaar zijn), maar die is behalve stoffig ook nog eens duur. Of naar Tokyu Hands, weliswaar een erg leuke winkel maar niet bepaald in de buurt. Of naar Ito Yokado, die verkopen ook van alles. Ik vond er zowel wijn als een glas, maar met 490 yen voor een glas ga je toch de Blokker een klein beetje missen… nou ja, aangezien ik net 880 voor een fles schroefdopwijn had betaald kon dat er nog wel bij. En natuurlijk…

… een Ito Yokado klantenkaart laten maken. Niet dat de 0,9% korting (yeah!) me natuurlijk iets kan schelen, nee, het is alleen maar omdat ik me vast heb voorgenomen om met een zo groot mogelijke verzameling Japans plastic (al dan niet onzinnig) thuis te komen. Tot mijn eigen verbazing en genoegen verstond ik zowaar de uitleg van de winkelmevrouw! En met de verzameling ben ik al aardig op weg, al zeg ik het zelf… :)

img_1556a

(linksonder de nieuwe aanwinst!)

Lezenswaardig verhaal? Misschien denk je (achteraf, haha) van niet. Maar als ik je ermee heb geïnspireerd om vandaag lekker niks te gaan doen, of misschien zelfs een onzin-klantenkaart aan te vragen, heb ik mijn doel bereikt. Hoe dan ook, beste lezer – veel plezier met je zaterdag!

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 21 February 2009, 17:40 | 4 Comments »

15  Feb
Eat this (4)

Jaaa het leven in Japan is één grote culinaire ontdekkingstocht. Zo heb ik deze week weer een nieuw gek soort snoep gevonden:

img_15262 img_15271

Juist…. chocosnoepdingen die eruit zien als roze aardbeienpaddestoelen. Dus. En ze smaken naar… aardbeienijs, maar dan van chocolade.

Maar het leuke eten in dit land beperkt zich niet tot het rare snoep. Gisteravond bijvoorbeeld aten ik, Marina, Henning en Miyako en Atsu, twee collega’s van Henning, in een obscuur Aziatisch eettentje in een steegje achter het station. De steegjes daar zitten vol met obscure barretjes, restaurantjes, pachinkotenten (“legaal” gokken met een soort flipperkast) en een heuse hostess bar, en wij troffen onszelf dus aan in een tentje dat van alles uit (niet-Japans) Azië serveert. Ik kreeg nan (Indiaas plat brood) met curry, de anderen iets anders van het Maleis/Indiaas/Waar-dan-ooks menu.

En zoals altijd gold: het kost bijna niks, zelfs met de dure yen. Ah, ik word nog eens een fijnproever…

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 15 February 2009, 13:04 | 4 Comments »

Ik lees wel van alles op je website, maar hoe gaat het nu eigenlijk met je? Vermaak je je nog een beetje?

Die vraag heb ik nu al een paar keer via de mail gehad, dus ik zal hier maar eens een overzichtje geven van de dingen die ik wel meemaak, maar die niet direct een heel lezenswaardig blogverhaal zouden vullen.

Allereerst, ik vermaak me prima. Natuurlijk mis ik de lieve mensen uit Nederland soms (ja lieve lezers, dat zijn jullie!), maar gelukkig vind ik voldoende afleiding. Nu is me vermaken voor mij nooit zo moeilijk, want ik verveel me nooit. Maar het helpt natuurlijk ook dat ik in Japan zit en dat ik leuke mensen om heen heb en interessant werk doe. Zaterdag heb ik gebombardeerd tot toerisme-dag, hoewel ik ‘m helaas ook soms opoffer aan het opruimen van mijn rotzooi en het doen van de andere dingen die ik nog moest doen. ’s Zondags heb ik Japanse les en doe ik alle andere dingen die de rest van de week niet af komen. Wat voor dingen dat zijn? Stukjes schrijven voor de website, werken aan andermans website, etc. En dat brengt ons bij puntje twee…

