30  Nov
Need for Speed

Autorijden in Japan is leuk! Misschien omdat ik autorijden in het algemeen leuk vind, maar dat is niet het enige… Ziehier het verslag van mijn auto-huur-avontuur.

Allereerst was het natuurlijk afwachten of het reserveergedoe goed was gegaan. Wonderwel was alle informatie goed doorgekomen, en als klap op de vuurpijl begreep ik ook nog alle dingen die de verhuurman aan me vroeg (verbaasd: “mag je 8 mensen vervoeren met jouw rijbewijs?”). Maar toen ik instapte begon het avontuur al: het navigatiesysteem had maar 1 taal, en je raadt al welke dat was… Nu is instructies volgen niet zo moeilijk, die verschijnen ook op het scherm, maar aangeven waar je naartoe wilt is een stukje lastiger, zeker als je eigenlijk niet echt een reisdoel hebt behalve het reizen op zich. Maar goed, de meneer heeft het een keer voorgedaan en toen kon ik in ieder geval op pad.

En waarmee mocht ik dan op pad, vraag je je misschien af? Nou, ik kreeg een Honda Fit onder m’n kont. Da’s een soort Suzuki Swift, maar dan alleen voor de Japanse markt en van Honda. En ietsje groter. Want tja, als ik voor hetzelfde geld kan kiezen tussen een Alto-formaat auto en de Honda Fit, dan kies ik de Honda Fit… :D

“Geen ongelukken maken hè?” Zie ik er zo onbetrouwbaar uit? Tsss…

Bediening

Tweede stukje avontuur: een Japanse auto besturen. Vandaar misschien de geen ongelukken-opmerking… Uiteraard een pedaal te weinig, dat hebben ze hier zowat allemaal, maar terwijl het gas nog aan de “goede” kant zit (rechts) zit het knipperpookje wél in spiegelbeeld, dus ik heb extra goed de ruiten gewist vandaag… :P Het ding zit ook vol met geluidjes. Er zit een gordel-om-bliepje in, een je-lampen-staan-nog-aan-bliepje, een je-sleutels-zitten-nog-in-het-contact-bliepje, een hij-staat-nog-op-de-handrem-bliepje en verscheidene bliepjes van het tol-systeem en het navigatiesysteem. Uiteraard wordt één en ander begeleid door de vriendelijke Japanse vrouwenstem die je alles wat je eigenlijk al weet nogmaals probeert uit te leggen.

Het verkeer

De manier waarop de Japanners de weg hebben ingedeeld is even wennen. In het algemeen geldt dat het linkerdeel van de weg voor alles behalve normaal rijden is. In de stad betekent dat bijvoorbeeld plotseling parkeren, ingehaald worden door motoren en brommers, enz. Op de snelweg is het een ander verhaal. Als je twee banen hebt werkt het net zoals in Nederland, maar dan in spiegelbeeld. Heb je er drie, dan gaat het anders. Dan is de linker voor vrachtauto’s en ander langzaam gespuis. Op de middelste baan rijden de normale mensen en rechts rijdt iedereen die wil inhalen. Maar als je nou in het midden rijdt en wilt inhalen, maar je komt er rechts niet tussen, dan ga je er gewoon links langs – vrachtwagens rijden er toch nauwelijks, het is in feite een soort veredelde vluchtstrook.
De meeste motorrijders denken dat ze niet kapot kunnen. Tussen twee auto’s door inhalen is hier kennelijk heel gewoon – in Nederland kost het je je leven of tenminste je rijbewijs – en duidelijk laten zien wat ze gaan doen is er niet bij. Het beste is om ze te behandelen als spookrijders: blijf rustig rechts rijden en hoop dat ze uit zichzelf weggaan – vooral niet van baan wisselen als je er een ziet, want voor je het weet probeert ie zo’n kamikazemove en plet je ‘m…

Maar het mooiste moet nog komen. Er is hier in de praktijk geen maximumsnelheid. Alleen een snelheid waaronder je in ieder geval geen snelheidsbonnen krijgt. Officieel heet het wel een maximumsnelheid, maar hij is zó belachelijk laag dat bijna iedereen standaard 10 of 20 km/h harder rijdt (je “mag” 40 in de bebouwde kom, 50 of 60 erbuiten en 50 (!!!) tot 80 op de “snel”weg). Boetes voor te snel rijden zijn astronomisch vergeleken bij Nederland, maar politie zie je nauwelijks en zij weten ook wel dat die maximumsnelheden niet kloppen… En de Koos Spee-yakuza heeft hier nog niet toegeslagen dus aan flitspalen doen ze niet.

