Autorijden in Japan is leuk! Misschien omdat ik autorijden in het algemeen leuk vind, maar dat is niet het enige… Ziehier het verslag van mijn auto-huur-avontuur.
Allereerst was het natuurlijk afwachten of het reserveergedoe goed was gegaan. Wonderwel was alle informatie goed doorgekomen, en als klap op de vuurpijl begreep ik ook nog alle dingen die de verhuurman aan me vroeg (verbaasd: “mag je 8 mensen vervoeren met jouw rijbewijs?”). Maar toen ik instapte begon het avontuur al: het navigatiesysteem had maar 1 taal, en je raadt al welke dat was… Nu is instructies volgen niet zo moeilijk, die verschijnen ook op het scherm, maar aangeven waar je naartoe wilt is een stukje lastiger, zeker als je eigenlijk niet echt een reisdoel hebt behalve het reizen op zich. Maar goed, de meneer heeft het een keer voorgedaan en toen kon ik in ieder geval op pad.
En waarmee mocht ik dan op pad, vraag je je misschien af? Nou, ik kreeg een Honda Fit onder m’n kont. Da’s een soort Suzuki Swift, maar dan alleen voor de Japanse markt en van Honda. En ietsje groter. Want tja, als ik voor hetzelfde geld kan kiezen tussen een Alto-formaat auto en de Honda Fit, dan kies ik de Honda Fit…
“Geen ongelukken maken hè?” Zie ik er zo onbetrouwbaar uit? Tsss…
Bediening
Tweede stukje avontuur: een Japanse auto besturen. Vandaar misschien de geen ongelukken-opmerking… Uiteraard een pedaal te weinig, dat hebben ze hier zowat allemaal, maar terwijl het gas nog aan de “goede” kant zit (rechts) zit het knipperpookje wél in spiegelbeeld, dus ik heb extra goed de ruiten gewist vandaag…
Het ding zit ook vol met geluidjes. Er zit een gordel-om-bliepje in, een je-lampen-staan-nog-aan-bliepje, een je-sleutels-zitten-nog-in-het-contact-bliepje, een hij-staat-nog-op-de-handrem-bliepje en verscheidene bliepjes van het tol-systeem en het navigatiesysteem. Uiteraard wordt één en ander begeleid door de vriendelijke Japanse vrouwenstem die je alles wat je eigenlijk al weet nogmaals probeert uit te leggen.
Het verkeer
De manier waarop de Japanners de weg hebben ingedeeld is even wennen. In het algemeen geldt dat het linkerdeel van de weg voor alles behalve normaal rijden is. In de stad betekent dat bijvoorbeeld plotseling parkeren, ingehaald worden door motoren en brommers, enz. Op de snelweg is het een ander verhaal. Als je twee banen hebt werkt het net zoals in Nederland, maar dan in spiegelbeeld. Heb je er drie, dan gaat het anders. Dan is de linker voor vrachtauto’s en ander langzaam gespuis. Op de middelste baan rijden de normale mensen en rechts rijdt iedereen die wil inhalen. Maar als je nou in het midden rijdt en wilt inhalen, maar je komt er rechts niet tussen, dan ga je er gewoon links langs – vrachtwagens rijden er toch nauwelijks, het is in feite een soort veredelde vluchtstrook.
De meeste motorrijders denken dat ze niet kapot kunnen. Tussen twee auto’s door inhalen is hier kennelijk heel gewoon – in Nederland kost het je je leven of tenminste je rijbewijs – en duidelijk laten zien wat ze gaan doen is er niet bij. Het beste is om ze te behandelen als spookrijders: blijf rustig rechts rijden en hoop dat ze uit zichzelf weggaan – vooral niet van baan wisselen als je er een ziet, want voor je het weet probeert ie zo’n kamikazemove en plet je ‘m…
Maar het mooiste moet nog komen. Er is hier in de praktijk geen maximumsnelheid. Alleen een snelheid waaronder je in ieder geval geen snelheidsbonnen krijgt. Officieel heet het wel een maximumsnelheid, maar hij is zó belachelijk laag dat bijna iedereen standaard 10 of 20 km/h harder rijdt (je “mag” 40 in de bebouwde kom, 50 of 60 erbuiten en 50 (!!!) tot 80 op de “snel”weg). Boetes voor te snel rijden zijn astronomisch vergeleken bij Nederland, maar politie zie je nauwelijks en zij weten ook wel dat die maximumsnelheden niet kloppen… En de Koos Spee-yakuza heeft hier nog niet toegeslagen dus aan flitspalen doen ze niet.
