28  Mar
Nederpan

Wat zou het cool zijn als ik alle goede dingen van Japan en Nederland kon combineren. Van het wonen in Yokohama, een stad met 3.6 miljoen inwoners, en het wonen in Nederlands suburbia, met z’n doodsaaie maar o zo overzichtelijke dagelijkse gang van zaken. Van het land waar op elke straathoek een winkel zit, en het land waar ik tenminste weet in welke winkel ik mijn spullen moet kopen. Van het land waar het winkelpersoneel superonderdanig en servicegericht is, en het land waar ik niet teveel voor mijn aankopen betaal.

Van het land waar vermaak nooit ver te zoeken is, en het land waar het beschikbare vermaak betaalbaar is. Van het land waarvan ik de helft niet begrijp, en het land waarvan ik teveel begrijp. Het land “waar niemand me kent, niemand me hoort en niemand me stoort”, en het land waar mijn vrienden en familie wonen. Het land waar het eten altijd een verrassing is, maar wel een smakelijke verrassing, en het land met zijn niet-verrassende recht-door-zee eten. Het land waar het goed vis eten is, en het land waar het goed (lees: überhaupt) vlees eten is.

Het land waar de trein altijd op tijd rijdt, en het land waar ik de trein helemaal niet nodig heb. Het land waar woninginrichting een kunst is met een geschiedenis die honderden jaren teruggaat, en het land waar woninginrichting een spelletje is met 16 miljoen beoefenaars. Het land waar beleefd zijn nog de norm is, en het land waar mensen privacy wordt gegund (zij het steeds minder). Het land waar ik speciaal ben, en het land waar ik niet gediscrimineerd word. Het land met een interessante taal, en het land met een taal die ik zonder enige moeite begrijp.

Het land waar mensen altijd aardig tegen je zijn, en het land waar mensen altijd eerlijk tegen je zijn. Het land waar ik de grootste ben, en het land… o nee, groot zijn is best leuk. Het land met de coolste waterkokers ever, en het land waar de stoppen niet doorslaan als je er twee tegelijk aanzet omdat ze daar niet vroeger de fout hebben gemaakt 100V op het stroomnet te zetten. Het land met de dronken op persconferenties verschijnende ministers en het land met z’n saaie en hypocriet-christelijke politiek.

Ja, kon ik maar zelf een land in elkaar knutselen uit onderdelen van Nederland en Japan. En dan noem ik het… Nederpan. :cool:

Filed under Japan, Nederland. Date: 28 March 2009, 14:58 | 4 Comments »

27  Mar
Witte cola

Net als je dacht het land wel door te hebben…

img_1792a

Witte cola met cola-/yoghurtsmaak. Denk niet dat dat het vasteland ooit zal halen…
Natuurlijk één van gekocht, en het is niet eens heel goor. Maar om ‘m nou nog een keer te kopen…

Verder gespot: de “lief fiets”, en de stappen waar je autovol tegen moet zijn… of zoiets.

img_1791aimg_1793a

Filed under Zomaar. Date: 27 March 2009, 20:56 | 4 Comments »

25  Mar
Eivinds cadeau

Ik zag dat ik Eivinds cadeau uit voorzorg nog niet op m’n site had gezet (stel dat ie het al zou zien voordat ie het kreeg…). Maar omdat ik ‘m toch de moeite waard vind (en omdat er ook behoorlijk wat tijd in gestoken is) hier wat plaatjes!

Let ook op de roze lijst ;)

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Algemene dingetjes. Date: 25 March 2009, 16:15 | 1 Comment »

En het laatste stukje van Miranda’s Japan-10-daagse.