Wegwerkzaamheden werken hier ook anders dan bij ons. Voor elke wegwerker is er ook een verkeersregelaar. Dus werken ze met z’n vieren aan de weg, dan staan vier anderen het verkeer te regelen. Staat zo’n kerel met z’n vlaggen (rood is stoppen, wit is doorrijden) te zwaaien, terwijl naast hem een stoplicht staat dat ie nota bene zelf bedient. Arbeidsverschaffing ten top.

Het avontuur

De stad uit komen kostte me meer dan een uur. En dat terwijl ik een stuk “snel”weg pakte. Toch was het best leuk – het is op de snelwegen hier net alsof je in een computerspelletje rijdt. Letterlijk! Niet heel verwonderlijk natuurlijk; Sega, Nintendo en Sony zijn allemaal Japans. Nu weet ik niet precies wie de Need for Speed serie heeft gemaakt, maar ik weet nu vrij zeker dat het geïnspireerd is op de Japanse wegen. Het was echt een heel absurde ervaring om ’s avonds Yokohama/Tokyo in te rijden over de snelweg, en tegen het decor van een prachtige skyline met allemaal lampjes over game-esque wegen te toeren. Overigens droeg het feit dat de auto een automaat was bij aan het computerspelletjesgevoel: ook in spelletjes hoef je alleen maar te gassen, te remmen en te sturen :P

De “reis” die ik voor mezelf had uitgestippeld was een rondje Fuji. Bij Mt. Fuji liggen vijf meren, die wilde ik allemaal zien, en verder leek het me leuk de wat minder toeristische dorpjes eens te zien in plaats van alleen maar stad. En wat groen te zien in plaats van al het grijs. Bovenstaande is allemaal gelukt!

De 5 meren van Mount Fuji stonden in m’n reisgids, en ik zag vooral uit naar het Sai-meer. Dat zou het minst toeristisch zijn en een prachtig uitzicht op Fuji bieden. Dat meer viel juist een beetje tegen (misschien mede door de bewolking). Maar op de rit langs de meren heb ik desondanks hele leuke dingen (en andere wél-mooie meren) gezien. Lekker sturen op de bergweggetjes en als je iets moois ziet “plop!” je auto aan de kant zetten en foto’s maken. Dat bleek ook een hobby van de locals te zijn: toen ik stopte voor een shot van de berg (heel mooi geworden trouwens, al zeg ik het zelf) volgden twee auto’s en een paar fietsers mijn voorbeeld. Eén auto stond er al toen ik aankwam, de man had een camera met een statiefje op het dak van de auto gezet en was druk bezig zijn gezinnetje te positioneren voor het ideale familiekiekje met ’s lands favoriete troetelberg. Ik snap best waarom men zo dol is op die berg trouwens, hij staat prachtig in het landschap. Zie de foto’s zou ik zeggen.

Deel van het “lekker een stukje rijden”-idee is natuurlijk dat je gewoon van plan kunt veranderen wanneer het je uitkomt. Ik zag een interessante plaatsnaam en veranderde van koers. Het plaatsje, dat een kronkelende afdaling van een half uur verderop lag, was best schattig en had een leuk beekje plus watervalletje, maar het leukste was het kleine souvenirwinkeltje dat ik binnenliep nadat ik mijn auto – naar later bleek – op andermans plekje gezet had.

In het winkeltje zaten een oudere man en vrouw aan een tafeltje. Konnichiwa in plaats van het zakelijke irrasshaimase. Ik loop een rondje en bekijk de koopwaar. “Oh, hier, neem gerust een foldertje!” – om mysterieuze redenen heeft het kleine winkeltje een meter muurruimte gereserveerd voor foldertjes van allerlei plaatselijke bezienswaardigheden. Terwijl ik de foldermuur bekijk komt het vrouwtje aan met thee. Ik bedank en ga zitten voor het spontane kopje thee. Een half minuutje later komen er nog wat snoepjes bij. “Kun je de thee wel wegkrijgen?” Het is niet iedereen gegeven Japanse thee te kunnen waarderen, maar mij wel. “Het is heerlijk.” Uiteraard heb ik – tot grote vreugde van het oudere koppel – een paar souvenirs meegenomen uit het winkeltje.

