Zondag, 22:00
Ik heb zojuist mijn wekker gezet. Met pijn in mijn luieraarshart verdraaide ik het kleine glimmende wijzertje voorbij 7, 6 en 5 naar net ietsje voor de 4. Die gekke vismensen beginnen al om 5 uur ’s ochtends met veilen, nog voordat de treinen goed en wel op gang zijn. Met de eerste trein van de dag, en daarna de eerste metro van de dag, ga ik een bezoek brengen aan de gekke vismensen met hun gekke visdingen – in de volksmond heet het ook wel Tsukiji Fish Market. Juist de “gekke” dingen maken dit land zo leuk, dus ’s werelds grootste visveiling mag ik niet missen. Gelukkig is met een supervers sushi-ontbijt in het vooruitzicht het vroege opstaan niet zo heel erg. Welterusten.
Maandag, 3:58
Nog half slaapdronken zit ik aan een kopje thee mezelf af te vragen waarom dit ook al weer zo’n goed idee was. Vóór het werk de toerist gaan uithangen klonk gisteravond een stuk romantischer. Die markt kan maar beter de moeite waard zijn…
Maandag, 9:48
Om negen uur was ik zowat de eerste bij Riken. Niet zo gek natuurlijk. Eens kijken tot hoe laat ik het volhou vandaag. Maar waar je natuurlijk meer benieuwd naar bent…
… wat ondertussen gebeurde
Om half vijf meldde ik me op een uitgestorven station. Nam de eerste trein richting Tokyo, en aldaar de eerste metro richting vismarkt. Verdacht veel Japanners stapten daar uit, vast dagjesmensen. Eentje had kaplaarzen aan, die zal er wel werken. Het is niet direct duidelijk welke kant ik op moet bij het verlaten van het metrostation, tot ik op de muur naast de stationsingang een plakkaat vol verboden en geboden zie hangen: geen kinderwagens, niet flitsen, geen huisdieren (?) en nog een heleboel dingen die niet mogen op de vismarkt. Ik besluit op goed geluk in het kielzog van een kordaat stappende mevrouw met paraplu het veilingterrein op te lopen.
Dat bleek een goed idee. De tocht voert ons langs lange rijen vrachtauto’s en een geordende chaos van in arbeidersdonkerblauw gestoken Japanners die wéten wat ze aan het doen zijn. Als de vrachtautohal in een andere overgaat laat ik de paraplumevrouw in de menigte verdwijnen en schakel ik over op iedereens favoriete strategie: immer geradeaus, en dan maar kijken waar men uitkomt.
Volgens de Lonely Planet ligt de echte veiling, waar tussen 5:00 en 6:15 ’s lands beste vis door de hoogste bieder mee naar huis mag worden genomen, ook precies in die richting, dus dat komt mooi uit. Ik baan me een weg door een surrealistisch “klein dorp dat alleen uit visstalletjes bestaat”. De smalle straatjes zijn vol bedrijvigheid, en de bredere straatjes vol bedreigendheid van de zonder aanzien des persoons op ieders schenen afstormende elektrische autootjes. Daar had de reisgids me al voor gewaarschuwd, maar eigenwijs als ik ben wil moest ik het “gevaar” toch eerst echt zien alvorens het serieus te nemen.
De veiling was heel anders dan ik had verwacht. Dat komt ongetwijfeld doordat ik mijn hele leven onder de rook (ehm… welke rook?) van Aalsmeer heb gewoond, met z’n enorme bloemenveiling en veilingklokken. Hier is het alsof er de afgelopen tachtig jaar niets is veranderd. In een soort hangar vol bevroren megavissen krioelt het van de mannen met baseballpetten met een bordje erop. Zonder bordpetje mag je de veilinghal niet in, behalve het bezoekersdeel (“visitor’s area over there!” zegt de knipperstokman – maar zo te horen zit meer Engels er niet in…), waar het dus krioelt van de toeristen zonder bordpetje. De “petjes” lopen door de hal met een soort ondermaatse pikhouweeltjes om de vis te keuren, en op gezette tijden gaat er een man met een bel op een zeepkist staan. Dan begint de veiling, de zeepkistveilingmeester mag vijf minuten lang de show stelen en besluit dat altijd te doen in onverstaanbaar soort veilingmeestersjapans.