Zaterdag: Sankei-en

In Yokohama heeft lang geleden een rijkaard gewoond die een hele mooie tuin had. De rijkaard is er niet meer en de tuin is nu toegankelijk voor publiek. Tegen betaling, dat wel, maar dan heb je ook toegang tot allerlei (heel) antieke gebouwen en soms een verdwaalde tentoonstelling.
Miranda was helaas net te vroeg in Japan om het sakura-seizoen mee te maken (sakura = kersenbloesem; overal roze bomen en blije mensen), maar we bleken wel midden in het ikebana-seizoen (ikebana = Japans bloemschikken) te zitten, want net als in Kyoto hadden er ook in deze tuin mensen erg hun best gedaan op bloemstukken. Deze waren in een gebouw tentoongesteld, en vriendelijke vrouwtjes in traditionele kleding moedigden ons aan om vooral naar binnen te gaan en wezen ons de route binnen het gebouwtje.

Zondag: Harajuku en Ginza de marathon van Tokyo

Op zondag wilde ik Ginza en Harajuku laten zien. Harajuku is gelukt (maar de oogst aan verklede kindertjes viel me ietsje tegen), maar in Ginza konden we niet op de leuke afgezette straten met veel te dure winkels lopen omdat hij dit keer ook voor ons afgezet was. Iets met 42.195 kilometer rennen ofzo. Hmpf.

Maandag: chillen

Op ons laatste dagje samen in Japan hebben we rustig wat gewinkeld en ramen gegeten – Miranda blijkt een groot fan van Japans fastfood en stond erop dat we nog een keer ramen zouden gaan eten. Dit keer werd het de ramen-tent die altijd de Beatles draait.

Dinsdag: vertrek

Bijna had een op de baan neergestort vliegtuig Miranda’s vertrek verhinderd of voor heel lange tijd uitgesteld, maar uiteindelijk heeft ze maar anderhalf uur vertraging opgelopen. Jammer om haar nu alweer op het vliegtuig te moeten zetten en dan weer in m’n eentje met de trein naar huis terug te moeten, maar over twee maanden worden we weer herenigd.

Bij thuiskomst werd ik door een ernstig klinkende YISH-mevrouw aangesproken. Of mijn vrouw/vriendin hier vannacht had geslapen (in de hoop wat stomme Japanse regels te omzeilen had ik eerder gezegd dat ze mijn vrouw is, maar dat bleek niets te helpen). Jaja, want dat mag niet in het Student House, mensen te slapen hebben. Stel je voor…. Nee, ook als je twee bedden op je kamer hebt, zoals ik, en je vrouw komt langs, moet ze een aparte kamer huren. Dat hebben we voor de eerste twee nachten gedaan, en de andere nachten sliepen we ergens anders, maar voor deze laatste nacht had ik geen zin in een gaar hostel te gaan zitten en zijn we gewoon naar binnen gelopen. Ik dacht nog ermee weg te komen, maar…. ik was gezien.
Was die vliegtuigcrash toch nog een geluk bij een ongeluk, want daardoor had ik wel een geloofwaardig verhaal over waarom ze bleef slapen zonder dat ik iets had gezegd/gevraagd. “Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat er zomaar mensen blijven slapen!” Okee, ik zal het onthouden…

Filed under Japan, Tokyo, Yokohama. Date: 24 March 2009, 16:32 | 2 Comments »

20  Mar
Miranda in Japan

Het is inderdaad alweer een tijd geleden dat jullie iets hebben gehoord, maar gezien de omstandigheden kunnen jullie het me vast vergeven. Hier een overzicht van de afgelopen dagen met Miranda. Hopeloos incompleet vrees ik, maar dat laat wat ruimte over voor mij om als ik weer terugben nog wat te vertellen te hebben…

Narita: de politie salueert

Miranda is vandaag aangekomen in Japan! Ik heb de autoverhuurmensen weer laten schrikken door als buitenlander in hun zaak te verschijnen (“op je internationale rijbewijs staat 6 juni 2008. is ie toen uitgegeven?” “ja, maar het is de internationale maar” “okee.” even later, met bezorgd gezicht: “maar… wanneer had je voor het eerst een rijbewijs dan? en heb je al eens eerder een auto gehuurd?” en toen herkende ie me van de vorige keer :D )
Op de toegangsweg naar het vliegveld een heuse wegversperring van de politie. Of ik m’n paspoort wil laten zien. De vrolijke agent neemt mijn paspoort aan, kijkt even, geeft ‘m terug, opent de slagboom en salueert. Je verzint het niet, ze salueren hier naar me!
Helaas een uurtje moeten wachten op het vertraagde vliegtuig, maar Miranda weerzien maakt dat natuurlijk goed! De arme Miranda heeft in het vliegtuig nauwelijks geslapen, en hoewel het bij mij in de auto altijd lekker slapen is is dat in het vreemde Japan toch ietsje anders. En dan is het nog lang geen bedtijd, want om zeven uur hebben we met Morana, Marina, Sylvia, Eivind en diens vriendin Pernille afgesproken in “Ninja”.