De zuidwestkant van Mount Fuji was heel anders dan de noordoostkant waar ik vandaan kwam. Was de noordoostkant een aaneenschakeling van spannende bergweggetjes, de “verre kant” van de berg – vanaf Tokyo en Yokohama gezien – is een stuk platter, het doet was “plattelandser” aan. En natuurlijk zijn vooral de minder drukke wegen het berijden waard. Qua landschap doet het Japan dat ik op mijn rit heb gezien een beetje denken aan Frankrijk. Maar de bebouwing is natuurlijk typisch Japans, en gelukkig wonen hier geen chauvinistische Fransen maar uiterst voorkomende Japanners. Sommige mede-gaijin kunnen ze niet uitstaan, maar ik vind ze tot nu toe geweldig…

Tanken

Tanken was ook een avontuurtje op zich. De full-service-pompen hier zijn legendarisch, maar ze sluiten vrij vroeg en ik kon er geen vinden, dus het werd het Japanse equivalent van de Tango/Tinq. Een benzinepomp met touchscreen. Op het gemeentehuis in Uithoorn hebben ze een apparaat waarop je in veel te veel details moet aangeven wat je komt doen. Stel je dat voor, maar dan twee keer zo erg. Gelukkig is de benzine megagoedkoop (maar ja, het is in weinig landen zo duur als bij ons), dus dat maakt het weer een beetje goed. Mijn ervaring met de pratende pomp:

> “Ben je lid?”
< “Nee…”
> “Wil je tanken?” (ik frutsel met de tankdop en ben volgens het apparaat iets te langzaam, het ding begint luid te piepen omdat ie bang is dat ik hem vergeet)
< “Duh”
> “Hoe wil je betalen? Met je membercard?”
< “Wat denk je zelf, ik ben geen lid!! Ik betaal wel cash dan…”
> “Hoeveel wil je uitgeven?”
< “2000 yen” (eens kijken hoever ik kom)
> “Wat voor benzine wil je eigenlijk hebben”
< “95″
> “Dus je wilt voor 2000 yen aan loodvrije 95, contant te betalen?”
< “Ja.”
> “Dan mag je nu je geld erin doen.” (dat had ik na elke stap hiervoor ook al geprobeerd, maar hij wilde het niet hebben…)
< *doet geld erin*
> “Pak nu de slang en tank.”
< *tankt*
> “Neem uw bonnetje. Tot ziens!”

Al met al heb ik denk ik ruim 300-350 kilometer asfalt achter me gelaten vandaag. Tien uur weggeweest, waarvan ik er zo’n zeven achter het stuur heb gezeten. De warrigheid van dit verslagje weerspiegelt in belangrijke mate de warrigheid van mijn dag gisteren. Maar ik vond het – ondanks dat het evenveel kostte als een hele maand twee auto’s rijden in Nederland – erg de moeite waard.

Filed under Japan. Date: 30 November 2008, 13:26 | 8 Comments »

27  Nov
Voorpret

Mijn blog heeft al sinds het begin een categorie “voorpret”, maar die is natuurlijk nu ik in Japan zit niet meer zo van toepassing. Vandaag kan ik ‘m echter nieuw leven inblazen. Ik heb een huurauto geregeld voor aanstaande zaterdag. En daar was ik behoorlijk aan toe :)

Daarin ben ik overigens niet de enige. Vooral de mensen uit landen waar je de rijbewijzen bij een pakje boter of fles alcohol krijgt (de VS en Kroatië, respectievelijk) klagen regelmatig dat ze hun koekblikje missen. Voor iemand wiens wagenparkje zijn hobby is – yours truly – is het natuurlijk extra rottig om niet lekker af en toe even een rondje te kunnen rijden. En daarom valt dit stukje onder de categorie voorpret…

