(view full post and scroll down for English…)

Gisteren na de retreat is Eivind naar “mijn” gebouw verhuisd. Dus ’s avonds even een hap scoren in Tsurumi (de wijk waar ik woon); we kennen allebei de buurt voor geen meter dus we zijn maar een stukje gaan lopen en kwamen als eerste bij Mos Burger terecht.

Je kunt natuurlijk niet in Japan geweest zijn zonder bij Mos Burger gegeten te hebben (al is het maar om de lachwekkende naam). Ze staan bekend om verse burgers van goede kwaliteit (nee, niet met mos…) en ze deden die naam eer aan! Ik zou niet weten hoe onze gerechten in Nederland zouden heten, maar mijnes was in ieder geval heel goed te eten. 2 seconden nadat we ze kregen kwam het serveermeisje alweer terug met een taihen (ernstige) uitdrukking op haar gezicht. Zei iets over kaas terwijl ze naar Eivinds burger wees (ze waren vergeten er een plak kleffe kaas tussen te doen). Eivind wist toch niet wat ie precies had besteld, dus die vond het allang best, dus we zeiden dat het wel goed was. Maar het meisje trok de verantwoordelijke uit de keuken, die kon namelijk iets meer Engels dan zij en die vertelde het verhaal nog een keer en wilde de burger alweer afpakken en opnieuw maken. Nee nee, dat hoeft echt niet, we willen gewoon eten. Gelukkig konden we de beste kerel er ook van weerhouden harakiri te plegen voor het vreselijke ongemak dat ie ons had aangedaan, en eindelijk konden we happen.

Nu zijn de burgers behalve goed ook vrij duur en vrij klein, dus door naar de volgende snacktent: Yoshinoya. Hoe je dat eten moet classificeren weet ik niet precies, het was in elk geval cheap en best goed te eten.

Verder kan ik je natuurlijk niet de hilarische opschriften van de plaatselijke speelhal onthouden:

You be play!

Lees de rest van deze post // read the rest of this entry »

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 19 October 2008, 21:33 | 2 Comments »

(for the award-winning poster, scroll down a bit!)

Remember how I wrote they do things big and with lots of people? Well, that certainly went for the past weekend’s company outing (or, to put it in RIKEN terms, “retreat”). Though it was not really an outing as much as an excuse to have people work on Saturday morning as well.

Concretely, “retreat” meant going to a hotel in Chiba prefecture by bus to have meetings, do poster presentations and then have some more meetings. For those who are still unaware, meetings are not my thing, particularly ones with many people – and these had many, many people…

The hotel was nice; staff of course took politeness to the extreme (bowingly seeing the bus off at the end :D ); food quantities were, well, Japanese (i.e. snack-size). Rooms were very nicely not decorated. Seriously, no sarcasm here, I’m totally digging the Japanese style of decorating: tatami-covered floors (did I mention you’re required to take your shoes off everywhere? This is why…), like-colored walls and ceilings, low tables and cute legless chairs. Maybe one or two small table-like thingies against a wall, and that’s it. Did I mention the cool shouji (rice-paper sliding doors) yet? When I get a large place back in the Netherlands, at least one of the rooms has to be like this!

The hotel also had an “onsen” (Japanese hot spring bath; actually this one was actually not a real onsen but let’s not bitch about that, shall we? ;) ), a first for me. If you’ve ever read or heard about Japanese manners, you’ve probably come across their bathing habits. One’s supposed to undress, sit down and wash, wash, wash and then wash some more. Only if you’re absolutely triple-cleaned are you allowed to enter the main bath. A really fun experience, and I can tell you, they don’t call them hot springs for nothing! As an added bonus you get to wear a yukata (cotton kimono-like garb) which made me feel really Japanese :D

Enough about the hotel, let’s talk retreat. Some of the meetings literally involved putting the whole Omics Science Center into the hotel’s gym to listen to people read their powerpoint slides aloud. Beside this, every group, individual and task force had to take turns and tell everyone what they were working on. Guess it’s the Japanese way of doing things… It goes without saying that in most cases it would have been less boring and more clear if everyone had just written it down somewhere – they may be scientists, but that’s by no means a guarantee of being able to communicate properly…

Poster presentation, or how to make fun of it

The poster presentation was great fun though! Not because people’s posters were so cool (*cough* I mean, science can be fun but let’s not overdo it, shall we? ;) ) but because we had prepared a nice poster surprise for our colleagues. Remember the cool picture from the cafeteria about the “tearing vegetables”? Well, at the same cafeteria we have an unofficial competition of getting the best calories-per-yen ratio on the daily chow. They print the amount of calories in your meal on the receipt for convenient comparing, and for some reason everyone’s caloric intake is structurally too low (well, at least according to the receipt). Click here for a pdf-version of the poster.