Akasaka: het sulplise-menu en de toverende ninja

Eten in ninja is de afsluiting van Eivinds 6 maanden in Japan en tevens de eerste keer dat Miranda en mijn vrienden in Japan elkaar zullen zien. Lachen, gieren, brullen met de toverninja, de ninja die geen surprise kan zeggen en de ninja die met een koeienaansteker een lont in ons eten aansteekt. De tien gangen van het “sulplise”-menu zijn onder andere werpstercrackers met paté, soep-met-hete-steen, schelpdieren met een lont eraan, pasteitjes waar een garnaaltje in verstopt zit en een hoofdgerecht dat verstopt zit onder een blad zeewier. Zoals voor al het Japanse eten geldt ook hier weer dat het er niet zo eetbaar uitziet; je moet het gewoon in je mond stoppen en dan komt het wel goed. Mag ook wel voor het geld, want een goedkoop restaurant is het niet – die ninja’s moeten natuurlijk ook tijd vrijmaken in hun drukke schema…

Zondag – eindelijk rust. Toch nog even Kawasaki laten zien, want de hele dag thuiszitten gaat ook vervelen – zeker in het Student House. En gegeten in de luxe izakaya in Tsurumi. Lekker Japans.

Maandag – Kyoto!

Kyoto: het hotel zonder dertiende verdieping

Na drie uur Shinkansen komen we aan in Kyoto. Het hotel zit pal naast de uitgang van het metrostation maar verstopt achter een ander gebouw, dus het is even zoeken. Dankzij een pakketdeal van japanican is het hotel erg luxe maar ook erg goed te betalen. En het heeft geen 13e verdieping; wij slapen op de 14e. :D Tweepersoonsbed, bankstel, en… hippe waterkoker! Maar hier gaan we natuurlijk niet heel veel tijd doorbrengen. Voor dinsdag en woensdag hebben we een auto geregeld, zodat Miranda toch zoveel mogelijk kan zien met haar zere knie. Na aankomst in het hotel zijn we nog even Kyoto in geweest en hebben we oer-Japans ramen gegeten in een oer-Japans tentje zonder Engels- of plaatjesmenu.

Leuk om te zien hoe Miranda zich verbaast over alles dat ik niet eens meer zie. Net als Bart vallen haar de mondkapjes op, en de korte rokjes. En de irritante stemmen van sommige winkelmevrouwen. En zo kan ik nog wel even doorgaan met alles wat hier anders is…

Dinsdag: Nara en de hebberige herten

Net als Kyoto is ook Nara vroeger een hoofdstad van Japan geweest. En aangezien we toch in de buurt waren konden we daar ook even langsgaan. We gingen voor een dagje naar Nara-park, een groot park (joh…) in Nara, waar behalve heel veel oude gebouwen ook heel veel herten zijn. Voor 150 yen kun je dan een pak hertenwafels kopen en dan heb je ineens heel veel vriendjes… Niet dat je die zonder hertenvoer niet hebt, want een plattegrond van Kyoto smaakt ook best goed en die heeft iedereen wel. ;)

We hebben het grootste houten gebouw ter wereld gezien, en ’s werelds grootste overdekte Boeddha. Plaatsen met grote Boeddha’s zoeken graag een (nieuw) soort beeld waarin zij de grootste zijn. Zo is er de hoogste Boeddha, de grootste Boeddha als-ie-op-zou-staan, de grootste buitenboeddha, de grootste binnenboeddha, en vast nog wel meer. Maar dit was dus de grootste binnenboeddha.