Het reserveren via internet is al een avontuur op zich. De site heeft een paar Engelse pagina’s met algemene info, maar als je ook daadwerkelijk een auto van ze wilt huren schakelen ze prompt over op Japans. Lekker handig. Gelukkig viel er redelijk uit te komen (met wat hulp van Hashimoto-san, toch even controleren of ik alle vakjes goed had ingevuld). Jaja, reserveer-voorpret :D

Waar ik naartoe ga met de auto? Ik weet het nog niet. Ik denk richting Mount Fuji. In elk geval niet de stad in, dat is saai. En duur met parkeren. En had ik al verteld dat de stoplichten hier geen sensoren in de weg hebben? Ben je zo je halve dag kwijt aan wachten op kruisingen waar niemand komt… Op de fiets is door rood rijden trouwens, ondanks de gedweeë aard van de Japanners, volkomen geoorloofd op dat soort kruisingen.

Jep, ik heb zin in zaterdag. Hopen dat ik de kamikazefietsers kan ontwijken en netjes eerst naar rechts kijk en dan pas naar links. Hopen dat ik het navigatiesysteem begrijp. Hopen dat ze een handgeschakelde auto voor me hebben (dat zal er wel niet in zitten). En hopen op een lekker zonnetje natuurlijk.

Filed under Japan, Voorpret. Date: 27 November 2008, 23:44 | 7 Comments »

26  Nov
Werken?

De Japanse getrouwd-met-de-zaak-arbeidsmentaliteit is op mij niet zo van toepassing. Nouja, met twee maaltijden per dag bij RIKEN zit ik er natuurlijk tot ná het eten, dus in principe ben ik best lang op het werk, maar het kan veel erger. Er zijn er die om tien uur ’s avonds nog steeds zitten te werken, en dan niet eens bij wijze van uitzondering. Voor sommigen omdat ze hun werk zo interessant vinden, het blijven immers wetenschappers, voor anderen omdat ze niet voor lul willen staan tegenover hun collega’s door dagelijks om zes uur weg te gaan. Op woensdagen wordt door een of andere afdeling omgeroepen dat je om half zes weg moet gaan (met “thank you for your cooperation” er achteraan :D ). Dat je niet te hard werkt enzo. Niemand gaat echt om half zes weg, want dan ben je de eerste en enige… Maar ik kan me best voorstellen dat mensen tot laat willen blijven om hun werk af te krijgen, want op sommige dagen stelt het bedrijf alles in het werk om te zorgen dat de werknemers niet kunnen werken.

Morgen heb ik als ik overal naartoe ga een vergadering, een seminar, een informeel praatje met degene die het seminar geeft, en als klap op de vuurpijl een brandoefening. En dan is het de bedoeling dat je je niet alleen laat evacueren en tellen, maar dat je ook nog bij de daaropvolgende interessante activiteiten betrokken bent. Je mag met brandblussers oefenen (ik vraag me af of je er ook een watergevecht mee mag houden) en als je het tot het einde volhoudt krijg je bij wijze van twijfelachtige beloning een noodrantsoen (net een basisschool… als je lief speelt krijg je een stickertje :P ). Gewone Japanse porties zijn voor mij al een noodrantsoen, dus ik vraag me af hoeveel daar in zit…

Overigens is – behalve de evacuatie van het gebouw – deelname aan de brandoefening niet verplicht. Niets is hier verplicht. De mailtjes die dergelijke activiteiten aankondigen bevatten altijd een vriendelijk verzoek om in groten getale op te komen dagen voor de activiteit in kwestie. En in hetzelfde mailtje wordt dat verzoek dan minstens 3x herhaald – niet “verplicht”, maar je hebt heel wat uit te leggen als je niet komt; een beetje die boodschap. Als je je werk leuk vindt sla je natuurlijk zoveel mogelijk van dit soort dingen over, en om te weten hoeveel je kunt missen is er een aantal handige vuistregels.