Wegwerkzaamheden werken hier ook anders dan bij ons. Voor elke wegwerker is er ook een verkeersregelaar. Dus werken ze met z’n vieren aan de weg, dan staan vier anderen het verkeer te regelen. Staat zo’n kerel met z’n vlaggen (rood is stoppen, wit is doorrijden) te zwaaien, terwijl naast hem een stoplicht staat dat ie nota bene zelf bedient. Arbeidsverschaffing ten top.
Het avontuur
De stad uit komen kostte me meer dan een uur. En dat terwijl ik een stuk “snel”weg pakte. Toch was het best leuk – het is op de snelwegen hier net alsof je in een computerspelletje rijdt. Letterlijk! Niet heel verwonderlijk natuurlijk; Sega, Nintendo en Sony zijn allemaal Japans. Nu weet ik niet precies wie de Need for Speed serie heeft gemaakt, maar ik weet nu vrij zeker dat het geïnspireerd is op de Japanse wegen. Het was echt een heel absurde ervaring om ’s avonds Yokohama/Tokyo in te rijden over de snelweg, en tegen het decor van een prachtige skyline met allemaal lampjes over game-esque wegen te toeren. Overigens droeg het feit dat de auto een automaat was bij aan het computerspelletjesgevoel: ook in spelletjes hoef je alleen maar te gassen, te remmen en te sturen
De “reis” die ik voor mezelf had uitgestippeld was een rondje Fuji. Bij Mt. Fuji liggen vijf meren, die wilde ik allemaal zien, en verder leek het me leuk de wat minder toeristische dorpjes eens te zien in plaats van alleen maar stad. En wat groen te zien in plaats van al het grijs. Bovenstaande is allemaal gelukt!
De 5 meren van Mount Fuji stonden in m’n reisgids, en ik zag vooral uit naar het Sai-meer. Dat zou het minst toeristisch zijn en een prachtig uitzicht op Fuji bieden. Dat meer viel juist een beetje tegen (misschien mede door de bewolking). Maar op de rit langs de meren heb ik desondanks hele leuke dingen (en andere wél-mooie meren) gezien. Lekker sturen op de bergweggetjes en als je iets moois ziet “plop!” je auto aan de kant zetten en foto’s maken. Dat bleek ook een hobby van de locals te zijn: toen ik stopte voor een shot van de berg (heel mooi geworden trouwens, al zeg ik het zelf) volgden twee auto’s en een paar fietsers mijn voorbeeld. Eén auto stond er al toen ik aankwam, de man had een camera met een statiefje op het dak van de auto gezet en was druk bezig zijn gezinnetje te positioneren voor het ideale familiekiekje met ’s lands favoriete troetelberg. Ik snap best waarom men zo dol is op die berg trouwens, hij staat prachtig in het landschap. Zie de foto’s zou ik zeggen.
Deel van het “lekker een stukje rijden”-idee is natuurlijk dat je gewoon van plan kunt veranderen wanneer het je uitkomt. Ik zag een interessante plaatsnaam en veranderde van koers. Het plaatsje, dat een kronkelende afdaling van een half uur verderop lag, was best schattig en had een leuk beekje plus watervalletje, maar het leukste was het kleine souvenirwinkeltje dat ik binnenliep nadat ik mijn auto – naar later bleek – op andermans plekje gezet had.
In het winkeltje zaten een oudere man en vrouw aan een tafeltje. Konnichiwa in plaats van het zakelijke irrasshaimase. Ik loop een rondje en bekijk de koopwaar. “Oh, hier, neem gerust een foldertje!” – om mysterieuze redenen heeft het kleine winkeltje een meter muurruimte gereserveerd voor foldertjes van allerlei plaatselijke bezienswaardigheden. Terwijl ik de foldermuur bekijk komt het vrouwtje aan met thee. Ik bedank en ga zitten voor het spontane kopje thee. Een half minuutje later komen er nog wat snoepjes bij. “Kun je de thee wel wegkrijgen?” Het is niet iedereen gegeven Japanse thee te kunnen waarderen, maar mij wel. “Het is heerlijk.” Uiteraard heb ik – tot grote vreugde van het oudere koppel – een paar souvenirs meegenomen uit het winkeltje.