… de financiën. Sinds ik hier ben aangekomen is m’n geld zo’n 20% minder waard geworden en da’s toch wel een beetje zuur. Toch verkeer ik tot mijn verbazing niet in acute geldnood. Ik heb de eerste vijf maanden onverwacht zuinig geleefd, waarschijnlijk uit angst te vroeg door mijn geld heen te zijn, en allerlei onverwachte gulle giften en werk aan websites zorgen ervoor dat ik niet op een houtje hoef te bijten. Ik had niet gedacht websitewerk te kunnen doen in Japan, het is toch minder handig dan vanuit Nederland, maar ik ben toch regelmatig een paar uurtjes aan het klussen en daar kan ik dan weer leuke dingen van gaan doen.

Dan is er natuurlijk nog het werk waarvoor ik niet betaald word. Bij Riken gaat het allemaal redelijk volgens schema. De micro-RNA-teller staat op een stuk of 10 inmiddels, en we hopen dat Inoue-sensei een experiment wil doen om te bevestigen dat ze echt bestaan. Het is natuurlijk de bedoeling (althans, het zou leuk zijn) dat er een artikel uit mijn werk voortkomt, en we zijn ons aan het beraden of dat een artikel samen met Inoue moet worden of iets heel anders, of misschien een beetje van allebei. Voor het “iets heel anders” heb ik een geschikte kandidaat op het oog, maar ik moet komende week onderzoeken of het wel haalbaar zal blijken. De mensen bij Riken zijn gelukkig allemaal erg enthousiast en ambitieus, dus er moet zeker iets moois uit kunnen komen. Bijkomend voordeel is dan ook weer dat het me het schrijven van een los stageverslag bespaart als ik een artikel zou kunnen publiceren. We zullen zien…

Tenslotte zijn er nog de vele dingen die ik hier leer. Ik ben pas op de helft, maar nu al weet ik zeker dat ik aan de ervaring op zich voor de rest van mijn leven iets zal hebben. Ik leer een taal (hoewel niet zo snel als ik eigenlijk zou willen), veel bioinformatica en wetenschap, en heel veel over allerlei verschillende culturen – inderdaad, niet alleen over de Japanse! Overigens geven de stukjes die ik schrijf, ook al lijken ze misschien weinig relevant, wel een aardig beeld van wat me hier bezighoudt, dus in die zin zijn ze niet eens een hele slechte graadmeter van hoe goed ik me hier vermaak.

Hoe dan ook, als het goed is heb je nu weer een iets vollediger plaatje van mijn Japan-avontuur. Mocht je ondanks dit nog met vragen zijn blijven zitten, je mag ze natuurlijk altijd in de comments gooien of me een mailtje sturen :)

Filed under Algemene dingetjes, RIKEN. Date: 7 February 2009, 0:19 | 3 Comments »

Even if they wouldn’t have a characteristic accent, you could easily pick the Japanese people from within a group of English speakers. Why? Because their choice of words is… special. So, for your recognizing pleasure, and maybe also of use as 10 words (and phrases) of advice to the Japanese, Marina & Joost present the 10 most overused words and phrases by Japanese people speaking English. Not intended to insult anyone of course. :)

