Het is inderdaad alweer een tijd geleden dat jullie iets hebben gehoord, maar gezien de omstandigheden kunnen jullie het me vast vergeven. Hier een overzicht van de afgelopen dagen met Miranda. Hopeloos incompleet vrees ik, maar dat laat wat ruimte over voor mij om als ik weer terugben nog wat te vertellen te hebben…
Narita: de politie salueert
Miranda is vandaag aangekomen in Japan! Ik heb de autoverhuurmensen weer laten schrikken door als buitenlander in hun zaak te verschijnen (“op je internationale rijbewijs staat 6 juni 2008. is ie toen uitgegeven?” “ja, maar het is de internationale maar” “okee.” even later, met bezorgd gezicht: “maar… wanneer had je voor het eerst een rijbewijs dan? en heb je al eens eerder een auto gehuurd?” en toen herkende ie me van de vorige keer
)
Op de toegangsweg naar het vliegveld een heuse wegversperring van de politie. Of ik m’n paspoort wil laten zien. De vrolijke agent neemt mijn paspoort aan, kijkt even, geeft ‘m terug, opent de slagboom en salueert. Je verzint het niet, ze salueren hier naar me!
Helaas een uurtje moeten wachten op het vertraagde vliegtuig, maar Miranda weerzien maakt dat natuurlijk goed! De arme Miranda heeft in het vliegtuig nauwelijks geslapen, en hoewel het bij mij in de auto altijd lekker slapen is is dat in het vreemde Japan toch ietsje anders. En dan is het nog lang geen bedtijd, want om zeven uur hebben we met Morana, Marina, Sylvia, Eivind en diens vriendin Pernille afgesproken in “Ninja”.
Akasaka: het sulplise-menu en de toverende ninja
Eten in ninja is de afsluiting van Eivinds 6 maanden in Japan en tevens de eerste keer dat Miranda en mijn vrienden in Japan elkaar zullen zien. Lachen, gieren, brullen met de toverninja, de ninja die geen surprise kan zeggen en de ninja die met een koeienaansteker een lont in ons eten aansteekt. De tien gangen van het “sulplise”-menu zijn onder andere werpstercrackers met paté, soep-met-hete-steen, schelpdieren met een lont eraan, pasteitjes waar een garnaaltje in verstopt zit en een hoofdgerecht dat verstopt zit onder een blad zeewier. Zoals voor al het Japanse eten geldt ook hier weer dat het er niet zo eetbaar uitziet; je moet het gewoon in je mond stoppen en dan komt het wel goed. Mag ook wel voor het geld, want een goedkoop restaurant is het niet – die ninja’s moeten natuurlijk ook tijd vrijmaken in hun drukke schema…
Zondag – eindelijk rust. Toch nog even Kawasaki laten zien, want de hele dag thuiszitten gaat ook vervelen – zeker in het Student House. En gegeten in de luxe izakaya in Tsurumi. Lekker Japans.
Maandag – Kyoto!
Kyoto: het hotel zonder dertiende verdieping
Na drie uur Shinkansen komen we aan in Kyoto. Het hotel zit pal naast de uitgang van het metrostation maar verstopt achter een ander gebouw, dus het is even zoeken. Dankzij een pakketdeal van japanican is het hotel erg luxe maar ook erg goed te betalen. En het heeft geen 13e verdieping; wij slapen op de 14e.
Tweepersoonsbed, bankstel, en… hippe waterkoker! Maar hier gaan we natuurlijk niet heel veel tijd doorbrengen. Voor dinsdag en woensdag hebben we een auto geregeld, zodat Miranda toch zoveel mogelijk kan zien met haar zere knie. Na aankomst in het hotel zijn we nog even Kyoto in geweest en hebben we oer-Japans ramen gegeten in een oer-Japans tentje zonder Engels- of plaatjesmenu.