Charles has kept track of his cafeteria receipts for quite a while now, so we thankfully combined his “data” with our collective sense of humor to produce a scientific-looking joke poster about the RIKEN chow.

Apparently, the Japanese still have their sense-of-humor gene, because not only was the poster well-received, it also won first prize in the best poster vote :D We also got to present our “work” at one of the mass meetings, just like the “real” researchers did, which made for hilarious speeches and comments (Eivind: “we’re aiming for Nature”).

I also made an attempt at learning Mah-Jongh (or whatever the correct spelling is in Japan) but the combination of serious amounts of sake (the word sake is used in Japan to denote any kind of alcohol, not just sake (that’s called nihonshuu here)) and the English ability of my tutors resulted in me not learning much.

Example conversation:

Me > “Can I do this move now?”
Them < “No, you can’t, see, because *insert vague reasoning*”

> “You didn’t tell me about that before!”

< “Yeah, it’s a special exception rule *or some other lame excuse*
> “Okay, so how does it work?”

< “Well, it means that you can’t do this move now, because *insert same vague reasoning as before*
Repeat from “Okay, how does it work?” four times.

Guess I’ll look up the details on the web… Had fun though.

Being a radio star (sorry, Dutch only, if you can’t read Dutch listening to the show’s no good anyway…)

Wist je al dat ik op de radio ben geweest? Als je op het dingetje hierboven klikt hoor je het stukje radio als het goed is. In het begin klink ik misschien een beetje suf, er zat een echo op die telefoonlijn en het is behoorlijk lastig geïnterviewd worden als je jezelf halverwege je zin begint terug te horen :S Als ik het zo terughoor hebben ze het er nog aardig uit geëdit volgens mij :)

Okee, mocht je antwoord op de eerste vraag nee zijn geweest, hier de uitleg. BNN heeft op radio 1 ’s avonds BNN Today, en daarin hebben ze een rubriek Exit Holland. Dan bellen ze een Nederlander op die in het buitenland zit voor een itempje dat denk ik het best te classificeren valt als “opmerkelijk nieuws”. Dat wil zeggen, actueel of apart in het land waar die persoon zit, maar niet in de media in Nederland. Dus ik heb donderdag uitleg gegeven over de paraplucultuur :)

Filed under RIKEN. Date: 18 October 2008, 21:36 | 5 Comments »

17  Oct
Paraplucultuur

In Nederland heb ik volgens mij twee of drie paraplu’s. Eentje in elke auto, en eentje thuis. Ik heb er in Nederland nooit één gekocht (veelal gekregen bij eerdergenoemde auto’s), maar wel een weggegeven. Okee, eigenlijk was dat Miranda, en technisch gezien is ie gestolen, maar dat is een ander verhaal.
Als het in Nederland regent ga ik met de auto, ik rijd naar mijn bestemming en loop het hele stuk van de parkeerplaats naar de deur door de regen. Als ik de paraplu in de kofferbak zou opzoeken zouden zowel ik als het interieur van de auto een stuk meer water opvangen dan ik tijdens het tochtje door de regen naar mijn eindbestemming zou doen.

Hoe anders is Japan! Bij het minste spettertje vliegen de openslaande paraplu’s je om de oren. Binnen een minuut is het straatbeeld vergeven van de regenschermen. Waar ze ineens vandaan komen? Geen idee. Zonder spetterbescherming voel je je opeens best wel een schlemiel (ook al word je nauwelijks nat met al die andere paraplu’s om je heen)… Ik dacht trouwens dat Nederlanders de enigen waren die met een paraplu fietsten, maar ik had het verkeerd. Ze zijn er hier helemaal op berekend, de meeste paraplu’s zijn namelijk nog doorzichtig ook.

Ik heb weleens aan een Japanse gevraagd waarom dat nou zo zit met die paraplucultuur. Kreeg ik een of ander lulverhaal over kimono’s, dure stoffen en andere argumenten die misschien 200 jaar geleden hout sneden, maar nu echt niet meer kunnen. Het waarom is me dus nog steeds een raadsel.
Het hoe is echter niet te missen: het land is volkomen op de paraplucultuur ingesteld. Je kunt er hier zowat op elke straathoek één kopen. Elke konbini of supermarkt verkoopt paraplu’s, meestal staan ze pal naast de deur. Is er geen konbini in de buurt, dan haal je er een uit de paraplu-automaat (!!!). Ze kosten geen drol, voor één of twee euro heb je er één die langer meegaat dan nodig is om “waar voor je geld” te mogen heten. Kom je met je paraplu uit de regen en wil je ergens naar binnen, dan parkeer je je geliefde paraplu in een speciaal rek. Ik ben in een izakaya geweest waar ze zelfs een soort slotjes hadden waarmee je hem tegen diefstal kon beschermen. Warenhuizen of andere grote winkels hebben een soort apparaat bij de ingang staan waarmee je je ingeklapte paraplu in een soort langwerpige plastic zak kunt steken zodat je niet de hele winkel onder druipt.

