Shinagawa, een district in het zuiden van Tokyo, is goed voor twee dingen: overstappen op het enorme station, en Sengakuji, de tempel waar de 47 ronin (= meesterloze samurai) begraven liggen. Ik schrijf “de” 47 ronin omdat de betreffende ronin wereldberoemd zijn in heel Japan. En de plek waar ze begraven liggen, Sengakuji, is dat dus ook…
Voordat ik doorga naar mijn bezoek aan Sengakuji eerst heel kort het verhaal van de 47 ronin (een uitgebreidere versie vind je hier op wikipedia). De daimyo (baas) van de 47 (toen nog) samurai kon het niet zo goed vinden met een (of) andere hoge ambtenaar en trok een wapen in het paleis van de shogun. Dat had ie beter niet kunnen doen, want daar stond de doodstraf op en de meneer in kwestie moest dus zelfmoord plegen. Toen hadden de 47 ronin geen baas meer, en niemand neemt je aan als je meester zichzelf zo te schande heeft gemaakt, dus het enige dat ze nog te doen stond was wraak nemen op die nare ambtenaar – zonder hem had hun meester immers nog geleefd. Die ambtenaar natuurlijk op zijn vingers natellen dat dat ging gebeuren, dus hij liet de ex-samurai in de gaten houden, maar desondanks was ie anderhalf jaar later zelf de klos. De 46 overgebleven ronin (eentje had de aanval niet overleefd) moesten toen zelfmoord plegen, maar dat wisten ze al toen ze eraan begonnen.
En nu liggen ze begraven in Sengakuji, de plek waar ze na de geslaagde aanslag samenkwamen met het hoofd van hun vijand. Die 47 kerels zijn zo’n beetje de nationale helden van Japan, want ondanks hun wraakzucht belichamen ze zo’n beetje alle Japanse deugden (trouw, zelfopoffering, eer, volharding, etc.). En dus is Sengakuji, een verder niet zo bijzondere tempel, een behoorlijk beroemde plek.
Het tempelgebouw zelf is een beetje dertien in een dozijn, en de deuren zaten dicht dus ik kon niet eens naar binnen kijken. Maar de begraafplaats van de ronin was wel interessant. Net voor de begraafplaats staat een mannetje bundeltjes met wierookstokjes te verkopen. Je geeft hem 100 yen (toch al gauw 80 cent…), dan steekt ie een heel bundeltje voor je aan en dat krijg je dan in een bamboe bakje mee (je hoeft op zich geen wierook te halen bij hem, maar het is wel zo leuk, toch?). Dan loop je met je bakje langs alle graven (hun daimyo is er ook bij gelegd) en leg je bij allemaal wat wierook op de speciaal daarvoor neergezette steen.
De wierookjes eerlijk verdeeld, het bakje netjes teruggegeven aan de wierookmeneer (wat zullen z’n kleren stinken na zo’n dag!), en nog nadenkend over zoveelste mij vreemde ritueel waaraan ik heb deelgenomen verlaat ik het tempelterrein. De drukte en het lawaai waar ik inmiddels aan gewend ben geraakt zijn ineens weer even duidelijk merkbaar. Het heeft wel wat, zo’n tempel midden in de stad…
April 18th, 2009 at 21:19
mooi verhaal weer! Leuk ook om die foto’s erbij te zien. Liefs,
April 18th, 2009 at 22:26
zit al een tijdje na te denken maar kom er niet helemaal uit.
wie hebben het nou verder geschopt, ali baba en de 40 rovers of sengakuji en de 47 ronin?
:-d
April 19th, 2009 at 0:05
ik ruik de wierrook door het scherm heen!
April 20th, 2009 at 9:48
Ah, great Sengakuji..one of the temples I’ve kept saying “I should go, I should go…”.
One more motivation after seeing those pix!
April 22nd, 2009 at 6:25
Het heeft wel iets, net als we hier een kaarsje branden denk ik. Maarre … mis toch wel wat bloemen hoor. Wat een saaie boel