  1. Let’s. Alright, so there’s a volitional form in Japanese that’s most often translated as “let’s”. But that’s no excuse for its gratuitous use in constructs like “let’s enjoy”. It just sounds too happy, and if you’ve ever been off the island you could have told by the lack of Hello Kitty paraphernalia that the non-Japanese just aren’t the extremely happy people you’re used to talking to back home. So remember, “let’s” is only to be used when making concrete plans that weren’t there before, or when you’re about to go somewhere (as in: let’s go).
  2. Enjoy. This is frequently found in conjunction with (1). Somehow, when making plans, one can’t just make a plan to do something, but the enjoying must be included in the plan. So if we were Japanese and planning on going out drinking and we’d send out an e-mail to our foreign friends, it would say “Let’s enjoy drinking (together)”. For people in whose native language implication and omission are the norm, that’s pretty explicit, don’t you think?
  3. Contact to me. I get my particles wrong all the time, and I wish someone’d tell me. So here’s free advice to all of you out there: “to contact” doesn’t take “to” before the object. Just “contact me” will do.
  4. Person in charge. There has to be a person in charge for everything in Japan. Undoubtedly there used to be some reason having to do with determining who’d be first in line to commit seppuku when the plan formed under (1) went south. However, it’s been a while since the Japanese made a habit of disemboweling themselves when they messed up, and the English speakers have never really taken to the practice in the first place. So please, limit the use of this term to situations where there actually is something that needs someone in charge. Hint: being in charge of opening and closing the elevator doors does not qualify, being in charge of the hiring and firing does.
  5. To be informed. If someone contacts (to) you, you’re informed. Duh.
  6. Issue. Everything in this place needs to be issued. Let’s enjoy buying a thesaurus!
  7. I see. It’s not necessary to confirm your understanding after our every sentence using “I see”. Really, we can tell simply by the presence or absence of a “blank stare” or the more obvious “huuuuuuu!?”.
  8. Refrain from. I’m sure it sounds better than “don’t do”, but appealing to a foreigner’s sense of self-restraint is asking for trouble. Just tell them what to (not) do, they’ll probably think you’re polite anyway because of the inevitable apologetic smiling and bowing.
  9. Dead line. If it’s not dead yet, we’ll kill it anyway.
  10. Inconvenience. It may seem weird if you’re from a country where you can get along without knowing how to do any normal stuff, such as preparing your own lunch or walking stairs, but we actually don’t mind a little inconvenience so much. Except when you’re performing maintenance on elevators; in that case we expect a glow stick man at the entrance of the elevator to help us refrain from using it.

So now that you’ve been informed, let’s enjoy talking together in English, and refrain from using any of the phrases mentioned above. If you don’t see, please contact to me. よろしくお願いします。

Danger! Inconvenience!

Danger! Inconvenience!

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 1 February 2009, 19:59 | 6 Comments »

De Japanners zijn niets als ze zich niet kunnen vastklampen aan hun netwerk van regeltjes. Er zijn regeltjes voor alles, geschreven dan wel ongeschreven, en dat lijkt de meeste mensen hier prima te bevallen. Wij buitenlanders zijn alleen net ietsje anders: vaak passen we net niet binnen de regeltjes. En terwijl het leven zo makkelijk zou kunnen zijn, krijgt men het dan voor elkaar om maanden over de simpelste dingen te doen. Welkom in Japan…

Eind oktober ben ik met het openbaar vervoer naar de Universiteit van Tokyo geweest, samen met Michiel, mijn begeleider. Reiskosten: 1080 yen, zo’n €8,50. Nu ben ik niets te rot om financieel bij te dragen aan mijn eigen educatie, maar er zijn natuurlijk grenzen – zoals het zelf betalen van een treinreis die ik voor het bedrijf maak, terwijl ik niet eens salaris krijg van dat bedrijf is zo’n grens. Dat begrepen ze bij Riken natuurlijk ook wel, en na een mailtje waarin ik vroeg wat te doen kwam een mevrouw van het ondersteuningsteam een declaratieformulier brengen. Voor de zekerheid kreeg ik hem ook nog per e-mail.

Formuliertje ingevuld en teruggegeven. Nu maar afwachten… Een maandje later komt één van de ondersteuningsmevrouwen langs: “Je hebt hier wel ingevuld hoe je van Tsurumi naar Maranouchi bent gegaan, maar hoe ben je van Riken naar Tsurumi gegaan?” Ik antwoordde “met de fiets” en de mevrouw verdween na een uitgebreid ritueel van excuses weer naar waar ze vandaan kwam.