Om kwart over zes zijn ze uitgeveild en komen de levensgevaarlijke karretjes overal vandaan om de “vangst” op te halen. Ik maak me uit de voeten en doe een uitgebreid rondje door het dorp van kleine uit piepschuim bakken opgebouwde winkels. Overigens zie ik niemand er iets kopen of betalen, maar af en toe zie ik mensen wel iets op een papiertje krabbelen: zou dat zijn hoe hier de boter bij de vis wordt gedaan? De koopwaar is zeer vers en zeer divers – voorzover je een markt met alleen zeevoedsel “divers” kunt noemen natuurlijk. Sommige tentjes hebben een aquarium met (nog) levende vissen, en in een plastic verpakking met krabbetjes zag ik een dapper overlevertje nietsvermoedend rondkruipen.
En al die mensen zich maar druk bezig houden daar… ik laat ze maar voor wat ze zijn – na het halve “dorp” doorgestruind te zijn is het tijd voor ’s werelds meest verse visontbijt. Ik duik een eettentje in waar ze sashimi-op-rijst serveren. Het is een typisch Japans eettentje waar iedereen aan een soort lange toonbank zit te eten. Ik zou een foto hebben gemaakt als de zoëven nog zo vriendelijke mevrouw niet het fotoapparaat in mijn knuistjes had opgemerkt en een vermanend “no camera!” in mijn richting riep. Even later wordt haar ware aard nogmaals duidelijk als ze een groep met een klein kind toegang tot de zaak weigert en een andere groep maant buiten eerst een keuze te maken en ondertussen de “deur dicht!” te laten.
De onjapans ongastvrije bediening wordt echter ruimschoots gecompenseerd door de twee Japanse mevrouwen die links van me plaatsnemen en een praatje met me beginnen. Waar ik vandaan kom, wat ik heb besteld, en, als ze doorhebben dat ik ze nog redelijk in het Japans te woord kan staan, hoe lang ik hier al ben, waar ik woon en wat ik hier doe. Het gebruik van “moeilijke woorden” (regenseizoen, natuurwetenschap) wordt prompt beloond met een “wat kan-ie goed Japans, hè?” Als alle mensen uit Nagoya zo vriendelijk zijn als deze dames, moet ik daar zeker een keertje langs gaan. Overigens blijf ik het vertrouwen waarmee de Japanners in het Japans een gesprek beginnen met willekeurige buitenlanders verbazend vinden. Ik kan me bijvoorbeeld niet voorstellen dat een in Nederland door mij aangesproken Japanner me in het Nederlands te woord kan staan… laat staan dat ik het probéér. Het blijft een apart land.
Met een volle maag en een vermoeid lichaam begeef ik me tenslotte op weg naar Riken. Het is zeven uur ’s ochtends en er komen nog steeds toeristen het marktterrein op gelopen. Deze minder toegewijden zullen echter van een koude kermis c.q. halflege markt thuis komen.
Ik ben als een van de eersten bij Riken en heb in ieder geval een mooi verhaal te vertellen. Of ik vandaag echter de productiefste zal zijn…
February 23rd, 2009 at 23:53
ehm, waar komen die foto’s vandaan?
February 24th, 2009 at 8:59
niet geflitst!
February 25th, 2009 at 5:16
verrek! het ziet er veel kleiner uit dan ik dacht dat het zou zijn
en was je nog productief?
February 25th, 2009 at 5:17
ohja, had je dat trouwens nog gelezen? een paar weken geleden was die markt nog afgesloten voor toeristen, omdat ze allemaal zo lastig deden en in de weg liepen en flitsten etc.
February 25th, 2009 at 13:42
Jep, ik had het gehoord, daarom ging ik nu… voor ze hem misschien helemaal dichtgooien. Volgens het verhaal dat ik erbij had gehoord was de vismarkt een favo “toeristisch” uitje na een avond uitgaan. Ladderzat de markt opstrompelen en met de vis in je handen op de foto gaan met je matties.
March 1st, 2009 at 7:09
Valt me toch wel tegen dat jij niet zo’n petje hebt kunnen bemachtigen