Eindelijk is het zover. Oktober breekt aan. En daarmee mijn tijd in het Yokohama International Student House.

Ik had het me een beetje voorgesteld als een soort Uilenstede. YISH is namelijk een initiatief van de gemeente Yokohama. Maar daarmee houdt de vergelijking met Uilenstede (gelukkig) op.
YISH bestaat uit één (flink) gebouw, of eigenlijk uit alles vanaf de derde verdieping, want de eerste twee verdiepingen worden voor iets anders gebruikt. Na anderhalf uur fietsen over een stukje van 12 km vanaf mijn oude kamer kwam ik er aan. Geen wonder dat die Japanners allemaal opoefietsen-met-mandje hebben, het land is totaal ongeschikt voor het afleggen van échte afstanden per fiets (die anderhalf uur zat ‘m niet in de afstand of in mijn versnellingloze fiets, maar in de voor fietsers ronduit waardeloze infrastructuur en detectielusloze stoplichten).

Op de derde verdieping trof ik een receptie aan. Aldaar wachtten niet één, niet twee, maar minstens vijf medewerkers op ehm… werk. Zo werd ik verwelkomd door één vrouw, maar al snel kwam een andere vrouw helpen bij het inchecken. Arbeidsverschaffing ten top hier… Anyway, ik was er om half elf ’s ochtends maar mocht pas vanaf twee uur ’s middags inchecken. Op naar RIKEN…

Half drie. Joost terug. Sleutel gekregen, kamer 510 (over de kamer zelf later meer). Bed opgemaakt, de weinige spullen die ik op de fiets had meegezeuld uitgestald, en dan het internet uitproberen, want dat was echt een gemis op de vorige kamer. Nee nee, niet dat ik de hele dag ga lopen internetten, maar als ik online een Japans woord wil opzoeken moet ik twee trappen af en vier trappen op (enkele reis) en dat remt het leerproces toch een beetje…
Maar het netwerkkabeltje doet niks. Op de weg naar buiten zeg ik dat tegen een van de vrouwen achter de balie, ze babbelen snel wat met een paar andere medewerkers (wat die andere medewerkers er de rest van de dag doen is me echter nog steeds niet duidelijk) en vervolgens ga ik met (wederom twee) medewerksters in mijn kielzog weer naar boven. Ik versta ze op weg naar boven nog zeggen “ja hij werkt bij RIKEN, dan heeft ie wel fatsoenlijk internet nodig”, of iets van die strekking. :D
In de kamer ernaast hangt wat netwerkapparatuur (ja, “hangt”, aan touwtjes :D ) en na een inspectie concluderen we (Iees: ik) dat de kabel ergens stuk is. Niet getreurd, ik krijg gewoon de naastgelegen kamer (509), en dat bevalt me prima, want als nu m’n internet het niet doet kan ik het zelf maken. Overigens voor niks het bed in 510 opgemaakt. Sta je met je goede manieren… :D

De kamer zelf

Tot zover het avontuur van het inchecken. De kamer zelf is ook een stukje waard. Allereerst is ie ruim 2x zo groot als m’n vorige stek. Niet slecht… Standaard uitgerust met (iets groter) keukentje, (iets kleiner maar iets netter) badkamertje, wederom met spiegel waarin ik precies mijn schamele plukje borsthaar in model kan doen, airco, spiegel waarin ik wél m’n gezicht kan zien, megaveel kastruimte, televisie, koelkastje, bak met wegwerpeetstokjes, en een echt bed. Inderdaad, dus geen futon (Japans woord voor “oprolbaar-excuus-voor-een-echt-matras”) maar een echt bed. Wat zeg ik, onder het bed ligt nog een logeerbed waardoor ik als ik me écht wil uitsloven een tweepersoonsbed kan maken! Vanaf het balkonnetje uitzicht op een fraai kerkhof. Tafeltje, mini-bureautje, twee stoelen, en…. mega-waterkoker! Gaat iets meer dan drie liter in, en er zit een knopje op waarmee het er door een soort kraantje uitkomt. Gezien mijn theeconsumptie vermoed ik dat dat ding een goede vriend van mij gaat worden…

Genoeg geluld, jullie willen vast foto’s zien. Komt ie:

Officieel mogen bezoekers maar tot 10 uur ’s avonds blijven, maar dat geldt natuurlijk niet voor mij als er iemand een paar dagen overkomt. Tenminste, niet als ik het ze niet vertel :D Tegenover dit “strikte” bezoekersbeleid staat wel weer dat eenieder bij het passeren van de balie op weg naar binnen allervriendelijkst wordt verwelkomd met “o-kaerinasai” (welkom terug) en bij vertrek gedag gezegd met “itterasshai” (tot ziens, fijne dag nog, iets van die strekking). De geëigende antwoorden zijn overigens respectievelijk “tadaima” (ik ben er weer) en “itte kimasu” (ik ga en kom weer terug), maar aangezien de Japanners in het algemeen “hun” personeel/dienstverleners (dat traditioneel lager in rang is dan de klant en zich dus ultra-nederig gedraagt) volkomen negeren voor wat betreft beleefdheden vraag ik me af hoe goed ik geïntegreerd ben als ik dat zeg…

Het moge duidelijk zijn, het ziet ernaar uit dat ik het hier prima naar m’n zin ga hebben. De echte klapper bewaar ik voor het laatst: over twee maanden krijg ik hier een twee keer zo grote kamer. w00t!

Filed under Japan, Yokohama. Date: September 30, 2008, 10:29 pm | 4 Comments »

4 Responses

  1. Florien Says:

    Ziet er goed uit zeg!! :D

  2. bart Says:

    shit volgens mij ga ik dit uitzicht niet halen…..jammer! gelukkig ook dat logeerbed niet…..
    ziet er verder goed uit! wat een ruimte!

  3. Joost Says:

    Over twee maanden krijg ik een andere kamer, maar in hetzelfde huis hoor. En het logeerbed is een gewoon bed, maar dan zijn de pootjes eraf gehaald zodat het onder mijn bed past. Prima slapen dus! Enige is dat ik je waarschijnlijk naar binnen moet smokkelen, maar dat vergroot de fun juist, vind je niet? :D

  4. Z Says:

    dat is een fijne stek! vooral die kastruimte.. daar mis ik nog wat van :S :P

    maar dit is dus ook tijdelijk? misschien wel fijn dat je zegmaar weinig spullen hebt zodat het steeds verhuizen niet heel erg vervelend is :P

    btw, als ze okaerinasai en itterashai zeggen dan zou je gewoon kunnen knikken en glimlachen. Dat voelt sowieso al beter dan strak doorlopen en dan ben je toch min of meer geïntegreerd.

Leave a Comment

Your comment