Op Odaiba was ik al een paar keer geweest, maar mijn autohobby ten spijt heb ik tot nu toe Tokyo Mega Web telkens moeten overslaan. En da’s zonde, want Toyota’s gratis “autopretpark” schijnt toch best leuk te zijn… daarom ben ik daar vandaag naartoe gegaan, en ik heb meer absurde dingen gezien dan op menig uitstapje naar Tokyo…
Naar Odaiba gaan is altijd leuk, want dan kun je met de Yurikamome. En omdat ik dat al een paar keer eerder heb gedaan weet ik precies hoe je moet zorgen dat je op de eerste rij zit
Dat begon dus al leuk. (voor de liefhebber: stap op in Shimbashi, het begin-/eindpunt, maar stap niet in de trein die al klaarstaat (daar zijn de goeie plaatsen altijd allang bezet) en wacht bij het begin van het andere perron. Gegarandeerd op de eerste rij!)
Tokyo Mega Web heeft niets met webben te maken, eigenlijk snap ik niet waarom ze het zo hebben genoemd. In feite is TMW een hele grote Toyota-showroom, maar dan met attracties zodat het een uitje voor het hele gezin wordt. En geloof het of niet, mensen gaan hier gewoon met het hele gezin naartoe. Bij binnenkomst komt het ook niet echt over als bij een autodealer. Ik liep langs auto’s die de hele tijd werden “bijgepoetst” door medewerkers. Het zal je baan maar zijn. Ik zag gezinnetjes met z’n allen poseren bij een auto. Kindje achter het stuur, papa achter het stuur, je kunt het zo gek niet bedenken of ze doen het. Op de foto gaan in een veredelde showroom vind ik al op het randje, maar de show die voor de kinders werd opgevoerd was over het randje. Kleurige en vooral luidruchtige poppetjes met absurde kapsels dansten over het toneel, en op een bepaald moment gingen ze met hun schattige koppies met z’n drieën één ander poppetje in elkaar slaan. Inclusief sound effects. Toyota voedt uw kinderen wel op.
Maar Toyota zorgt natuurlijk dat er ook voor volwassenen (en grotere kinderen, en je mag zelf bepalen tot welke van die categorieën ik behoor) genoeg te doen is. Een minimuseum met klassieke auto’s uit vooral Amerika en Europa (een Traction Avant gezien, en een DeLorean, en zo’n Messerschmitt-driewieler), een permanente tentoonstelling van technologische snufjes door de jaren heen (van autodashboards tot rolstoelen uit het jaar 2050, en een rijtje Toyota’s zonder rechtervoordeur zodat je kon ervaren hoeveel fijner het is om in een nieuwe Prius te stappen dan in een 20 jaar oude Corolla – behalve de lekkerdere stoelen voelde ik het niet zo), een winkeltje met vooral raceteamspullen en een paar formule I-dingen.
Maar een autopretpark is natuurlijk niet compleet als je niet zelf mag rijden. Er stonden racesimulatoren, en ik heb de veiligheids-rijsimulator geprobeerd. Dan moest je één keer met, en één keer zonder veiligheidssnufjes over een rallybaan rijden, zodat je kon ervaren hoe *kuch* veilig je bent dankzij al die Toyota-snufjes – als je ooit per ongeluk van de weg raakt en op een rallybaan belandt die je zo snel mogelijk moet afleggen
. Zonder snufjes haalde ik het rondje niet binnen de twee minuten die je kreeg (net als alle anderen trouwens). Overigens geef ik de schuld aan het apparaat: dat liet een auto voor je uit rijden zodat je weet hoe het parcours loopt. Allemaal leuk en aardig, maar toen ik ‘m wilde inhalen keek ie niet goed in z’n spiegel en sneed ie me af – strafpunten voor mij. Auw… Met snufjes heb ik netjes zonder brokken het parcours uitgereden. Toch nog best trots op mezelf
, want dat had ik verder niemand anders zien doen (Japanse methode: “altijd vol gas, dan ben je sneller.” Wat een contrast met hun slakkegangetje in het echte leven…)
Dan waren er nog de automatische auto’s: door het hele park lag een baan met 4 “stations” waarop volautomatische auto’s rijden. Op start drukken en je gaat in 7 minuten over het hele park (voor 200 yen, dat wel). Niet op rails, maar gewoon op wielen; je ziet (aan het schokkende draaien) hoe het stuur door een computer wordt bediend. Best grappig, een soort Yurikamome-auto, maar nog grappiger was alle Japansheid eromheen: de auto’s waren in vrolijke dessins beschilderd, en binnenin had je een hip muziekje met op de maat van de muziek knipperende gekleurde binnenverlichting. O, en een willekeurige medewerkster die ik voorbij reed begon naar me te zwaaien – ‘t is net Disneyland met Toyota’s.
En een autopark is geen autopark als je niet zelf mag rijden. Dat kan natuurlijk ook, maar dan wel op z’n Japans. Dat wil zeggen, je moet een auto reserveren voor een bepaalde tijd en dan mag je twee rondjes over een speciaal parcours. Bij de reservering moet je opgeven of je een automaatrijbewijs hebt of een gewone, maar helaas, alle auto’s waar je uit kan kiezen zijn automaten, dus waarom ze het vragen… Hoe dan ook, tien minuten voor tijd meld je je bij de “Ride One”-balie (raido wan, in goed Japans) en moet je je rijbewijs laten zien. Ik wist dat ik mijn internationale moest meenemen, en voor m’n veel stoerdere en officiëler uitziende roze plasticje hadden ze dan ook geen enkele belangstelling. Ik kreeg een rol snoep mee (?) en de veiligheidsinstructies in het Engels. Die instructies moest ik vervolgens alsnog in het Japans aanhoren met de rest van de groep (gordel om, niet de motor starten voor we het zeggen, niet spelen met de walkie-talkie behalve in noodgevallen, pas op dat je niet tegen de zijkant van de baan aanrijdt (!) en niet harder rijden dan 40, bla, bla en nog eens bla), en 10 minuten wachten later stond de Toyota iQ op me te wachten.