Verder stond er in het park een pagode en een ander mooi oud tempelcomplex. De arme Miranda zal het tempels kijken deze week nog wel zat worden…

Woensdag: Kyoto en het werelderfgoed

Het lopen gaat heel goed, maar nog niet van-tempel-naar-tempel-rennen-goed, dus het aantal bezienswaardigheden dat we kunnen bezichtigen is beperkt. Daarom hebben we vandaag een stukje Kyoto bezocht waar de werelderfgoed-monumenten zo dicht opeengepakt staan dat het zelfs lopend te doen is. Eerst één van Kyoto’s beroemdste attracties bekeken: de Kinkaku-ji, of het Gouden Paviljoen. Het is letterlijk een gouden paviljoen. Hoewel het in 1950 door iemand is platgebrand is het volledig volgens de originele tekeningen hersteld en ditmaal met nóg meer bladgoud bekleed.

Daarna gingen we naar Ryoan-ji, een tempel die bekend staat om zijn rotstuin. Misschien zijn we barbaren, maar zó bijzonder vonden we de rotsen nu ook weer niet – hoewel ze vast veel zeggen over de Japanse cultuur. Op weg naar Ryoan-ji kwamen we een kaitenzushi-tent tegen en dat vonden misschien wel net zo bezienswaardig (kaitenzushi is sushi op zo’n lopende band). Een schattig tentje was het niet bepaald, het zat stampvol en bij binnenkomst moesten we op een apparaat aangeven met hoeveel we waren en waar we wilden zitten (aan de counter of aan een tafel – maakte ons niet uit, als we maar te eten kregen) om een nummertje te kunnen trekken. Tien minuutjes later kregen we een tafeltje en kon het lunchen in Japanse stijl beginnen. Het is even zoeken voor je de bekers en sojasaus-bakjes gevonden hebt, maar het is wel heel grappig om gewoon je eten van de lopende band te grijpen als er iets lekkers voorbij komt. De rekening wordt bepaald aan de hand van het aantal lege schaaltjes dat je in een afvoergat gooit – elk gerecht kost 105 yen, een lachwekkende 80 eurocent of zo. Na elke vijf bakjes die je in het gat gooit komt op je verzoekgerecht-touchscreen (als je een bepaald soort sushi wilt eten, kun je dat hier aangeven, en dan komt het na een paar minuten voorbij in een speciaal bakje dat aan de anderen aangeeft dat het jouw eten is) een soort gokkast met sushi-figuurtjes; als je drie dezelfde op een rij krijgt, krijg je automatisch een prijs uit een automaat boven de lopende band. Je verzint het niet.

Daarna zijn we nog naar Ninna-ji geweest, een ander groot tempelcomplex dat vroeger door een lid van de keizerlijke familie werd gerund en dus van de nodige luxe voorzien is. Wederom een fraaie pagode, en tja, voor de rest kun je denk ik beter de foto’s bekijken…

Helaas troffen we in Kyoto nog nauwelijks kersenbloesems aan, maar de stad heeft het goedgemaakt met iets anders leuks. ’s Avonds werd een groot deel van Gion (de geisha-buurt) verlicht met lantaarns en werden in een park prachtige Japanse bloemstukken en moderne kunst tentoongesteld.
Over geisha’s gesproken… Lopen we over straat, komt er een hele groep rennende mensen onze kant op. “Aargh, wat gebeurt er?!” Komt er een geisha langsgelopen. De rennende mensen zijn toeristen – vooral Japanse – die het op haar voorzien hebben en graag het perfecte plaatje van voren willen schieten. De foto van de geisha blijf ik je schuldig; ik maak graag leuke foto’s maar met de horde voor die arme vrouw uitrennen is mijn eer te na…