Leuk om te zien hoe Miranda zich verbaast over alles dat ik niet eens meer zie. Net als Bart vallen haar de mondkapjes op, en de korte rokjes. En de irritante stemmen van sommige winkelmevrouwen. En zo kan ik nog wel even doorgaan met alles wat hier anders is…
Dinsdag: Nara en de hebberige herten
Net als Kyoto is ook Nara vroeger een hoofdstad van Japan geweest. En aangezien we toch in de buurt waren konden we daar ook even langsgaan. We gingen voor een dagje naar Nara-park, een groot park (joh…) in Nara, waar behalve heel veel oude gebouwen ook heel veel herten zijn. Voor 150 yen kun je dan een pak hertenwafels kopen en dan heb je ineens heel veel vriendjes… Niet dat je die zonder hertenvoer niet hebt, want een plattegrond van Kyoto smaakt ook best goed en die heeft iedereen wel.
We hebben het grootste houten gebouw ter wereld gezien, en ’s werelds grootste overdekte Boeddha. Plaatsen met grote Boeddha’s zoeken graag een (nieuw) soort beeld waarin zij de grootste zijn. Zo is er de hoogste Boeddha, de grootste Boeddha als-ie-op-zou-staan, de grootste buitenboeddha, de grootste binnenboeddha, en vast nog wel meer. Maar dit was dus de grootste binnenboeddha.
Verder stond er in het park een pagode en een ander mooi oud tempelcomplex. De arme Miranda zal het tempels kijken deze week nog wel zat worden…
Woensdag: Kyoto en het werelderfgoed
Het lopen gaat heel goed, maar nog niet van-tempel-naar-tempel-rennen-goed, dus het aantal bezienswaardigheden dat we kunnen bezichtigen is beperkt. Daarom hebben we vandaag een stukje Kyoto bezocht waar de werelderfgoed-monumenten zo dicht opeengepakt staan dat het zelfs lopend te doen is. Eerst één van Kyoto’s beroemdste attracties bekeken: de Kinkaku-ji, of het Gouden Paviljoen. Het is letterlijk een gouden paviljoen. Hoewel het in 1950 door iemand is platgebrand is het volledig volgens de originele tekeningen hersteld en ditmaal met nóg meer bladgoud bekleed.
Daarna gingen we naar Ryoan-ji, een tempel die bekend staat om zijn rotstuin. Misschien zijn we barbaren, maar zó bijzonder vonden we de rotsen nu ook weer niet – hoewel ze vast veel zeggen over de Japanse cultuur. Op weg naar Ryoan-ji kwamen we een kaitenzushi-tent tegen en dat vonden misschien wel net zo bezienswaardig (kaitenzushi is sushi op zo’n lopende band). Een schattig tentje was het niet bepaald, het zat stampvol en bij binnenkomst moesten we op een apparaat aangeven met hoeveel we waren en waar we wilden zitten (aan de counter of aan een tafel – maakte ons niet uit, als we maar te eten kregen) om een nummertje te kunnen trekken. Tien minuutjes later kregen we een tafeltje en kon het lunchen in Japanse stijl beginnen. Het is even zoeken voor je de bekers en sojasaus-bakjes gevonden hebt, maar het is wel heel grappig om gewoon je eten van de lopende band te grijpen als er iets lekkers voorbij komt. De rekening wordt bepaald aan de hand van het aantal lege schaaltjes dat je in een afvoergat gooit – elk gerecht kost 105 yen, een lachwekkende 80 eurocent of zo. Na elke vijf bakjes die je in het gat gooit komt op je verzoekgerecht-touchscreen (als je een bepaald soort sushi wilt eten, kun je dat hier aangeven, en dan komt het na een paar minuten voorbij in een speciaal bakje dat aan de anderen aangeeft dat het jouw eten is) een soort gokkast met sushi-figuurtjes; als je drie dezelfde op een rij krijgt, krijg je automatisch een prijs uit een automaat boven de lopende band. Je verzint het niet.
Daarna zijn we nog naar Ninna-ji geweest, een ander groot tempelcomplex dat vroeger door een lid van de keizerlijke familie werd gerund en dus van de nodige luxe voorzien is. Wederom een fraaie pagode, en tja, voor de rest kun je denk ik beter de foto’s bekijken…
Helaas troffen we in Kyoto nog nauwelijks kersenbloesems aan, maar de stad heeft het goedgemaakt met iets anders leuks. ’s Avonds werd een groot deel van Gion (de geisha-buurt) verlicht met lantaarns en werden in een park prachtige Japanse bloemstukken en moderne kunst tentoongesteld.
