29  Apr
Showa-dag en Zushi

Golden Week komt eraan, de week dat heel Japan op z’n gat ligt omdat er drie nationale feestdagen in dezelfde week vallen. Volgende week maandag, dinsdag en woensdag zijn vrij (dankzij het “Happy Monday”-systeem worden feestdagen die in het weekend vallen automatisch doorgeschoven naar de eerstvolgende werkdag!), en vandaag was het Showa-dag. Showa was de vorige keizer dus in die zin is het een vervangende Koninginnedag – behalve dat er verder op Showa-dag niks te doen is.

Nouja, niets speciaals dan. April en mei zijn zo ongeveer de beste maanden om in Japan te zijn qua klimaat, de winter is rottig en de zomer is vochtig, dus het werd een dagje strand met twee Italiaanse meiden. Bal mee, boek mee en zwembroek mee – maar natuurlijk niet zwemmen in het nog veel te koude water. Och, kijken hoe de windsurfers onderuit gaan is ook best leuk… ;)

’s Middags gingen we op zoek naar eten. Omdat geroosterd kippehol (“roast chicken // hole”) niet zo appetijtelijk klonk werd het niet de Italiaan (die overigens ook de Italiaanse gerechtnamen niet kon spellen) maar de “Red Lobster”… alwaar we alsnog pizza aten.

Daarna zijn we doorgelopen naar “Denny’s” en hebben we op het terrasje met uitzicht op het strand plaatsgenomen. Dat vanaf die plek te zien was dat het strand eigenlijk niet zoveel voorstelde (zie foto) deed gelukkig niet af aan het vakantiegevoel dat een koud biertje op een zonnig terras je zo gemakkelijk geeft. Ik waande me weer even in Griekenland en vroeg me tegelijkertijd af wat die gekke Italianen in het zonnetje met een bak koffie moesten. Hmmm.

Jaaa, doe mij maar wat vaker een feestdag in april en mei. O wacht, er komen er nog drie aan! :D En op die dagen ga ik…. werken. Maar wees gerust, ik doe dat alleen omdat ik ze dan tegen drie andere dagen kan ruilen zodat mijn tripje naar Hiroshima, Miyajima en Himeji niet in de duurste en drukste week van het jaar valt. Daarover t.z.t. meer…

Filed under Japan. Date: 29 April 2009, 22:30 | 4 Comments »

21  Apr
Sanity

Gestoorde collega’s? Zelf je verstand aan het verliezen? Of heeft je brein gewoon een opfrisser nodig? Spray nieuwe Sanity, en je probleem is verleden tijd!

(foto genomen in de FANTOM bar)

img_1920a

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Zomaar. Date: 21 April 2009, 20:35 | 3 Comments »

Nieuwsgierig zijn is een vereiste als je een fatsoenlijk wetenschapper wilt zijn of worden. Maar ook buiten de wetenschap “ontdek” je dan weleens dingen… Benieuwd naar wat er in de holle maar niet toegankelijke ruimte boven mijn keukenkastjes zit duwde ik in de aangrenzende badkamer een plafonddeel omhoog. Ligt er dit :D

(oh, min of meer NSFW)

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Algemene dingetjes. Date: 18 April 2009, 21:58 | 4 Comments »

Shinagawa, een district in het zuiden van Tokyo, is goed voor twee dingen: overstappen op het enorme station, en Sengakuji, de tempel waar de 47 ronin (= meesterloze samurai) begraven liggen. Ik schrijf “de” 47 ronin omdat de betreffende ronin wereldberoemd zijn in heel Japan. En de plek waar ze begraven liggen, Sengakuji, is dat dus ook…

Voordat ik doorga naar mijn bezoek aan Sengakuji eerst heel kort het verhaal van de 47 ronin (een uitgebreidere versie vind je hier op wikipedia). De daimyo (baas) van de 47 (toen nog) samurai kon het niet zo goed vinden met een (of) andere hoge ambtenaar en trok een wapen in het paleis van de shogun. Dat had ie beter niet kunnen doen, want daar stond de doodstraf op en de meneer in kwestie moest dus zelfmoord plegen. Toen hadden de 47 ronin geen baas meer, en niemand neemt je aan als je meester zichzelf zo te schande heeft gemaakt, dus het enige dat ze nog te doen stond was wraak nemen op die nare ambtenaar – zonder hem had hun meester immers nog geleefd. Die ambtenaar natuurlijk op zijn vingers natellen dat dat ging gebeuren, dus hij liet de ex-samurai in de gaten houden, maar desondanks was ie anderhalf jaar later zelf de klos. De 46 overgebleven ronin (eentje had de aanval niet overleefd) moesten toen zelfmoord plegen, maar dat wisten ze al toen ze eraan begonnen.