Schijnt het zonnetje? Geen probleem – als je een vrouw bent tenminste. Als je namelijk een niet-doorzichtig exemplaar hebt doet ie ook prima dienst als parasol :D

Dan nu een bekentenis. In september had ik een leenparaplu van het hostel permanent gebietst. Maar sinds mijn verhuizing begin deze maand moest het er echt een keer van komen… Dus ik heb hier voor het eerst in mijn leven een paraplu aangeschaft. Bij de FamilyMart. Voor 400 yen ben ik de semi-trotse eigenaar van een halfautomatisch regenscherm. Ik hoor er weer helemaal bij. Jeej!

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 17 October 2008, 5:00 | 4 Comments »

Het moest er een keer van komen. Nota bene degene die als bedrijfsnaam “Niet Hetzelfde” uitzoekt die een opmerking maakt over hoe anders het hier allemaal is… Maar kom op, de merknaam “Crunky Balls” tovert toch een glimlach op iedereens gezicht? :D

Voor wie het zich afvraagt, het zijn een soort Maltesers (je weet wel, dat snoepje waar ze mateloos veel tv-reclames tegenaan gooien en dat maar weigert een verkoophit te worden. O, je kende ze niet? ;) )

En in automatenland Japan kán het natuurlijk niet anders. Er staat bij Riken een koffie-automaat met meerdere (!) ingebouwde camera’s. Verder word je terwijl je wacht verblijd met een koffiegeur uit een speciale opening, en speelt er zachtjes een muziekje. Onder het genot van een kinderachtig muziekje zien en ruiken hoe je koffie wordt bereid! Ik hoef er natuurlijk niet bij te zeggen dat het ding ondanks de prijs van meer dan een euro voor een kop automaatkoffie mateloos populair is…

Jammer genoeg was dus binnenin een lampje stuk, en zie je helaas ook niet dat er een schuifdeurtje opengaat als je koffie klaar is (je kunt het echter wel horen op het filmpje, het is dat Star Trek-achtige schuifdeurgeluid op het eind), maar je snapt het idee denk ik wel :D

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 16 October 2008, 23:21 | 6 Comments »

Afval scheiden nemen ze hier heel serieus. Nou ja, op papier (en ja, dat papier wordt ook gescheiden). Ze hebben in ieder geval de volgende categoriën:

  • Papier
  • Blikjes
  • Plastic flessen (eerst omspoelen! (yeah, right) )
  • Afval dat niet verbrand kan worden (plastic, metaal)
  • Afval dat wel verbrand kan worden
  • Grof afval

Maar nu komt het: als er een klein etensrestje op een stukje plastic (= niet-brandbaar) zit dan kan dat stukje plastic wél verbrand worden en dan moet het in de andere bak. En ik weet eigenlijk ook niet zo goed waar glas onder valt, misschien heeft dat ook wel een eigen bak.

Al deze soorten afval hebben een eigen ophaaldag. Dus maandag en vrijdag mag het brandbare afval aan de weg, dinsdag het papier, etc. Alles netjes in een doorzichtig zakje, zodat de vuilnisman niet per ongeluk een zakje met verkeerde inhoud in de wagen kan gooien. Zo wordt alles netjes gescheiden en wordt de wereld stukje bij beetje schoner.

En dan nu hoe het echt gaat. Je scheidt thuis wel of niet netjes je afval in 5 verschillende bakken en zakken. Dan zet je op een willekeurige dag een of meerdere zakjes met afval uit een of meerdere categoriën aan de weg. En dan komt er vanzelf een keer een vuilniswagen langs die alle zakjes meeneemt. Of alleen de zakjes met goede inhoud, maar dat maakt dan al niets meer uit want het ligt niet meer in je huis.

Als de vuilniswagen niet alle zakjes meeneemt of als je ze toevallig te laat aan de weg hebt gezet blijven ze liggen en dan gaan ze lekker stinken. En daardoor heeft het geweldige afvalsysteem nog een extra onbedoeld gevolg, namelijk de lokale populatie zwerfkatten die heeft ontdekt dat als je je nageltjes in zo’n knisperend zakje steekt, er misschien wel allemaal lekker eten uitkomt. Dat er een dag later allemaal lekkere stank uitkomt interesseert die beesten toch niet…

Tenslotte hergebruiken ze hier nauwelijks. Kringloopwinkels zijn er wel, maar om nou te zeggen dat die de marketing slim aanpakken… In Japan koop je alles gewoon nieuw (desnoods in de 100-yen-shop).