Donderdag: Okonomiyaki in Yokohama

Vanwege de gekke regels van het student house moesten we voor de laatste 5 nachten elders accomodatie zoeken. De keuze is gevallen op A Silk Tree, een jeugdherberg in de buurt van mijn eerste stek. De kamer is schrikbarend klein, maar ja, wat wil je ook voor die prijs… Gelukkig is de ligging wel relaxed, en toen we op ’s avonds op zoek gingen naar eten hadden we na 100 meter beet: een leuke okonomiyaki-tent. Je kunt je misschien het verhaal daarover nog wel herinneren, maar het moge duidelijk zijn dat ik het pas één keer had gedaan. Dankzij het uiterst behulpzame personeel (buitenlanders in de zaak vonden ze zelf ook wel errug interessant) is ook Miranda’s eerste okonomiyaki-ervaring een succes geworden. Voor toe hadden we een soort doe-het-zelf pannenkoeken met rode bonenpasta, maar toen waren we wel moe van het reizen etc., dus met de rest van de donderdag is het niet echt meer iets geworden.

Vrijdag: drukte in Shibuya en Shinjuku

We wilden naar Sankei-en, een mooie tuin/park in Yokohama. Maar één blik uit het raam ontraadde ons dat. En wat kun je doen als het regent en je niet thuis wilt blijven? Shoppen! En voor Miranda betekent dat tegelijkertijd uiteraard ook het bekijken van de stad, want Shibuya en Shinjuku zijn niet de minst Tokyo-achtige plaatsen van Tokyo. Al na een paar drukke straten herriep ze haar eerdere uitspraak (“Het valt me allemaal heel erg mee qua drukte en Japansheid, ik was er denk ik al op voorbereid door al je verhalen”) en vond ze dit “wat ze zich van Japan had voorgesteld”. En dan had ze ’s werelds drukste station en kruispunt nog niet eens gezien… En geen bezoek aan Japan is compleet zonder een hyperactief 10-persoons fotohokje te hebben beleefd, dus dat hebben we ook nog gedaan.

Inmiddels zitten we stiekem weer bij YISH – zogenaamd om de was te doen, maar eigenlijk omdat het veel relaxter slaapt in mijn eigen kamer…

Filed under Japan, Tokyo. Date: 20 March 2009, 21:56 | 4 Comments »

13  Mar
Bureaucratie

Uit mijn verhalen zul je inmiddels wel hebben opgemaakt dat dit land misschien wel het meest bureaucratische land sinds de Sovjetunie is. Mijn declaratie voor reiskosten kostte het bedrijf aan arbeidskosten méér dan de eigenlijke reiskosten die ze me (uiteindelijk) vergoedden. Het omzetten van Michiels Nederlandse rijbewijs naar een Japanse kostte een hele dag, en dan had hij nog het geluk niet te worden teruggestuurd om één of ander wissewasje. Morana’s functieomschrijving verandert per 1 april*, en het deze week ingediende papierwerk was niet op dezelfde kwaliteit papier gedrukt als het vorige, dus het mocht overnieuw. En dat alles binnen Riken!
Miranda mag niet bij mij op mijn tweepersoonskamer slapen omdat ze niet over het goede visum beschikt. Voor haar zere knie zou een uitzondering gemaakt kunnen worden, maar daarvoor had ik weken geleden een aanvraag moeten indienen – vertelden ze vorige week.

Ik weet niet hoe de Japanners er zelf mee omgaan, want hun mening erover vertellen ze natuurlijk niet. Aan de buitenkant stráált iedereen van plichtsgetrouwheid. Of dat schijn is weet ik niet, maar ik heb nog nooit een Japanner iets zien doen dat tegen de regels is. Ik voor mij zit niet zo te wachten op al die regeltjes. Daarom hier voor eenieder de spoedcursus “omgaan met de regels, Japanse stijl”.