En nu liggen ze begraven in Sengakuji, de plek waar ze na de geslaagde aanslag samenkwamen met het hoofd van hun vijand. Die 47 kerels zijn zo’n beetje de nationale helden van Japan, want ondanks hun wraakzucht belichamen ze zo’n beetje alle Japanse deugden (trouw, zelfopoffering, eer, volharding, etc.). En dus is Sengakuji, een verder niet zo bijzondere tempel, een behoorlijk beroemde plek.

Het tempelgebouw zelf is een beetje dertien in een dozijn, en de deuren zaten dicht dus ik kon niet eens naar binnen kijken. Maar de begraafplaats van de ronin was wel interessant. Net voor de begraafplaats staat een mannetje bundeltjes met wierookstokjes te verkopen. Je geeft hem 100 yen (toch al gauw 80 cent…), dan steekt ie een heel bundeltje voor je aan en dat krijg je dan in een bamboe bakje mee (je hoeft op zich geen wierook te halen bij hem, maar het is wel zo leuk, toch?). Dan loop je met je bakje langs alle graven (hun daimyo is er ook bij gelegd) en leg je bij allemaal wat wierook op de speciaal daarvoor neergezette steen.

De wierookjes eerlijk verdeeld, het bakje netjes teruggegeven aan de wierookmeneer (wat zullen z’n kleren stinken na zo’n dag!), en nog nadenkend over zoveelste mij vreemde ritueel waaraan ik heb deelgenomen verlaat ik het tempelterrein. De drukte en het lawaai waar ik inmiddels aan gewend ben geraakt zijn ineens weer even duidelijk merkbaar. Het heeft wel wat, zo’n tempel midden in de stad…

Filed under Japan. Date: 18 April 2009, 18:07 | 5 Comments »

16  Apr
Niemands land

En dan nu een verzoeknummer… ;)

Japan heeft drie culturen. Eentje van de Japanners zelf, een van de buitenlanders en een van de Japanners en de buitenlanders samen. Nu zal een ieder van elk van die culturen zo zijn verwachtingen hebben, en in het geval van de eerste (!) zullen die grotendeels juist zijn – voorzover je dat stuk cultuur te zien krijgt. Wat mij hier het meest verbaast op cultuurgebied is de privécultuur van de buitenlanders.

Kort en goed: Japan is het land waar iedereen naartoe wil, maar waar niemand eigenlijk wil zijn. Ik begrijp dat niet helemaal. Je wéét dat je naar een vreemd land met vreemde mensen en een vreemde cultuur gaat, en je wéét dat de Japanners an sich al niet als bijzonder buitenlanderproof te boek staan. Je weet dat de taal niet de makkelijkste is, en dat je al helemaal niet hoeft te verwachten snel te kunnen lezen en schrijven. En toch valt het de meeste mensen vies tegen.

Velen heb ik zich er al in zien verslikken. Maar toch lukt het sommigen om niet continu te piepen over hoe anders het land is en hoe ontoegankelijk de Japanners. Na uitgebreide overpeinzing heb ik geconcludeerd dat al deze mensen in (tenminste) een van de volgende categorieën vallen:

  1. Heeft een vriend(in)/echtgeno(o)t(e) in Japan. Westerse mannen met een Japanse vriendin of vrouw komen overigens honderd keer vaker voor dan andersom. Koppels van twee niet-Japanners mogen ook in deze categorie.
  2. Spreekt de taal goed. Het leren van de taal is óf een hobby óf een plaag, maar in ieder geval heeft iedereen het er de hele tijd over. Die gesprekken vermijd ik inmiddels zoveel mogelijk, want ze zijn altijd hetzelfde. Zoals de ACTA een soort “happy tandartswereld” is, is Japan een land met 100% taalkundigen. Brrr. Hoe dan ook, de buitenlanders die de taal goed spreken gedijen hier prima, want die kunnen meedoen met een deel van de Japanse maatschappij dat voor de minder taalkundig begaafde gaijin gesloten blijft. Overigens bedoel ik met goed spreken écht goed spreken, vloeiend en nog op een behoorlijk hoog niveau ook. Ter illustratie: “Twee Strawberry Frappucino, alstublieft (en een beetje snel graag)” is niet genoeg, maar “hmmm, tsja, ehm… neem me niet kwalijk, het is een beetje moeilijk, maarrem… tsja… dit is een colaatje en ik had toch echt om een Strawberry Frappucino zonder ijs en met een rietje gevraagd” komt al meer in de richting. Vreemd genoeg hoef je kennelijk niet te kunnen lezen en schrijven om het in dit land te redden, want de meeste Categorie 2-ers die ik ken kunnen niet lezen en schrijven en daarmee gaat het ook prima. Hmmm.
  3. Is hier voor bepaalde tijd, en dat is minder dan een jaar. Als je weet dat je over x maanden weggaat, hoef je je niks aan te trekken van al die Japanse andersheid. Deze categorie, waar ik ook onder val, is een beetje “op vakantie”, trekt zich dus niets aan van de nare en rare dingen en doet en onthoudt alleen maar de leuke. Wie al langer dan een jaar in Japan is en voorlopig geen uitzicht heeft op vertrek kan maar beter zorgen dat ie tot categorie 1 of 2 toetreedt, anders staat hem een behoorlijk miserabel bestaan te wachten…

Klinkt hard? Misschien. Maar ik heb zelfs fervente Japanfanaten hun verwachtingen zien bijstellen. Wilden zo graag naar Japan gaan, maar uiteindelijk niet in Japan zijn. Houdt het in uw achterhoofd, en bezint eer ge begint…

Filed under Japan. Date: 16 April 2009, 21:55 | 3 Comments »

15  Apr
Wereldberoemd

Ik krijg net een mailtje…

Dear colleagues in the bioinformatics team,

Please be informed that NHK TV crew is going to visit your room on 17th Friday to
film researchers analysing data.

Jaja, ik zie het al voor me… Weet je hoe je soms bij films in de aftiteling rollen ziet staan als “Street Thug I”, “Bank employee” en “Girl in street”? Nou, straks ben ik dus misschien wel “Researcher analysing data”. :D

Wordt misschien wel vervolgd…

Filed under Zomaar. Date: 15 April 2009, 19:33 | 2 Comments »

12  Apr
Superjoke (Mito)

View full post for English!

Reizen in Japan is duur. Niet gewoon duur, maar duur. Toch is het af en toe nodig om de omgeving van Tokyo achter me te laten en iets anders te gaan zien. Omdat ergens overnachten in Japan ook duur is werd het gisteren een bestemming binnen een paar uur rijden, maar toch in een behoorlijk “ander” stukje Japan: Mito.

Mito is de hoofdstad van de prefectuur Ibaraki en het ligt op ongeveer twee uur rijden vanaf Yokohama. De stad heeft een van ’s lands drie mooiste tuinen en het is vlakbij zee – mooi meegenomen met het mooie weer van de afgelopen week.

Dus het werd Mito gisteren voor Marina en mij. Auto ophalen (ze kenden me nog: “Weer naar Narita, Yoosuto-san?”), en de wijde wereld in – of in ieder geval het onnavolgbare snelwegennet van Tokyo. Ik weet niet of ik dat al eens had gezegd, maar ik doe het gewoon nog een keer: zonder navigatiesysteem ben je daar nergens. De wegen kronkelen zich in de vreemdste bochten en lopen soms met z’n vieren over elkaar, vlak boven de rest van de stad. Een klaverblad mag er dan soms indrukwekkend uitzien, dit is bijna kunst, behalve dat het niet echt op gebruiksgemak berekend is (net als bij kunst…).

Twee uur toeren later (schoentjes uit en voetjes op het dashboard) waren we in Mito. Het was inmiddels bijna 1 uur en we besloten het strand te proberen. Oarai Sun Beach, dat klinkt goed (het landweggetje erheen was al helemaal geweldig trouwens, super on-Japans). Ze hadden het misschien beter Oarai Typhoon Beach kunnen noemen of Oarai Sand Storm Beach, want lekker op het strand chillen was er helaas niet bij (toch een smsje naar Morana gestuurd: “Greetings from Oarai Sun Beach” met een min-of-meer zonnige foto van ons erbij :P ). Na tien minuten hadden we het strand wel gezien (alleen de surfers leken het leuk te vinden daar) en gingen we maar naar de belangrijkste attractie van Mito, kairakuen: “de tuin om met het volk van te genieten”.