De zuidwestkant van Mount Fuji was heel anders dan de noordoostkant waar ik vandaan kwam. Was de noordoostkant een aaneenschakeling van spannende bergweggetjes, de “verre kant” van de berg – vanaf Tokyo en Yokohama gezien – is een stuk platter, het doet was “plattelandser” aan. En natuurlijk zijn vooral de minder drukke wegen het berijden waard. Qua landschap doet het Japan dat ik op mijn rit heb gezien een beetje denken aan Frankrijk. Maar de bebouwing is natuurlijk typisch Japans, en gelukkig wonen hier geen chauvinistische Fransen maar uiterst voorkomende Japanners. Sommige mede-gaijin kunnen ze niet uitstaan, maar ik vind ze tot nu toe geweldig…
Tanken
Tanken was ook een avontuurtje op zich. De full-service-pompen hier zijn legendarisch, maar ze sluiten vrij vroeg en ik kon er geen vinden, dus het werd het Japanse equivalent van de Tango/Tinq. Een benzinepomp met touchscreen. Op het gemeentehuis in Uithoorn hebben ze een apparaat waarop je in veel te veel details moet aangeven wat je komt doen. Stel je dat voor, maar dan twee keer zo erg. Gelukkig is de benzine megagoedkoop (maar ja, het is in weinig landen zo duur als bij ons), dus dat maakt het weer een beetje goed. Mijn ervaring met de pratende pomp:
> “Ben je lid?”
< “Nee…”
> “Wil je tanken?” (ik frutsel met de tankdop en ben volgens het apparaat iets te langzaam, het ding begint luid te piepen omdat ie bang is dat ik hem vergeet)
< “Duh”
> “Hoe wil je betalen? Met je membercard?”
< “Wat denk je zelf, ik ben geen lid!! Ik betaal wel cash dan…”
> “Hoeveel wil je uitgeven?”
< “2000 yen” (eens kijken hoever ik kom)
> “Wat voor benzine wil je eigenlijk hebben”
< “95″
> “Dus je wilt voor 2000 yen aan loodvrije 95, contant te betalen?”
< “Ja.”
> “Dan mag je nu je geld erin doen.” (dat had ik na elke stap hiervoor ook al geprobeerd, maar hij wilde het niet hebben…)
< *doet geld erin*
> “Pak nu de slang en tank.”
< *tankt*
> “Neem uw bonnetje. Tot ziens!”
Al met al heb ik denk ik ruim 300-350 kilometer asfalt achter me gelaten vandaag. Tien uur weggeweest, waarvan ik er zo’n zeven achter het stuur heb gezeten. De warrigheid van dit verslagje weerspiegelt in belangrijke mate de warrigheid van mijn dag gisteren. Maar ik vond het – ondanks dat het evenveel kostte als een hele maand twee auto’s rijden in Nederland – erg de moeite waard.
November 30th, 2008 at 18:01
Wauw! echt mooie foto’s! vooral die laatste van de berg!
November 30th, 2008 at 18:32
Geweldig Joost! Dát Japan is prachtig. En ook leuk die waterfietsen(?) in de vorm van een zwaan!
November 30th, 2008 at 22:16
een foto als #36 heb ik nog nooit gezien :/ wth! Die wolk die der omheen/op zit is ook zo cool.
mooi hoor.
November 30th, 2008 at 23:05
Mooie foto’s!!
Maar het valt me van je tegen dat je de waterfietszwanen niet hebt uitgeprobeerd…
December 2nd, 2008 at 8:02
Gast! Hier moet ik even voor gaan zitten. In de baas z’n tijd natuurlijk, met de telefoon van de haak.
December 2nd, 2008 at 16:12
mooie foto’s joost, prachtig.
December 4th, 2008 at 7:28
Prachtig die berg (en de rest), Links rijden is wennen, maar vooral in een linkse auto lijkt me. Je hebt vast meer eenden in het water gezien dan op de weg
Groeten!
December 4th, 2008 at 18:14
Het aantal eendjes in het water viel me mee en het aantal eendjes op de weg viel (uiteraard…) tegen… Er schijnt er hier wel minstens een te rijden, eens kijken of ik die weer op een wereldmeeting kan vinden. Gedag zeggen in het Japans