  1. Als de grote baas bij de meeting is kun je het beter niet overslaan.
  2. Maar als de helft van je collega’s ook niet gaat geldt regel 1 niet meer.
  3. De altijd informatieloze vrijdagochtendmeeting (09:00, da’s onmenselijk… en hij is écht informatieloos) mag je altijd overslaan, behalve als er net die week een mailtje is gestuurd dat er weer mensen naar die meeting moeten komen.
  4. Seminars van gastsprekers mag je niet overslaan als de spreker door de grote baas wordt aangekondigd.
  5. Seminars van medewerkers mag je niet overslaan als het onderwerp iets met jouw onderzoeksonderwerp te maken heeft of als je de spreker een beetje kent. Seminars van Japanse medewerkers wil je in de regel overslaan omdat het Engels nauwelijks te volgen is, maar het eerste deel van regel 5 geldt nog steeds.
  6. Van alles waar je volgens regel 1 t/m 5 niet per se naartoe hoeft, kun je ongeveer 25-50% veilig overslaan als je net doet of je het heel druk hebt met je project en het “vergeten” bent. Maar zodra mensen moeilijke vragen gaan stellen (als in: “ga jij nog naar *vul iets in*? Ik heb je al zo vaak niet bij *vul hetzelfde in* gezien…”) moet je je weer een paar keer vertonen.

En als je met behulp van deze regels zoveel mogelijk tijd voor echt werk hebt vrijgemaakt is het te hopen dat er geen brandoefeningen of herdenkingsplechtigheden voor proefdieren (!) worden gehouden (gelukkig alleen voor de proefdieronderzoekers, dat dan weer wel). Dan kun je misschien je werk nog afkrijgen, en is de grote baas wiens meetings je altijd plechtig bijwoont extra blij met je…

Filed under Japan, RIKEN. Date: 26 November 2008, 23:11 | 5 Comments »

(view full post for English translation…)

Na een week van niets-bijzonders-uitvoeren werd het serieus tijd om weer ’s wat leuks te gaan doen. Het halve lab was ziek geweest, dus tijd om het herstel te bespoedigen met alcohol, want dat ontsmet. En het leuke van Japan is dat elke keizer er weer een paar nieuwe feestdagen bij verzint, en dat die meestal op vrijdag of maandag vallen. Op het moment van schrijven is het “Dag van de Dank voor de Arbeid”, en ja, daarvoor krijgt het hele land vrij. Komt mooi uit na een avondje zuipen ;)

Voor gisteravond viel de keuze op het Hard Rock Cafe. Tot mijn eigen verbazing moest ik vaststellen dat ik überhaupt nog nooit in een Hard Rock Cafe was geweest, maar de iets hogere gaijin-dichtheid aldaar went snel genoeg. Gelukkig krijg je net als elders in Japan een tafeltje om aan te eten, dus zie je niet teveel andere gaijin (we willen natuurlijk niet met toeristen verward worden, bah, dus het is zaak bij andere gaijin uit de buurt te blijven). Helaas moet je wel buiten de zaak wachten tot ze een tafeltje voor je hebben om aan plaats te nemen… Ik denk dan “ik kan ook staand een biertje drinken tot er een tafeltje is”, maar daar doen ze hier niet aan.

Tja, dat Hard Rock Cafe is een wereld op zichzelf. Heineken op de tap (yeah!) maar drankjes onder de 6 euro werden niet geschonken (met uitzondering van de frisdrank, “free refills”. Yeah…). Gelukkig is het voordeel van een week niet uitgaan en cheap eten dat je geld over hebt voor duur pils zullen we maar zeggen. En voor dure hamburgers, zo bleek. Soit, mijn S.O.B.-burger was erg goed te eten, maar het was met afstand de duurste hamburger die ik in mijn leven heb verorberd. Maar dan mocht ik het Hard-Rock-gitaar-prikkertje houden. Denk ik tenminste. :P Tja, in Nederland zou ik in dit geval hebben vastgesteld dat de bierglazen kennelijk bij de prijs inbegrepen waren (niet zozeer omdat ik glaswerk nodig heb, maar uit een soort rechtvaardigheidsgevoel ;) ) maar hier wordt die gedachte uit je hoofd verbannen zodra ie opkomt. Braaf voorbeeld doet volgen denk ik.

