17  May
Himeji

Himeji wilde ik vanaf het begin al zien. Niet alleen is het een van de mooiste kastelen van Japan (als het niet de allermooiste is), het is ook nog in originele staat. Veel van de andere zijn ooit door een willekeurige ramp verwoest en sindsdien herbouwd, maar dan uit steviger materiaal – beton en staal. Toch jammer. Maar Himeji dus niet.

Ze bleken niets teveel te hebben gezegd – Himeji is echt een heel mooi kasteel. Als ik er zo eens bij nadenk is het denk ik het mooiste kasteel dat ik ooit bezocht heb. Enige minpunt: al… die… toeristen. Gelukkig geen luidruchtige schoolklassen, dat viel dan weer mee, maar slome keuvelende bejaarden zijn bijna net zo erg. Ik mag niet klagen, ik weet het, ik ben zelf immers ook een toerist, maar ik betrapte mezelf erop te denken “Shit, ze hebben me gezien!” toen ik een rustig pad op de binnenplaats op liep. Dat leek nergens naartoe te leiden, en daarom lieten ze het links liggen, maar toen ze mij zagen lopen kwamen ook de Japanners over de dam. 20 keuvelende bejaarden in “mijn” rustige parkje. Hmmm. In het parkje lag het “vrouwengebouw”, waar prinses Sen vroeger haar nachten onder bewaking doorbracht. Daar mocht je in (als je je schoenen uitdeed tenminste) en daar was het gelukkig wel rustig.

Een korte wandeling verder kwam ik aan bij de donjon, het hoofdgebouw zo je wilt. Binnenin een aantal exposities met kasteelspullen, oude vuurwapens, etc. Bovenin een aardig uitzicht, maar het leuke was dat voor deze ene keer (dat stond er tenminste, ik weet natuurlijk niet of het waar is) het kleinere gebouw naast de donjon ook open was voor publiek. Voor iemand die in een kasteel altijd alle gesloten deuren een duwtje geeft (“wie weet gaat er wel eentje per ongeluk open als ik langsloop”) is dat natuurlijk een buitenkansje.

Tot de overige aanraders volgens mijn reisgidsen behoorde de Kookoën-tuin, een aaneenschakeling van verschillende tuinierstijlen. In combinatie met een kaartje voor het kasteel was de toegang daarvoor bijna gratis, maar helaas was deze tuin meer voor de herfst aangelegd (dat had de reisgids ook al verteld trouwens). Dat is niet om te zeggen dat ie lelijk was, absoluut niet: als ik later in het geld zwem laat ik mijn tuin door een Japanner aanleggen!

Tot slot ben ik naar het prefecturale geschiedenismuseum geweest. Leuk was de tentoonstelling over de geschiedenis van de Japanse tekenstijl (honderdvijftig jaar oude stripverhalen! En sommige leken behoorlijk op wat ze nu normaal vinden…), maar minder leuk was het prijskaartje: 1000 yen. In het nationaal museum in Ueno park zie je veel meer voor veel minder! Grappig detail: in het museum stonden schaalmodellen van allerlei Japanse kastelen met daarbij voor kinderen de vraag: “welke is het grootst?” Himeji leek daarbij het grootst… omdat ze Edo (Tokyo) op een andere tafel aan de andere kant van de zaal hadden gezet :D )

Omdat Himeji verder een slaperig oord is – dat had ik door de vele bejaarden al wel een beetje kunnen zien aankomen – heb ik tegen vijven al de trein naar Nagoya gepakt. Lang leve de Shinkansen: ik heb in de trein dit stukje geschreven. En nu vanuit het capsule-hotel het berichtje snel op het blog gezet. Maar het verhaal over het capsule-hotel komt morgen! :)

Voor nu: de foto’s!

Filed under Japan. Date: May 17, 2009, 12:33 am | 1 Comment »

One Response

  1. MIer Says:

    hee mag ik ook nog meebeslissen over jouw tuin? Maar je hebt gelijk, Japanse tuinen zijn super mooi!

Leave a Comment

Your comment