Begin januari. Ik ben toevallig in de kamer waar de ondersteuningsmevrouwen wonen en werken. Yoosto-san! Je had wel ingevuld hoe van Tsurumi naar Maranouchi bent gegaan, maar hoe ben je van Riken naar Tsurumi gegaan? Ik antwoordde “met de fiets” en de mevrouw ging naar haar bureau om weer te gaan ondersteunen.

Halverwege januari. Mevrouw bij mijn bureau. Of ik een formuliertje wil invullen met mijn bankgegevens. Daar ben ik natuurlijk nooit te rot voor, maar mijn bank is wel een Nederlandse, misschien is het makkelijker als je het geld naar Michiel overmaakt, dan geeft hij het wel aan mij. Owww, dat is “moeilijk” (dat betekent dat de regels in zo’n geval niet voorzien). Maar ze zou naar de afdeling Financiën gaan om te vragen of ze het naar Nederland over kon maken (!). Om het geld ging het me toch eigenlijk niet dus ik liet haar maar een poging doen – ik had al geleerd dat de Japanners proberen te overtuigen iets buiten de standaardregels om te doen onbegonnen werk is.

Een weekje later kom ik de mevrouw tegen in de kantine. Goed nieuws! Ze mag me het geld cash geven. Morgen of overmorgen komt ze langs. En vandaag was het dan zover. 90 (negentig) dagen na dato zijn kennelijk alle benodigde formulieren ingevuld, ingediend, ingelezen, heringevuld, heringediend, heringelezen, bestempeld, nog eens bestempeld en tenslotte goedgekeurd door de person in charge: alles heeft hier een person in charge, en dat nemen ze héél serieus!

Conclusie: ik ben weer 1080 yen rijker. Maar bovenal: ik ben een ervaring rijker…

Filed under Algemene dingetjes. Date: 28 January 2009, 16:51 | 4 Comments »

Tijdens het eten worden de beste ideeën geboren bij RIKEN. Misschien niet de beste wetenschappelijke ideeën, maar toch. En dus gingen we paintballen. Van de 20 mensen die “meegingen” waren er uiteindelijk maar vijf overgebleven, maar we hebben niettemin heel veel collega-afknal-lol gehad. Dat, en het feit dat Hasegawa-san mee was en dat hij van alles weet te vinden in de omgeving, zorgde voor een van de meest exotische, ongewone en absurde dagen van mijn Japan-avontuur tot nu toe.

Het geval wil dat paintballen niet bekend is in Japan. Als in helemaal niet. Je kunt het in het hele land op 6 plaatsen doen; da’s een dichtheid van ongeveer 1 paintballplek op 20.000.000 mensen! Dat bleek ook uit hetgeen we aantroffen op de afgesproken plaats. Hasegawa-san had het veld voor de hele dag gereserveerd, inclusief een berg munitie (bijkopen was trouwens best wel goedkoop in vergelijking met de prijzen in Nederland!).

Op een veld onder de rook van Mt. Fuji (letterlijk, als ie tenminste nog zou roken; verder was het in the middle of nowhere, voorzover dan kan in Japan) werden we na twee uur treinen en een taxirit opgewacht door drie mannen van in de 30/40. Het waren duidelijk hobbyisten, die het misschien wel meer voor de lol en het onder de aandacht brengen van hun hobby deden dan voor het geld. De nabijgelegen militaire bases zorgden voor een extra dramatisch slagveld door zo nu en dan een legerhelikopter over te laten vliegen.