Nog voordat we ons comfort food in ontvangst mochten nemen ging de verlichting ineens knipperen en kwam er drie man personeel zingend en klappend aangelopen met een ijsje-met-sterretje om een klein meisje een “heppi bursdee” te wensen. Wij vrolijk meeklappen natuurlijk, Japanse kindjes zijn megaschattig. Maar naarmate de avond vorderde bleek dat hele “bursdee”-gedoe één grote nepperij te zijn: er bleken namelijk nog 4 jarigen in de zaal aanwezig te zijn. Nu weet ik niet hoe jullie vroeger je kinderverjaardagen vierden, maar ik wed om een HRC-biertje met je dat je ouders je voor jouw verjaardag nooit meenamen naar het HRC…

Na al deze verjaardagsvreugde de avond afgemaakt bij Marina. Met het nare YISH-beleid van “10-uur-’s avonds-je-gasten-de-deur-uit is bij Eivind en mij zuipen helaas niet echt een optie, en gelukkig is Marina zo gastvrij om daarvoor te compenseren. Op weg erheen “leende” Eivind Marina’s telefoon nog even om Morana een hilarisch smsje te sturen. Het smsje staat ergens tussen de foto’s; helaas trapte Morana er niet in :D Ik heb de kinders ook nog leren toepen; maar of ze er iets van is bijgebleven is twee…

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Yokohama. Date: 24 November 2008, 20:54 | 5 Comments »

Oftewel: filmpje!

Filed under Japan. Date: 22 November 2008, 10:13 | 4 Comments »

21  Nov
Eat this

Als je niet beter zou weten zou je denken dat ze hier niets anders doen dan eten. Als je de TV aanzet heb je een 50/50 kans dat het een kookprogramma is, of een programma waarin wordt gegeten terwijl ze de rest van het programma doen. Kreetjes als “woa! oishii!” (wauw, heerlijk!) onderbreken dan ook regelmatig de rest van de programmering.

Ook als je de TV uitzet en je huis uitgaat word je doodgegooid met eten (en de Afrikaanse kindertjes maar snakken :P ). Bij mij in de straat zit bijvoorbeeld een 24-uurs-bento-shop (een bento is een voorverpakte maaltijd, een soort lunchtrommel in het kwadraat en niet zelden met zeer luxe eten). Ook in de supermarkt en de konbini kun je bento’s kopen (die zitten allebei ook bij mij in de straat…). Voordeel van eten kopen in de konbini is overigens dat ze vaak zullen aanbieden het even voor je in de magnetron te gooien. En bij de bento krijg je steevast een setje wegwerpstokjes mee, zodat je niet met je handen hoeft te eten. Die stokjes krijg je bij de cup-ramen van 100 yen (alleen heet water erbij, 3 minuten wachten, afgieten, klaar!) trouwens ook. Goed eten is hier dus erg makkelijk te regelen als je weet waar je moet zoeken.

Nog zoiets moois. Had ik al verteld dat eten in de meeste gevallen met haast religieuze precisie wordt bereid? De porties mogen dan minimalistisch zijn, ze zijn wel erg mooi… Gisteren heb ik sushi gegeten, en sashimi. Je lacht je rot als je bedenkt wat je voor iets vergelijkbaars bij Appie zou betalen… En dan zit er nog een bloemetje op ook :D

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 21 November 2008, 12:33 | 3 Comments »

20  Nov
Advies assorti

Overal op internet kun je allerlei dingen lezen over Japan. Over lezen in Japan. Maar als je wel eens hebt gezocht, ben je er dan echt wijzer van geworden? Ik zelden. Meestal zijn het vooral algemeenheden die je te lezen krijgt. Daarom om de wereld een plezier te doen hier een paar stuks écht nuttige informatie over wonen in Japan. Maar misschien ook leuk voor mensen die niet in Japan komen wonen ;)