Over geisha’s gesproken… Lopen we over straat, komt er een hele groep rennende mensen onze kant op. “Aargh, wat gebeurt er?!” Komt er een geisha langsgelopen. De rennende mensen zijn toeristen – vooral Japanse – die het op haar voorzien hebben en graag het perfecte plaatje van voren willen schieten. De foto van de geisha blijf ik je schuldig; ik maak graag leuke foto’s maar met de horde voor die arme vrouw uitrennen is mijn eer te na…
Donderdag: Okonomiyaki in Yokohama
Vanwege de gekke regels van het student house moesten we voor de laatste 5 nachten elders accomodatie zoeken. De keuze is gevallen op A Silk Tree, een jeugdherberg in de buurt van mijn eerste stek. De kamer is schrikbarend klein, maar ja, wat wil je ook voor die prijs… Gelukkig is de ligging wel relaxed, en toen we op ’s avonds op zoek gingen naar eten hadden we na 100 meter beet: een leuke okonomiyaki-tent. Je kunt je misschien het verhaal daarover nog wel herinneren, maar het moge duidelijk zijn dat ik het pas één keer had gedaan. Dankzij het uiterst behulpzame personeel (buitenlanders in de zaak vonden ze zelf ook wel errug interessant) is ook Miranda’s eerste okonomiyaki-ervaring een succes geworden. Voor toe hadden we een soort doe-het-zelf pannenkoeken met rode bonenpasta, maar toen waren we wel moe van het reizen etc., dus met de rest van de donderdag is het niet echt meer iets geworden.
Vrijdag: drukte in Shibuya en Shinjuku
We wilden naar Sankei-en, een mooie tuin/park in Yokohama. Maar één blik uit het raam ontraadde ons dat. En wat kun je doen als het regent en je niet thuis wilt blijven? Shoppen! En voor Miranda betekent dat tegelijkertijd uiteraard ook het bekijken van de stad, want Shibuya en Shinjuku zijn niet de minst Tokyo-achtige plaatsen van Tokyo. Al na een paar drukke straten herriep ze haar eerdere uitspraak (“Het valt me allemaal heel erg mee qua drukte en Japansheid, ik was er denk ik al op voorbereid door al je verhalen”) en vond ze dit “wat ze zich van Japan had voorgesteld”. En dan had ze ’s werelds drukste station en kruispunt nog niet eens gezien… En geen bezoek aan Japan is compleet zonder een hyperactief 10-persoons fotohokje te hebben beleefd, dus dat hebben we ook nog gedaan.
Inmiddels zitten we stiekem weer bij YISH – zogenaamd om de was te doen, maar eigenlijk omdat het veel relaxter slaapt in mijn eigen kamer…
March 20th, 2009 at 22:35
leuk!
maar waar is die 13de verdieping nou gebleven?
March 21st, 2009 at 0:22
soms wordt een 13e verdieping weggelaten vanwege de bijgelovigheid. Dat is niet alleen in Japan zo, alhoewel ze in Japan ook wellis andere nummers weglaten (getallen met 4 erin bijvoorbeeld).
http://en.wikipedia.org/wiki/Thirteenth_floor
Ik kwam er niet zo heel lang geleden achter dat je in Amsterdam ook een kaitenzushi hebt xD ben er nog niet geweest maar ben wel een keer van plan te gaan.. lijkt me wel grappig.
Weet je trouwens waarom ze gaas voor die wachters bij van die tempels hebben? Ze hebben het bij alle tempels zo lijkt het maar het ziet er zo lelijk uit.. :/ je zou toch zeggen dat ze ook wat anders, doorzichtigers hadden kunnen gebruiken.
March 21st, 2009 at 7:01
Leuk!!
Fijn om te zien dat Miranda ondanks haar knie toch kan genieten van haar vakantie bij jou
March 21st, 2009 at 16:48
Hoi, Miranda en Joost, het zijn erg leuke foto’s. Zo te zien genieten jullie van al dat moois in Japan. Nog heel veel plezier.