Snel een fotootje van het autootje gemaakt en toen kwam er een man in een net-niet-strak pak op me af. Nog een keer m’n internationale rijbewijs laten zien (had ik al eens opgemerkt dat het een mega-aanrader is om zo’n ding mee te nemen?!), en m’n reserverings- en betaalbewijs (het ritje kostte 300 yen. Vooruit, daar kan ik mee leven). Eenmaal in de auto netjes gewacht tot de stem over de walkie-talkie zei dat de motor aan mocht, en één voor één mochten de auto’s uit het rijtje het parcours op. Het parcours meet zo’n 1.3 kilometer (volgens de beschrijving) en er zit een rondje over een nagebouwd Europees-achtig pleintje met fonteintje in en een stukje nagebouwde Japanse snelweg. Nouja, zo’n scherpe bocht op de snelweg, want je mag natuurlijk maar 40. En een slalom; die slalom was toch wel een van de leukste dingen want daarbij voel je de vaart tenminste een beetje – ik had even een motorrijles-flashback. Na twee rondjes was het avontuur voorbij, en werd er netjes voor me gebogen toen ik de auto achteraan het rijtje had aangesloten en de motor had uitgezet.
Het grappigste van die mini-proefrit waren eigenlijk de Japanners. Ze zoeken steevast de allergrootste bak uit die ze kunnen meekrijgen, meestal een Prius of een Crown, en dan gaan ze – op z’n Japans – met een slakkegangetje over het parcours, want stel je voor dat je per ongeluk tegen de zijkant van de baan aan rijdt. Pffft, dan was die iQ een veel leuker autootje: geen moeilijk gedoe met een auto die eigenlijk te groot is voor de bocht (dat waren die grote wagens ook niet hoor, maar Japanners overdrijven altijd een beetje daarmee) of motoren met veel teveel vermogen voor de baan. En nog zoiets Japans: voor iedere attractie lieten ze volkomen zinloze lijstjes met regels zien: je moet langer zijn dan 1.35, je mag niet zwanger zijn, je mag niet te fysiek invalide zijn om mee te kunnen doe, je moet je gordel om doen, bla, bla en nog eens bla. Netjes in het Engels, dat dan weer wel.
Je begrijpt, hiep hoi Joost autorijden
. Maar er was nog iets anders dat het vermelden waard is: het winkelcentrum ernaast. Het heet VenusFort, niet een naam die ik een winkelcentrum zou geven, maar nog verrassender dan de naam is het interieur. Er is gewoon een compleet “generiek Europees” thema uitgewerkt. Het is moeilijk te beschrijven, kijk maar gewoon naar de foto’s… En tenslotte was op de begane grond van dat winkelcentrum (het “family”-gedeelte) de absurdste dierenwinkel die ik ooit gezien heb. Tientallen puppy’s en kittens die achter glas op hun allerschattigst op een nieuw baasje zaten te wachten. Soms inclusief poekie-poekie geluidjes of tegen het glas aan springen. Net als bij de Toyota’s liep hier iemand rond om de hondjes “op te poetsen”, zodat ze er éxtra schattig uitzagen. En mensen namen gewoon allemaal hun (steevast ondermaatse) hondjes mee naar de dierenwinkel. In kinderwagentjes. Of met jasjes aan. Helaas, foto’s maken mocht niet, dus wat ik stiekem heb geschoten toont alleen de commotie en niet de eigenlijke hondjes, maar neem van mij aan – best-wel een absurde dierenwinkel.
Toen buiten het openluchtconcert van een marginaal interessante Japanse popster was afgelopen (tien professionele fotografen stonden op hun zaterdagmiddag foto’s te maken van een overjarige Backstreet Boy. Aargh!) en de honderden verzamelde Japanners zich over het terrein verspreidden was het tijd voor mij om me uit de voeten te maken. Vanuit de automatische auto’s de automatische trein in terug naar Tsurumi, me afvragend hoe ik al deze absurde indrukken in een blogverhaaltje moet zien te proppen…
En als je de filmpjes van een dagje Odaiba aan elkaar plakt krijg je dit:
May 10th, 2009 at 1:12
doe mij die traction maar. een cabrio…!!
May 10th, 2009 at 21:25
OMG, the longest post I’ve seen in your blog!!!!Must have been great fun there!!!!can’t wait to know all the details!!!!
May 10th, 2009 at 21:27
I take it you understand why I didn’t translate the whole lot into English this time?
May 12th, 2009 at 6:15
is dat niet normaal dan dat je poetsmensjes hebt in autoshowrooms? op de autorai heb je ze ook. (erg veel trouwens :S en hun handjes wapperen een doek over de auto’s met een wapper frequentie van 9 Hz)
yo die traction is vast een gepimpte hotrod uit the fast en the furious, als mijn ogen me niet bedriegen hangt die neon onder de wagen.
May 14th, 2009 at 4:06
ToyoDa? op die 16e foto?
May 15th, 2009 at 21:29
Zo heet(te) de baas van Toyota eigenlijk. Maar omdat Toyota beter klinkt voor ons Westerlingen en omdat je het in het Japans hetzelfde schrijft (in kanji tenminste) hebben ze er Toyota van gemaakt. Denk ik. Je schrijft het in ieder geval met hetzelfde teken
Mazda heet eigenlijk ook Matsuda…