  1. Geld. Ga zorgvuldig om met je geld. En dan bedoel ik niet dat je zo weinig mogelijk moet uitgeven, dat mag je helemaal zelf weten ;) Maar als je betaalt, realiseer je dan dat de enige bruikbare muntjes die van 100 en 500 yen zijn, en de meest bruikbare briefjes die van 1000 yen. Niet alleen nemen de andere muntjes veel te veel plaats in in je portemonnee, je staat ook nog ’s een uur geld in de verkoopautomaten te gooien voordat je je colaatje hebt betaald. Dus: neem vier 1- en 10-yen-stukken, en één 5- en 50-yen stuk mee als je ze (onverhoopt toch) hebt. Kun je die mooi dumpen als je weer zo’n raar bedrag als 1684 yen moet afrekenen. Briefjes van 10000 maak je kleiner door ze voor aankopen van 100 yen te gebruiken, of door er treinkaartjes mee te kopen. Geloof me, die 10000-yen-biljetten zijn nergens goed voor. Ga je een avondje naar de kroeg, trekt iedereen zo’n 10K-yen-flap als er betaald moet worden. En pinnen ho maar natuurlijk…
  2. Woorden. Je hebt maar een paar woorden nodig om in de meeste situaties een goed antwoord te geven, ook als je de vraag niet verstaat. Meestal doen ze namelijk in afwachting van je antwoord datgene wat ze zouden doen als je ja zou zeggen, dus gewoon even op hun handjes letten, dan zie je vanzelf wat ze bedoelen. Nuttige woorden zijn onder andere:
    • “un” – dat is de niet-nette manier om ja te zeggen, maar deze manier heeft het voordeel dat je het met je mond dicht kunt zeggen (een beetje zoals hmmm, maar dan met een bevestigendere ondertoon, snap je? :D ) en dat het vervolgens door je gesprekpartner wordt geïnterpreteerd als het meest passende antwoord op de vraag, wat dat antwoord ook moge zijn. “Un” is ook het geëigende antwoord op elke zin die op “-ne?” (…toch?) eindigt. Het maakt niet uit of je het er echt mee eens bent wat zojuist is gezegd, het getuigt van goed geïntegreerd zijn dat je je eigen mening opzij zet en het politiek correcte antwoord geeft.
    • “arigatou gozaimasu” – betekent dankjewel. De korte variant, arigatou of doumo, gebruik je als een “ondergeschikte” (lees: winkelbediende) iets voor je doet, maar aangezien die toch ondergeschikt is mag je het weglaten. Doet echter iemand iets voor je dat ie niet had hoeven doen, dan vinden ze het wel cool als je de lange variant gebruikt.
    • “sumimasen” – “sorry” of “neem me niet kwalijk”, zeg je als er iets binnen een straal van 5 meter misgaat, of je er nu zelf schuldig aan bent of niet. Ook te gebruiken als iemand moeite doet voor je, zoals de liftdeur even openhouden zodat jij er al sumimasennend nog bij kunt. Of als je de aandacht van een ober of winkelbediende wilt. Of als… nouja, je snapt het wel.
    • “saa…” betekent letterlijk “tsja…” maar wordt gebruikt als je niet “ik weet het niet” wilt zeggen maar dat wel bedoelt. Hartstikke handig als je gesprekspartner een vraag heeft gesteld (vragen zijn te herkennen aan de toon en/of “-ka?” op het eind).
  3. Voorraad. Je mag maar 23 kilo meenemen in het vliegtuig, dus denk goed na over wat je meeneemt. Je bent na ongeveer een maand door je voorraad Westerse spullen heen als je geen speciale voorzieningen treft (uitzondering: tandpasta), dus denk goed na over wat je wilt meenemen. Bij voorkeur neem je dingen mee die hier duur zijn, zoals deo, wax, bier, wijn, goed snoep, en alle andere dingen die je in winkels kunt kopen.
  4. Treinplattegrond. Overal in Tokyo kun je een plattegrond van het metrosysteem scoren, maar de metro hier zuigt. Hij is duur, sluit matig aan op het veel handigere treinstelsel en als je van a naar b wilt en je wilt dat graag met de metro doen (veel meer staat er niet op die plattegrond) dan moet je soms 3x overstappen. Veel handiger, maar ook veel moeilijker te vinden, is de plattegrond van het spoornet in en om Tokyo. Klikkie hier voor een pdfje.
  5. Je adres. Ja, lach maar. Weet je hoe onmogelijk die adressen hier zijn? Een van de eerste dingen die je moet doen als je hier aankomt is je adres uit je hoofd leren, want je moet het geheid tijdens je eerste maand op 26 formulieren invullen. Je kunt ook aan degene van wie je je woonruimte huurt vragen om het voor je op te schrijven in het Japans zodat je dat kunt laten lezen aan iedereen die erom vraagt, maar zeg nu zelf, zelfs kleuters weten waar ze wonen, dus als je je adres niet weet sta je wel een beetje voor lul, toch?

Filed under Algemene dingetjes, Japans. Date: 20 November 2008, 14:36 | 1 Comment »

« Previous Entries