  1. Als je iets wilt regelen of een probleem hebt, charter je de eerste de beste Japanner die je tegenkomt. Gewone mensen – zelfs vreemden in een grote stad – zijn uiterst behulpzaam, en zullen je óf zelf helpen, óf je in de juiste richting sturen. Helpen ze je zelf, schrik dan niet als ze zeggen dat ze je “misschien” gaan helpen, ze bedoelen dan vooral dat ze niet zeker weten of het ze lukt, maar ze gaan het in ieder geval proberen. Sturen ze je door, dan kom je meestal bij een grotere instantie uit. Dan is jammer, want daar zijn balies, en …
  2. … als je eenmaal aan een balie staat heb je pech. Je neemt dan deel aan een soort rollenspel: degene aan de andere kant stelt al glimlachend en buigend vragen of wil papieren of geld hebben, en jij glimlacht terug en geeft precies waar diegene om vraagt. Vaak kom je er op deze manier uit; protesteren, klagen of tegenwerken heeft in ieder geval toch geen zin.
  3. Als je aan de balie een probleem tegenkomt – we zijn nog steeds met het rollenspel bezig – trekt degene achter de balie een begripvol “moeilijk gezicht” en zegt iets in de trant van “oei oei, jaaaa dat is wel moei-lijk . . .” ** Het is dan de bedoeling dat je een begripvol “vriendelijk gezicht” trekt en de andere persoon geruststelt dat het écht niet zijn schuld is en dat je wel een andere manier zoekt om eruit te komen.
  4. De “andere manier” kan twee dingen zijn: de duurdere variant van de dienst die je aan de balie gedaan wilde krijgen – in dat geval heb je pech en moet je gewoon dokken. Maar als het je om toestemming voor iets ging, in plaats van om een dienst, heb je mazzel: dan kun je het gewoon tóch proberen te doen. Je hebt dan 50% kans dat niemand er überhaupt iets van zegt, en in het slechtste geval zeggen ze je alsnog (en meestal verontschuldigend buigend en glimlachend) dat het niet mag. Niets te verliezen dus.
  5. Vermoed je na stap 1 dat stap 2 je niets zal opleveren, bijvoorbeeld omdat zwart op wit in de regels staat dat wat je wilt niet mag, zoals het na tienen ontvangen van gasten (ja, in mijn huis dus… dat zuigt), ga dan gelijk door naar stap 4: toch doen. Voor mij pakte dat tot nu toe altijd beter uit dan het netjes vragen. De nachtwaker zegt vriendelijk okaeri nasai (welkom thuis) tegen mij én mijn avondlijke gasten. En zolang ik niemand tot last ben, kan het hem niets schelen wat ik ’s avonds doe (of hij kan ons Westerlingen niet uit elkaar houden; we lijken immers zo op elkaar…).

En die ongeschreven regel vinden ze hier eigenlijk belangrijker dan al hun geschreven regels bij elkaar: als jij mij niet lastigvalt, val ik jou niet lastig. Aan Westerse diplomatie heb je hier niets… En da’s eigenlijk natuurlijk wel zo leuk. Wanneer je daar eenmaal achter bent natuurlijk.

* Een fiscaal jaar loopt in Japan van 1 april tot 31 maart. Dus momenteel is het hommeles binnen Riken. Evaluatiegesprekken, stress en een lekkere extra portie onzinnig papierwerk.
** Geen grapje. Dat zeggen ze echt. :)

Filed under Algemene dingetjes. Date: 13 March 2009, 22:41 | 3 Comments »

13  Mar
Betrouwbaar

Je kunt van de Japanners zeggen wat je wilt, maar betrouwbaar zijn ze. Als ze zeggen dat ze iets doen, dat gebeurt het ook. De kunst is natuurlijk om ze een belofte te laten doen, want zij weten ook donders goed dat het moet gebeuren als ze het zeggen. Dus krijg je veel “misschien” en “denk ik” te horen, in plaats van een stellig antwoord. En daar moet je maar net mee om kunnen gaan. Maar toch.

Twee maanden geleden had ik shinkansen-kaartjes besteld (de shinkansen is de Japanse TGV, en tevens de trots van de natie), en die zouden worden bezorgd. Nu hadden de mevrouwen bij de balie beneden in mijn gebouw ze eergisteren in ontvangst genomen, en dat wist ik niet, dus ik was even ongerust dat er iets was misgegaan. Voor niets natuurlijk – de reisorganisatie had beloofd dat ik de kaartjes zou hebben, dus ik heb de kaartjes. Op naar Kyoto met Miranda!

img_1638a

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 13 March 2009, 21:51 | 1 Comment »

« Previous Entries