Snel kleertjes aan en een wapen rapen. De regels waren erg minimalistisch: word jij of je wapen direct getroffen, dan ben je dood. Breng je de “vlag” in het midden van het veld (een rode lap die op half zeven uit een pylon hing) naar de kant van de tegenstander dan heb je gewonnen; dit gaat uiteraard extra makkelijk als alle tegenstanders dood zijn. Dat vlag-element was een beetje onzinnig, want het is de hele dag niet gelukt dat ding naar de overkant te brengen zonder eerst iedereen af te knallen. Gaan rennen met die vlag in je handen was een soort alternatieve zelfmoord; en ik zie niet hoe dit met meer teamleden anders zou zijn. Van die vlag bleven we dus meestal maar af…

Met het kleine aantal mensen dat we hadden meegebracht was het erg leuk spelen, alhoewel rambo-acties je team automatisch zouden doen verliezen en niemand dus volledig werd ingepeperd omdat z’n gewaagde actie grandioos mislukte. Mislukte acties waren er overigens alsnog genoeg, zoals Charles die toen ik riep dat ik Jessica had geraakt opstond om te gaan kijken dat met de “dood” moest bekopen omdat Eivind er nog wel was. De meeste “kills” waren overigens van grote afstand en deden nauwelijks pijn, alhoewel ik een nietsvermoedende Jessica een paar flinke blauwe plekken heb bezorgd toen ik toen zij haar munitie aan het sparen was en niet oplette om haar muurtje heenliep en d’r een heleboel verfbolletjes in haar been schoot. Zie de foto!

Zoals ik al zei, we hadden het veld de hele dag, en na een uur of vijf wordt dat oorlogvoeren toch een beetje vermoeiend. De arme Hasegawa-san moest halverwege de strijd al staken omdat ie door z’n enkel was gegaan, en hij kon daardoor ook niet meedoen met het volgende onderdeel, een bezoek aan de plaatselijke onsen (heel heet Japans bad, vaak uit natuurlijke bron). Daar werden we overigens gratis afgezet met het busje van de paintballmannen, kom daar maar eens om in Nederland…

Hasegawa-san had nog een heleboel filmopnamen van het paintballen gemaakt, maar die was er vandaag niet vanwege z’n enkel, dus die filmpjes hou je tegoed…

Onsen

Bij de retreat van RIKEN had ik al eens een Japans bad genomen, maar ik had het dus nog nooit in een echt openbaar bad gedaan. De Japanse badhuizen zijn toch altijd een beetje intimiderend voor buitenlanders (bijvoorbeeld omdat alles echt alléén maar in het Japans kan, of zelfs omdat buitenlanders geweigerd worden!), dus de meeste toeristen slaan het badderen over. En dat is jammer, want het is echt heel leuk.

Je betaalt een minimaal bedrag (naar Nederlandse begrippen is dit een kuuroord, en dat zou meer kosten dan de vier euro die ik nu kwijt was…), stopt al je kleren in een kluisje, neemt eventueel een minuscuul handdoekje mee en gaat naar binnen. Daar neem je plaats op een krukje dat voor een kraan/douche staat en je wast jezelf. Dat betekent in Japan: je wast jezelf zó goed dat er in de verste verte geen vuiltje mee op je lichaam te bekennen is, en dan was je je nog een keer voor de zekerheid. Dán pas mag je het water in. En dat is heet. Best wel heel heet. Het handdoekje, als je dat had, leg je op je hoofd. Dat helpt zogenaamd tegen flauwvallen, maar veel van de jongere/preutsere onsengangers gebruiken het om tactisch hun edele delen te bedekken als ze aan de wandel gaan. Gelukkig kun je je bij de eerder genoemde kraantjes af en toe afkoelen met koud water. Al met al is het een heel leuke, ontspannende, reinigende en vooral Japanse ervaring.