Kairakuen was niet zozeer een tuin als wel een heel groot park. Veel grote vijvers, grote grasvelden, en pruimen- en kersenbomen. Gewoon lekker chillen, mensen kijken en foto’s maken… En dat mensen kijken zou nog een heel nieuwe dimensie krijgen. Overigens waren we zelf veruit de best bekeken mensen, want in de wijde omtrek was geen buitenlander te bekennen. Leuk om weer eens speciaal te zijn.

Op een heuvel, tegen het park aan, ligt een schrijn (Shinto-heiligdom). Ik heb geen idee wat de precieze betekenis van deze was, maar we wisten wel dat er zaterdag een feest aan de gang was in Mito, dus we gingen daar ook even kijken. Het liep tegen drieën, en bovenop de heuvel vonden we de laatste overgebleven standjes van een vrijmarkt eerder op de dag. Aangezien we nog geen lunch hadden gegeten gingen we richting de voedselstalletjes (bij elk feest in Japan staan tientallen stalletjes die traditioneel fastfood verkopen: yakisoba, takoyaki, okonomiyaki, yakitori, enz. “Yaki” staat voor geroosterd, en zo’n beetje al het voer is inderdaad op een of andere manier geroosterd) om een maaltje bij elkaar te scharrelen. Met een bakje yakisoba gingen we naar de speciaal voor het feest klaargezette tafels. Schoentjes uit op de matten waarop de tafels stonden (zie je het al voor je? Een feest in een provinciehoofdstad waar je in het centrum van het feest je schoenen moet uitdoen? Welkom in Japan…) en een tafeltje uitgezocht. Na twee minuten kwam een meneer vertellen dat we beter aan een ander tafeltje konden gaan zitten; later zagen we dat de meeste tafels vanaf een bepaald tijdstip gereserveerd waren – hier moest het feest dus nog beginnen. Tafels reserveren op een feest in de open lucht. Welkom in Japan…

Naast onze tafel zat een groep beschonken Japanse mannen. Naar later bleek vrachtwagenchauffeurs. Ze boden ons een zak chips aan die ze zelf niet meer op konden, en even later kwamen ze zelfs aangedragen met bier. Tellen konden ze inmiddels echter niet meer zo goed, want toen bijna alle chauffeurs weggingen hadden we ineens heel veel bier. Jammer dat ik moest rijden… De ene overgebleven chauffeur knoopte natuurlijk een praatje aan en was verstandig genoeg zijn eigen biertje héél langzaam op te drinken. Gespreksonderwerpen: “waar komen jullie vandaan?” (3x), “dingen die uit Italië komen” (5x, “Alfa Romeo! Ferrari! Lamborghini! Lancia!”), “nee, Joost, ga jij maar vast naar huis” (6x, steevast gevolgd door “Joke! Joke!”), “aahh joh, blijf toch overnachten in Mito, ik bel m’n vrienden wel weer op” (“Suupaa-joke!”), “hey waar is m’n telefoon?” (haha) en een heleboel willekeurig gewauwel waarvan ik de inhoud ben vergeten of niet eens kon verstaan. Hilarisch was ook z’n reactie toen ie erachter kwam dat we collega’s waren, en niet vriendje-vriendinnetje. Zelden zo’n verbaasde Japanner gezien… Onze versie van “suupaa-joke”. ;) We zeiden gedag tegen Masa (“bel me als jullie in de buurt van Mito zijn hè!”) en vertrokken op tijd om de openluchtkaraoke te missen.

Iedereen die vol overgave het woord “suupaa-joke!” kan gebruiken is natuurlijk goed voor een middag lol en vervolgens een twee uur durende autorit vol napraatlol, dus onze dag was weer goed… Jaa, vrienden maken op het “platteland” is machtig makkelijk als buitenlander. Maar het scheelt als je een vrouw bent…

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Japan. Date: 12 April 2009, 21:14 | 2 Comments »

« Previous Entries