De echte klapper: als ik cynisch/grappig doe over in welk bakje ik mijn prulletje nou moet gooien kijken ze me vervolgens allemaal aan alsof ik De Grote Vervuiler ben. Maak ‘m nou :D

Filed under Algemene dingetjes, Japan. Date: 15 October 2008, 11:50 | 5 Comments »

Weet je, het kookt best lastig als je niet kunt lezen…

Drie baksels later had ik door hoe het gare elektrische fornuis werkt. Eet smakelijk, en onthoud: leer lezen, dat kookt een stuk fijner! :D

Filed under Algemene dingetjes. Date: 14 October 2008, 12:00 | 5 Comments »

Gisteren voor de tweede keer Kamakura gedaan. Daar was ik al een keer geweest (klik), maar hoe meer zielen, hoe meer vreugd dus gingen we nu met z’n vieren. Onderweg begon de pret al op een station waar een automaat stond met een onbetaalbare levenswijsheid erin:

Omdat Eivind (de blonde Noor op de foto’s) & Morana (met het gele shirt) nog nooit in Kamakura was geweest hebben we vooral dingen bezocht die ik al gezien had (Hachiman-gu, Enno-ji) maar we hebben er ook nog eentje bezocht die nieuw voor me was (vorige keer straal langs gelopen :S denk dat ik een soort tempelmoeheid had opgelopen ofzo): de Engaku-ji. Wederom een heel groot zentempelcomplex met vele fotograferenswaardige gebouwen. Dus: zie de foto’s!
Er was ook een kannon – een rij beelden van doden of godheden ofzo. Om mysterieuze redenen lagen er allemaal muntjes (vooral 1 yen-muntjes) op en bij die beelden. Behalve bij eentje, maar dat vond ik zielig dus die heb ik ook een muntje gegeven. Beeld blij, ik blij en nu maken ze vast een plekje voor me in de Japanse hemel. Of niet, volgens Eivind: “Dat was vast de god van de dood ofzo, nu heb je ze vet boos gemaakt.” :D

Overigens waren we bij de Hachiman-gu en bij Engaku-ji zo “slim” om voor het avontuur van het beklimmen van de in de heuvel gelegde trappen te gaan. Die lijken best okee, maar na elke bocht blijkt dat daar nóg een trap ligt. Kortom, heel veel trappen gelopen…. En wat heb je dan voor uitzicht? Een heleboel bomen :D

Moe geworden van al die cultuur gingen we op zoek naar eten. Maar ja, in een toeristisch oord draaien ze je natuurlijk gegarandeerd een poot uit als je wilt voorkomen dat je de hongerdood sterft, dus uiteindelijk hebben we bento’s gehaald in de conbini. Op straat opgegeten op de bankjes van de bushalte, tot groot vermaak van de in groten getale aanwezige Japanners. Overigens word ik zoals je misschien wel weet er-rug cynisch als ik eten nodig heb, waardoor ze nu van plan zijn me niet meer te eten te geven als we de volgende keer samen weggaan, omdat ik dan extra grappig word. Hmmm. :D

Terug in Yokohama stond men erop een kilometer om te lopen om naar de Starbucks te kunnen. Daarnaast was een openlucht-jazzconcert aan de gang, dus dat was gratis entertainment :D Daarna hebben we nog geprobeerd een ritje te doen met het reuzenrad (tevens ’s werelds grootste klok) maar daar stond een rij van 50 minuten dus die hebben we maar overgeslagen… Vlakbij Yokohama station gegeten bij Asian Kitchen (“Do you like Asian kitchen?” // “What kind?” // “Yeah you know, any kind, Thai, Chinese, Indonesian…” // “Okay…” >> blijkt die tent Asian Kitchen te heten :D ). Leuk detail daar waren de talloze kleine (2- of 4-persoons) nisjes waarin je kon eten. Zag er heel knus uit, ze lagen aan een lange bochtige gang en je kon je indien gewenst ook nog onzichtbaar maken met een gordijntje. Daarna verderop nog even een izakaya aangedaan om Eivind kennis te laten maken met de verschillende soorten Japanse alcohol. Inheemse “sterke” drank is hier trouwens veel goedkoper dan tapbier!

Beeld van het binnenste van de izakaya (sorry van de bagger-kwaliteit, het is er altijd heel donker binnen):

Anyway, Marina en Eivind (in Kamakura: “Waar blijven de deathmatch shaolin vechtmonniken?”) konden het niet laten een hashi(=stokjes)-gevecht te voeren:

Filed under Japan. Date: 13 October 2008, 11:05 | 8 Comments »

« Previous Entries Next Entries »