Onsen heb je overigens in alle soorten en maten, en dit was er een van. Deze was tegen een heuvel gebouwd die tegenover Fuji staat, en vanuit het bad heb je een prachtig uitzicht op Fuji en Gotenba, een stad die tussen de onsen en de berg in ligt. Onsen zijn in Japan een sociaal gebeuren. Je neemt het hele gezin mee, of gaat met vrienden, mensen van je werk of zakenrelaties. Maar het blijft moeilijk om aan buitenstaanders uit te leggen wat zo leuk/goed/ontspannend is aan onsen. Dat werd nog eens bevestigd toen twee van de dapperdere Japanners ons aanspraken en vroegen waar we vandaan kwamen. Westerlingen zie je niet zoveel in de onsen; zeg maar helemaal niet. Grote ogen toen bleek dat ik wat Japans kon spreken met ze. Nog meer van dat toen bleek dat we geen toeristen waren maar hier werkten. Waar we vandaan kwamen, wat we voor werk deden, waar we woonden, wat we van de onsen vonden, het één was nog interessanter dan het ander. Grappig om als “toerist” zelf een bezienswaardigheid te zijn… Zelf hadden ze tussen de drie en vier uur gereisd om hier naartoe te komen, wij waren “toevallig in de buurt” (hoewel ik vermoed dat Hasegawa-san stiekem van tevoren wel had gehoopt dat we mee zouden willen naar de onsen, écht spontaan en toevallig handelen is aan de Japanners namelijk niet besteed). Het blijft een absurd land…

Eten

Na het bad was het terug naar Yokohama en we namen afscheid van Jessica en Hasegawa-san, want zij wonen in een andere wijk. We hadden plannen om met Eivind, Charles, ik en Charles’ vriendin, Namiko, te gaan eten, maar Eivind had hoofdpijn (te veel head shots gekopt denk ik :D ), en zo belandde ik met Charles plus vriendin in El Busque, een Boliviaans/Okinawa-aans (juist… had ik al gezegd dat het een licht absurde dag was?) restaurant waar Charles goede ervaringen mee had. De entourage was op zijn minst apart te noemen. Een restaurant met schilderijen in plastic lijsten (lees: muurlchilderingen met kabelgoot eromheen), en wat ze van het “inlijstmateriaal” over hadden was eromheen op de muur gedrapeerd (weggooien is zonde… ofzo). Twee grote TV’s aan de muur met Zuid-Amerikaanse muziek plus beeld (sfeervol… zingende dikke mannen). ’s Avonds mogelijkheid tot karaoke (whaha)! Dat hebben we maar niet gedaan. En op de wc een poster die in een garage niet zou misstaan, maar wel in een restauranttoilet: een Japanse bikinimevrouw die je glimlachend een lekker Kirin-biertje aanbiedt.

Maar dan het eten. Geen van de gerechten kwam me bekend voor. Gelukkig staan in Japan op bijna elke menukaart foto’s van de gerechten die redelijk overeenkomen met wat je uiteindelijk krijgt. Dus we bestelden iets en er kwamen allerlei gerechten op tafel. Het is zo fijn om in een land te wonen waar het in een restaurant volkomen geoorloofd is om een hele berg gerechten en gerechtjes te bestellen en ze vervolgens te delen met de hele tafel in plaats van ze voor jezelf te houden. Over het uiterlijk van het Boliviaans-Japanse eten… om een film te citeren: “Japanese food is like the army: don’t ask, don’t tell.” De film heeft voor de verandering gelijk, dat is namelijk inderdaad wat ik hier heb geleerd in de afgelopen maanden. Het vreemde eten hier is voor het ongeoefende oog niet te identificeren als iets eetbaars; je dient het gewoon in je mond te stoppen en dan komt het meestal wel goed. Tot nu toe ben ik met de gek uitziende gerechten vaak bezorgd geweest, maar nooit teleurgesteld. Zo heb ik vandaag kaasdinges gegeten die niet naar kaas smaakte maar naar Japanse dinges, banaandinges die niet naar banaan smaakte maar er wel zo uitzag, ongepopte popcorn die naar popcorn smaakte, en zo nog wat dingen. Nee, geen cavia’s…

Al met al dus een prima dag vol lokale avonturen die ik zonder de fijne mensen bij RIKEN allemaal had moeten missen. Dáárom kom ik naar een ver land voor m’n stage! I’m not a tourist, I live here! :D

Filed under Algemene dingetjes, RIKEN. Date: 19 January 2009, 21:55 | 5 Comments »

« Previous Entries Next Entries »