View full post for English!
Reizen in Japan is duur. Niet gewoon duur, maar duur. Toch is het af en toe nodig om de omgeving van Tokyo achter me te laten en iets anders te gaan zien. Omdat ergens overnachten in Japan ook duur is werd het gisteren een bestemming binnen een paar uur rijden, maar toch in een behoorlijk “ander” stukje Japan: Mito.
Mito is de hoofdstad van de prefectuur Ibaraki en het ligt op ongeveer twee uur rijden vanaf Yokohama. De stad heeft een van ’s lands drie mooiste tuinen en het is vlakbij zee – mooi meegenomen met het mooie weer van de afgelopen week.
Dus het werd Mito gisteren voor Marina en mij. Auto ophalen (ze kenden me nog: “Weer naar Narita, Yoosuto-san?”), en de wijde wereld in – of in ieder geval het onnavolgbare snelwegennet van Tokyo. Ik weet niet of ik dat al eens had gezegd, maar ik doe het gewoon nog een keer: zonder navigatiesysteem ben je daar nergens. De wegen kronkelen zich in de vreemdste bochten en lopen soms met z’n vieren over elkaar, vlak boven de rest van de stad. Een klaverblad mag er dan soms indrukwekkend uitzien, dit is bijna kunst, behalve dat het niet echt op gebruiksgemak berekend is (net als bij kunst…).
Twee uur toeren later (schoentjes uit en voetjes op het dashboard) waren we in Mito. Het was inmiddels bijna 1 uur en we besloten het strand te proberen. Oarai Sun Beach, dat klinkt goed (het landweggetje erheen was al helemaal geweldig trouwens, super on-Japans). Ze hadden het misschien beter Oarai Typhoon Beach kunnen noemen of Oarai Sand Storm Beach, want lekker op het strand chillen was er helaas niet bij (toch een smsje naar Morana gestuurd: “Greetings from Oarai Sun Beach” met een min-of-meer zonnige foto van ons erbij
). Na tien minuten hadden we het strand wel gezien (alleen de surfers leken het leuk te vinden daar) en gingen we maar naar de belangrijkste attractie van Mito, kairakuen: “de tuin om met het volk van te genieten”.
Kairakuen was niet zozeer een tuin als wel een heel groot park. Veel grote vijvers, grote grasvelden, en pruimen- en kersenbomen. Gewoon lekker chillen, mensen kijken en foto’s maken… En dat mensen kijken zou nog een heel nieuwe dimensie krijgen. Overigens waren we zelf veruit de best bekeken mensen, want in de wijde omtrek was geen buitenlander te bekennen. Leuk om weer eens speciaal te zijn.
Op een heuvel, tegen het park aan, ligt een schrijn (Shinto-heiligdom). Ik heb geen idee wat de precieze betekenis van deze was, maar we wisten wel dat er zaterdag een feest aan de gang was in Mito, dus we gingen daar ook even kijken. Het liep tegen drieën, en bovenop de heuvel vonden we de laatste overgebleven standjes van een vrijmarkt eerder op de dag. Aangezien we nog geen lunch hadden gegeten gingen we richting de voedselstalletjes (bij elk feest in Japan staan tientallen stalletjes die traditioneel fastfood verkopen: yakisoba, takoyaki, okonomiyaki, yakitori, enz. “Yaki” staat voor geroosterd, en zo’n beetje al het voer is inderdaad op een of andere manier geroosterd) om een maaltje bij elkaar te scharrelen. Met een bakje yakisoba gingen we naar de speciaal voor het feest klaargezette tafels. Schoentjes uit op de matten waarop de tafels stonden (zie je het al voor je? Een feest in een provinciehoofdstad waar je in het centrum van het feest je schoenen moet uitdoen? Welkom in Japan…) en een tafeltje uitgezocht. Na twee minuten kwam een meneer vertellen dat we beter aan een ander tafeltje konden gaan zitten; later zagen we dat de meeste tafels vanaf een bepaald tijdstip gereserveerd waren – hier moest het feest dus nog beginnen. Tafels reserveren op een feest in de open lucht. Welkom in Japan…
Naast onze tafel zat een groep beschonken Japanse mannen. Naar later bleek vrachtwagenchauffeurs. Ze boden ons een zak chips aan die ze zelf niet meer op konden, en even later kwamen ze zelfs aangedragen met bier. Tellen konden ze inmiddels echter niet meer zo goed, want toen bijna alle chauffeurs weggingen hadden we ineens heel veel bier. Jammer dat ik moest rijden… De ene overgebleven chauffeur knoopte natuurlijk een praatje aan en was verstandig genoeg zijn eigen biertje héél langzaam op te drinken. Gespreksonderwerpen: “waar komen jullie vandaan?” (3x), “dingen die uit Italië komen” (5x, “Alfa Romeo! Ferrari! Lamborghini! Lancia!”), “nee, Joost, ga jij maar vast naar huis” (6x, steevast gevolgd door “Joke! Joke!”), “aahh joh, blijf toch overnachten in Mito, ik bel m’n vrienden wel weer op” (“Suupaa-joke!”), “hey waar is m’n telefoon?” (haha) en een heleboel willekeurig gewauwel waarvan ik de inhoud ben vergeten of niet eens kon verstaan. Hilarisch was ook z’n reactie toen ie erachter kwam dat we collega’s waren, en niet vriendje-vriendinnetje. Zelden zo’n verbaasde Japanner gezien… Onze versie van “suupaa-joke”.
We zeiden gedag tegen Masa (“bel me als jullie in de buurt van Mito zijn hè!”) en vertrokken op tijd om de openluchtkaraoke te missen.
Iedereen die vol overgave het woord “suupaa-joke!” kan gebruiken is natuurlijk goed voor een middag lol en vervolgens een twee uur durende autorit vol napraatlol, dus onze dag was weer goed… Jaa, vrienden maken op het “platteland” is machtig makkelijk als buitenlander. Maar het scheelt als je een vrouw bent…
Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »